Plus

Aanslag Sri Lanka heeft religieuze twisten aangewakkerd

Na de aanslagen met Pasen hebben moslims in Sri Lanka te maken met wraakacties van christelijke landgenoten. ‘Iedereen kijkt naar ons alsof wij die aanslagen hebben gepleegd.’

10 procent van de inwoners van Sri Lanka is islamitisch en 7 procent christelijk. Voor de aanslag waren er weinig spanningen tussen beide groepen. Beeld ADAM DEAN/The New York Times/Red

Auranzeb Zabi stond woensdag rijst te koken toen hij buiten geschreeuw hoorde. Hij keek uit het raam en zag een groep Sri Lankaanse mannen, bewapend met ijzeren staven.

De groep omsingelde het huis van Zabi, een Pakistaanse vluchteling die sinds twee jaar in Sri Lanka woont. Hij vertelt hoe hij zijn twee kinderen meetrok, de binnenplaats op rende en over twee muurtjes klom voordat hij een checkpoint van het leger bereikte. “Ze haalden me in en sloegen me in elkaar, en smeekten de soldaten of ze me mochten vermoorden,” vertelt hij aangeslagen. “Als je 100 mensen tegenover je hebt,” begint hij, maar hij kan zijn zin niet afmaken, zijn stem breekt. “Ze hebben zelfs mijn kinderen geslagen.”

Een dag nadat Islamitische Staat de verantwoordelijkheid opeiste voor de zelfmoordaanslagen op Sri Lanka, die aan meer dan 350 mensen het leven kostten, hebben moslims op het eiland te maken met wraakacties.

In Negombo, waar de aanslag op een kerk tijdens de paasdienst meer dan 100 mensen het leven kostte, trokken groepen christelijke mannen van deur tot deur terwijl ze ramen ingooiden, deuren intrapten en bewoners de straat op sleepten. Mensen werden in hun gezicht geslagen en met de dood bedreigd, zo verklaarden tientallen inwoners van de stad. Voor zover bekend zijn er nog geen doden gevallen, maar veel moslims vrezen dat dat slechts een kwestie van tijd is.

Religieuze twisten

Als de aanslagplegers op paaszondag met de moord op honderden onschuldige mannen, vrouwen en kinderen in hotels en kerken nieuwe religieuze twisten wilden aanwakkeren, zou dat zomaar gelukt kunnen zijn in sommige delen van het land.

De spanningen lopen op, ondanks het feit dat alle religieuze leiders van de verschillende geloven op hebben groepen tot kalmte. Angst neemt het eiland over en veel moslims uit verschillende delen van het land zeggen publieke plaatsen te mijden.

Sri Lanka kende tot vorige week weinig spanningen tussen christenen en moslims. Het zijn allebei minderheden; in het land is 7 procent van de bewoners christelijk en 10 procent islamitisch, ten opzichte van 13 procent hindoeïstisch en 70 procent boeddhistisch.

Religie speelde geen rol in de burgeroorlog, waarin de etnische spanningen tussen de Sinhalese meerderheid en de Tamil-minderheid het land tientallen jaren verscheurde.

Tijdens de oorlog maakten veel islamitische mannen carrière bij de nationale geheime dienst, omdat ze bekend stonden om het feit dat ze alle drie de grote talen van Sri Lanka beheersten: Sinhala, Tamil en Engels.

Na het einde van de burgeroorlog in 2009, beleefde het militant Boeddhisme een opleving. Critici stelden dat het leek het alsof invloedrijke krachten in de Sri Lankaanse politiek op zoek waren naar een nieuwe vijand. Radicale Boeddhistische monniken vielen kerken, moskeeën, priesters en imams aan, vaak met de stille instemming van de veiligheidsdiensten.

In 2014 staken jonge boeddhisten een aantal huizen in een islamitische wijk in een dorp in het zuiden van Sri Lanka in brand. Hierbij kwamen drie moslims om. Politieagenten werden ervan beschuldigd er bij te hebben gestaan, en zelfs te hebben geholpen.

Niet meer veilig

Hoewel de moslims het grootste mikpunt waren van deze aanvallen, leden christenen er ook onder. In feite stonden de beide gemeenschappen aan dezelfde kant. Dit informele verbond staat echter onder zware druk sinds de paasaanslagen. Volgens de autoriteiten werden die door extremistische moslims gepleegd, met christenen als belangrijkste doelwit.

“De aanslag heeft alles veranderd,” zegt Malik Farhan, een andere Pakistaanse vluchteling in Sri Lanka. “We voelen ons niet meer veilig hier.”

Toen afgelopen woensdag christelijke bendes hun buurt plunderden, zochten honderden Pakistaanse moslims, waaronder Farhan en Zabi, bescherming in een moskee. Soldaten en agenten bewaakten de deur van de moskee en controleerden de identiteit van iedereen die naar binnen wilden. Later op de middag bracht een stoet overvolle bussen de moslims vanuit de moskee naar een dorp in de buurt, waardoor een hele gemeenschap plotsklaps werd verhuisd.

Twee uur verderop, in het dorp Bandaragama, huivert Mohamed Iqbal als hij naar zijn schoenwinkel kijkt. De islamitische Iqbal runt al vijftien jaar Shoe Fashion. Van de paar honderd dollar winst die de winkel hem oplevert onderhoudt hij zijn vrouw, drie zoons en twee kleinkinderen. Of eigenlijk: onderhield. Shoe Fashion brandde de nacht na de aanslagen af. “Overduidelijk een wraakactie,” aldus een naburige winkeleigenaar, afgaande op een steen die gebruikt was om het rolluik te openen.

“Ons geloof verschilt totaal van dat van de Islamitische Staat,” zegt Iqbal’s zoon Ifaz. “Maar nu kijkt iedereen naar ons alsof wij die aanslagen hebben gepleegd.” Woensdag reageerden instanties aanmatigend op het geweld tegen moslims, door te stellen dat niemand ernstig gewond was geraakt. De politie zei dat ze de beveiliging van moskeeën en islamitische wijken hadden opgevoerd, en spanningen tegen probeerden te gaan. “Maar weet je,” zegt Ifaz, “Er was een avondklok van kracht die avond. Misschien was de politie er zelfs bij.”

© The New York Times, vertaling Jesse Beentjes

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden