PlusAchtergrond

5 jaar na Charlie Hebdo: ‘Ik voelde die kalasjnikov in mijn rug prikken’

Gemaskerde aanvallers met kalasjnikovs schieten op straat een agent dood.Beeld Reuters

Dinsdag is het vijf jaar geleden dat terroristen van Al Qaida een bloedbad aanrichtten op de redactie van weekblad Charlie Hebdo in Parijs. De overlevenden en nabestaanden worstelen nog elke dag met hun trauma’s.

Chloé Verlhac zou het die ochtend rustig aan doen. “Als je straks weg bent, ga ik met een kop koffie weer naar bed,” zei ze tegen haar man, Bernard Verlhac, als cartoonist bekend onder de naam Tignous. Hij pakte die ochtend zijn tekeningen bij elkaar, verzamelde de kinderen om ze naar school te brengen, en liep naar Chloé. “Hij kuste me en zei: tot straks.” Bij het weggaan keek hij nog één keer om en lachte. “Dat was de laatste keer dat ik hem zag.”

Tignous ging naar zijn werk, naar het satirische weekblad Charlie Hebdo. Het was 7 januari 2015.

Corinne Rey was die ochtend ook op de redactie. De cartoonist, bekend onder de naam Coco, was vrolijk. Het was de eerste redactievergadering van het nieuwe jaar en de sfeer was goed. Ze wensten elkaar gelukkig nieuwjaar, er was taart, en Lila, het redactiehondje, rende rond.

Rond half twaalf ging Tignous koffie zetten. Coco ging naar buiten. Met collega Angélique wilde ze op de stoep een sigaret roken. Coco en Angélique liepen de trap af, naar de uitgang. En toen begon de nachtmerrie.

Er stonden twee mannen met bivakmutsen en automatische wapens. “Ik was verstijfd van angst.” Ze dwongen Coco hen naar de redactie te brengen. “Op de trap naar boven zeiden ze dat ze van Al Qaida waren.”

Kalasjnikov

Charlie Hebdo was al eerder bedreigd, vanwege Mohammedcartoons. De ingang was goed beveiligd. Je kon alleen naar binnen met een code. “Ze zeiden: toets de code in,” aldus Coco. “Ik voelde die kalasjnikov in mijn rug prikken. En ik dacht aan mijn dochter. Wat moest ik doen?”

Zij tikte de code in. De twee terroristen liepen de redactiezaal binnen. Ze riepen ‘Allahoe akbar’ en schoten hun wapens leeg op de aanwezigen. Het duurde één minuut en 49 seconden. Daarna was de redactiezaal één groot bloedbad. Het hondje Lila rende langs de verminkte lichamen.

Chloé Verlhac kreeg – zich nog van niks bewust – een telefoontje van een vriend. “Hi Chloé, heb jij iets van Tignous gehoord? Want er is een schietpartij bij Charlie geweest en ik krijg ‘m niet te pakken.” Chloé belde Tignous, maar kreeg hem niet aan de lijn. Ze belde Coco, die ze goed kende. Die nam wel de telefoon op. Coco riep: “Chloé, kom snel! Ik weet niet of hij nog leeft, alle lichamen liggen hier over elkaar.”

Tignous leefde niet meer.

Hulpdiensten na de aanslag.Beeld AFP

Chloé werd met andere nabestaanden opgevangen in een nabijgelegen theater in Parijs.

Coco kwam er huilend binnenlopen. Ze had zich in een aparte kamer op de redactie onder een tafel kunnen verstoppen en had de aanslag overleefd. “Het spijt me, het spijt me,” bleef ze maar herhalen tegen Chloé. “Ík heb de deur opengedaan. Ík heb de code ingetikt.”

Chloé hoorde zichzelf zeggen: als ik in jouw schoenen had gestaan, had ik hetzelfde gedaan. “Maar tot op de dag van vandaag kan ik haar niet vergeven wat ze heeft gedaan. Is dat terecht? Ik heb geen idee.”

In totaal werden die ochtend twaalf mensen gedood, onder wie een politieman op straat. Nog eens elf anderen raakten gewond. In de dagen erna doodde een derde terrorist niet ver van Parijs een politieagente en later ook vier mensen in een Joodse supermarkt.

De broers Chérif en Saïd Kouachi, die de aanslag op Charlie Hebdo hadden gepleegd, konden vluchten, maar werden twee dagen later door agenten doodgeschoten in de drukkerij waar ze zich hadden verschanst.

Drie jaar niet geleefd

Coco en Chloé zijn allebei voor het leven getekend. Coco deed haar verhaal in een documentaire, tranen rolden over haar wangen. Ze zei in een interview: “Ik ben blijven werken, blijven tekenen. Dat houdt je bezig. Dat verjaagt de beelden die nog steeds op mijn netvlies staan.”

Chloé schreef een boek over de aanslag. “Ik heb die dag helemaal niet beleefd als ‘de aanslag op Charlie Hebdo’. 7 januari 2015 was voor mij de dag dat mijn man werd gedood, het was een persoonlijk drama,” vertelt ze, thuis in Montreuil, een voorstad van Parijs. “Pas héél veel later drong tot me door dat het ook een gebeurtenis was met landelijke en internationale betekenis.”

Het duurde drie jaar voordat ze er een beetje bovenop kwam. Tot die tijd leefde ze in angst. Overal waar ze kwam, was ze bang. “Ik durfde heel lang niet met het openbaar vervoer te reizen. Ik durfde niet alleen de straat op. Ik durfde niet met mijn rug naar een deur of een raam te zitten. Als ik ergens binnenkwam, keek ik altijd eerst waar de uitgangen waren.”

Ze wandelt nu door haar huis, zet koffie, aait de katten en is goedlachs. Achter in de tuin laat ze de oude werkkamer van Tignous zien. “Twintigduizend tekeningen van hem lagen hier opgestapeld!”

De angst is niet weg, die is er nog bijna elke dag. “Ik heb een metalen rolluik laten installeren. Ik heb een alarminstallatie aangelegd met bewegingsdetectoren in de tuin. En onder mijn bed heb ik een kapmes liggen.”

Ze loopt de slaapkamer in, buigt zich naast het bed en haalt de machete van zo’n 40 centimeter tevoorschijn.

“Ik heb drie jaar niet geleefd. Ik heb onze vier kinderen in die tijd niet zien opgroeien, ik zag niks om me heen. Het enige wat ik deed, was werken: ik heb de tekeningen van Tignous uitgegeven, in boeken en op exposities. Zodat ze overal te zien waren. Dat was mijn wraak op de terroristen. Dat was mijn vreedzame wraak.”

Kunstcentrum Tignous

Bij de verwerking stond ze er grotendeels alleen voor. In haar boek (Si tu meurs, je te tue – ‘Als je doodgaat, vermoord ik je’, uitgeverij Plon) beschrijft ze hoe toenmalig president François Hollande, ministers en organisaties allemaal beloofden te helpen. “Maar niemand heeft geholpen. Niemand hield z’n belofte.”

Wat haar op de been hield – naast bezoeken aan artsen, psychologen en psychiaters – waren hun vier kinderen, haar vrienden en de liefde voor Tignous. In ‘hun’ stad Montreuil is een museum voor moderne kunst omgedoopt in Kunstcentrum Tignous. Zijn naam staat op de gevel, zijn gezicht is op een deur geschilderd. “Daar ben ik ontzettend trots op. Ze hebben mijn geliefde van me afgenomen, maar de kunstenaar blijft bestaan.”

Beeld AFP

Giften en abonnees

Charlie Hebdo haalde na de aanslag zo’n 20 miljoen euro binnen, dankzij massale giften en heel veel nieuwe abonnees. Daarvan is weinig meer over. De beveiliging van de journalisten – al vijf jaar lang – slokte bijna de helft van de kas op. En abonnees vertrokken weer. Een maand na de aanslag werden er 380.000 exemplaren per week verkocht, nu ongeveer 60.000: evenveel als voor de aanslag. Op 4 mei begint bij de rechtbank in Parijs het proces. De twee daders zijn dood. Er staan veertien anderen terecht, die logistieke steun zouden hebben verleend aan de terroristen.

Jihadistische terreur in Europa

De aanslag bij Charlie Hebdo bleek de voorbode van een gewelddadig jaar in heel Europa. Politieorganisatie Europol registreerde 211 terroristische aanvallen in 2015. Daarbij vielen 151 doden en 360 gewonden.

Verrassend: de meeste aanslagen (103) waren in het Verenigd Koninkrijk. Daarbij kwam het meeste geweld op het conto van niet-jihadistische terreur in Noord-Ierland.

De meeste slachtoffers vielen in Frankrijk. Er waren 73 aanslagen, waarvan 15 door jihadisten. Hun terreur eiste 147 levens, inclusief een onthoofding in Lyon. Na Charlie Hebdo (12 doden) volgde de slachting in het Parijse theater Bataclan (130 doden) in november.

Verantwoordelijk voor de terreur waren meestal teruggekeerde Irak- en Syrië­gangers. Volgens de Franse onderzoeker Jean-Pierre Filiu werden in die tijd strijders naar huis gestuurd om door aanslagen in Frankrijk een burgeroorlog uit te lokken.

Er werden in 2015 in Europa 1077 terreur­verdachten aangehouden. Meer dan de helft was aanhanger van een islamitische terreurorganisatie, vaak IS.

Van de verdachten werd later 94 procent veroordeeld wegens terrorisme, onder wie vrouwen.

Niet alleen Europa had zwaar te lijden. In Afrika kwamen dat jaar 2709 mensen om door jihadistische aanslagen, vooral door Boko Haram.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden