PlusAchtergrond

5 jaar na aanslagen Parijs: deze vastgeroeste ideeën over terreur blijken niet te kloppen

Precies vijf jaar geleden werd één van de bloedigste terreuraanslagen gepleegd in de geschiedenis van West-Europa. In Parijs werden 130 mensen doodgeschoten op caféterrassen en in concertzaal Bataclan. Wetenschappers hebben sindsdien opvallende lessen getrokken uit de aanslagen.

Negentig doden vielen door de aanslag in concertzaal Bataclan.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

De Franse samenleving lijkt dezer dagen nog het meest op een hogedrukpan. In een paar weken tijd werden verscheidene terreuraanslagen gepleegd. Politici praten in oorlogstaal. Op sociale media wordt geroepen om ‘wraakacties tegen moslims’. “Het lijkt soms op massahysterie,” zegt socioloog Gérôme Truc. “Na een aanslag reageren publiek en politici op basis van hun eerste indrukken en hun vooroordelen. Er is dan weinig plaats voor nuance. Op nieuwszenders worden gasten uitgenodigd die botsen en die ‘buzz’ creëren, waardoor extreme meningen veel aandacht krijgen.”

In zo’n verhitte atmosfeer buitelen politici over elkaar heen met plannen voor nóg strengere maatregelen. Dat proces wordt nog eens versterkt als er niet één aanslag is, maar meerdere achter elkaar. “Mensen hebben dan de indruk dat de machthebbers de veiligheid van de burgers niet kunnen garanderen. Door al die factoren loopt de sociale cohesie in een land gevaar,” aldus Gérôme Truc.

Die situatie geldt nu, maar gold ook in 2015. In januari van dat jaar was Charlie Hebdo een doelwit en in november richtten terroristen zich onder meer op de Bataclan. Socioloog Truc leidt sindsdien een groot onderzoeksproject in Frankrijk. Met een team van wetenschappers onderzocht hij de gevolgen van de aanslagen. De bevindingen zijn gebundeld in het boek Face aux Attentats. Het is een boek zonder ‘buzz’ en mét feiten. En veel vastgeroeste ideeën die we hebben over terreur, blijken niet te kloppen. Drie van de wetenschappers uit het boek vertellen hieronder over clichés en misverstanden.

1. Een aanslag leidt niet altijd tot paniek

Op het moment dat terroristen het vuur openden op de honderden bezoekers in de Bataclan, brak de hel los. Op de Franse televisie waren beelden te zien van schreeuwende mensen die, elkaar bijna omver duwend, de achterdeur van de zaal uitrenden. “De massa raakte in paniek,” schreef kwaliteitskrant Le Monde de dag erna in een reconstructie. Maar dat was maar het halve verhaal.

Ja, er waren mensen die in de zaal over anderen heen liepen om zichzelf te redden. Ja, er waren bezoekers die gewonden aan hun lot overlieten. Maar er waren ook héél veel mensen in de Bataclan die anderen te hulp schoten. “Wij hebben méér verhalen gehoord over concertgangers die elkaar steunden dan bezoekers die vooral aan zichzelf dachten,” schrijft psycholoog Guillaume Dezecache van de Universiteit Clermont-Auvergne. Hij en zijn collega’s spraken met in totaal 32 mensen die destijds in de Bataclan waren.

Sommige bezoekers gebruikten hun kleren om de verwondingen van anderen te verbinden. Anderen hielden, als morele steun, de handen vast van gewonden. Mensen hielpen elkaar om het dak op te klimmen. Eén persoon blokkeerde met zijn lichaam een deur om de terroristen tegen te houden. Concertgangers vertelden elkaar over mogelijkheden om te ontsnappen. In één schuilhoek kregen gewonden voorrang boven niet-gewonden. En in één aparte ruimte werd zelfs een ‘democratische stemming’ gehouden door de mensen die zich daar schuilhielden: of ze de deur zouden openen als iemand aanklopte.

“Juist als mensen bang zijn, zoeken ze contact met anderen,” vertelt Dezecache. “Dat geeft een gevoel van geborgenheid en veiligheid en het gevoel sterker te staan tegenover de vijand.” Maar het verschilt per persoon en per situatie. “Ben je met iemand samen? Kun je jezelf beschermen? Kun je vluchten? Dat wordt allemaal afgewogen en bepaalt welk gedrag je vertoont. Mensen in extreme angst kunnen emoties uitschakelen en hyper calculerend te werk gaan. We hebben zelfs mensen uit de Bataclan gesproken die geraakt waren door kogels en die zeiden dat ze op dat moment geen pijn voelden.”

Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Overheden geven mensen nu vaak het advies: ren weg bij een aanslag. “Ons onderzoek laat zien dat mensen soms niet proberen te vluchten maar samenblijven. Dat groepsgevoel kan mensen psychologisch helpen, op het moment van de aanslag zelf, maar misschien ook wel op langere termijn: het gevoel dat ze het samen met anderen hebben meegemaakt.”

2. Politici kiezen niet alleen voor repressie

In 2015, het jaar van een serie aanslagen, verdrievoudigde het aantal anti-islamitische incidenten in Frankrijk, variërend van verbale beledigingen tot fysiek geweld. “Iedereen was bang voor een toename van islamofobie,” zegt politicoloog Vincent Tiberj. “Maar dat gebeurde niet. Incidenten zeggen niets over het gevoel in de samenleving als geheel.”

In zijn onderzoek laat hij zien dat de Fransen in 2015 en 2016 juist toleranter werden. Het begrip voor migranten en (religieuze) minderheden nam toe, onder linkse en rechtse kiezers, bij jong en bij oud. De reden? “Het zijn niet de aanslagen zelf die invloed hebben op de publieke opinie, maar de manier waarop politici en media de aanslag presenteren en inkaderen,” aldus Tiberj, verbonden aan onderzoeksinstituut Sciences Po in Bordeaux. De politicoloog noemt de VS als voorbeeld.

Na de aanslagen op de Twin Towers kwam president Bush met strenge regels. De bank- en telefoongegevens van (niet verdachte) moslims werden getraceerd. De politie van New York kreeg een speciale eenheid die (niet verdachte) moslims in de stad moest bespioneren. “De autoriteiten plaatsten de aanslagen daarmee in een kader, alsof moslims in het algemeen schuldig waren. Uit onderzoek bleek dat daardoor het anti-moslim sentiment groeide,” zegt Tiberj.

In Frankrijk gebeurde dat niet. “Terrorisme en islam werden niet door elkaar gehaald, na de aanslag op Charlie Hebdo. Moslims en hun religie werden niet als zondebok aangewezen.” President Macron lijkt anno 2020 voor een combinatie te kiezen: hij pleit voor eensgezindheid én hij neemt strenge maatregelen. De aanslag op katholieken in Nice werd ‘een aanslag op alle Fransen’ genoemd. “Maar na de aanslag op leraar Samuel Paty begon de minister van Binnenlandse Zaken een debat over halal-producten in supermarkten. Dan leg je een verband tussen twee zaken die niets met elkaar te maken hebben.’’

President Macron wil ook de grenscontroles opvoeren. “Maar slechts één van de recente daders, de terrorist van Nice, is illegaal naar Frankrijk gekomen,” aldus Tiberj. Volgens de politicoloog legt de regering daarmee - meer dan voorheen - een verband tussen terrorisme, islam en migratie.

3. Moslimhaat is niet toegenomen

Na een terreuraanslag treedt bijna altijd een vaststaand draaiboek in werking: agenten zetten straten af. Inlichtingendiensten gaan speuren. Verdachten worden aangehouden. Politici moeten razendsnel vergaande beslissingen nemen. “Maar de regering houdt ook héél nadrukkelijk rekening met wat de Fransen vinden, met wat er leeft onder het volk,” vertelt politicoloog Laurie Boussaguet. “President Hollande had in 2015 speciaal iemand in dienst die alle opiniepeilingen bijhield. Dat werd zwaar meegewogen in de maatregelen.”

Boussaguet is verbonden aan het European University Institute in het Italiaanse Florence. Zij sprak, samen met een collega, zo’n dertig ministers en topambtenaren en las vertrouwelijke stukken en e-mails van onder anderen voormalig president Hollande. “Daaruit bleek dat de regering na de aanslag van moslimextremisten op Charlie Hebdo heel erg bang was voor sociale spanningen, voor groepen die tegenover elkaar zouden komen te staan, voor een burgeroorlog.” In de vertrouwelijke e-mails werd gesproken over ‘radicale groepen’ die klaarstonden om moslims geweld aan te doen. Onder moslims groeide de angst. “Daarom koos de regering ervoor om met woorden en symbolen het gevoel van eenheid onder de Fransen te vergroten.”

In toespraken werd continu gehamerd op die eenheid. Het volkslied klonk. De Franse vlag wapperde. Tijdens de grote Je suis Charlie-mars op 11 januari werden slogans of toespraken verboden. “Iedereen moest zich in die demonstratie kunnen herkennen, niemand mocht worden uitgesloten.” Met woorden en symbolen werd afgewend wat terroristen óók willen bereiken: onrust, verdeeldheid en chaos.

Dat werd moeilijker na de aanslag op de Bataclan. Fransen kregen toen het gevoel dat iedereen een doelwit was en niet meer alleen cartoonisten. De regering sloeg daarna een hardere toon aan maar bleef hameren op eensgezindheid. “Na elke aanslag neemt een regering concrete maatregelen. Er verschijnen bijvoorbeeld militairen op straat,” zegt Boussaguet. “Maar symbolische maatregelen zijn echt net zo belangrijk. Je kunt er een land mee bij elkaar houden. Het belang daarvan wordt wel eens onderschat.”

President Macron hield vorige maand na de onthoofding van leraar Paty een toespraak. “En wat bleek? Sommige zinnen van Macron waren, woord voor woord, precies hetzelfde als wat president Hollande in 2015 zei. Het draaide beide keren om het bewaren van de eenheid in het land.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden