Plus Interview

30 jaar na de SLM-ramp: ‘Het gemis sterft niet’

Vrijdag is het dertig jaar geleden dat vlucht PY764 van de SLM crashte tijdens de landing op Paramaribo-Zanderij. Een van de inzittenden was de moeder van Marion Perk. ‘Ze wilde omboeken, maar dat is helaas niet gelukt.’

Vrijdag is het 30 jaar geleden dat toestel SLM in Suriname crashte. Marion Perk heeft veel gedaan voor de nabestaanden en kreeg in april een lintje. Beeld Carly Wollaert

Op 6 juni 1989 nam Marion Perk op Schiphol afscheid van haar moeder Eleonora, die samen met haar zuster twee maanden op familiebezoek in Nederland was geweest. “Mijn tante besloot op het laatste moment nog een week langer te blijven,” vertelt Perk. “Mijn moeder heeft ook een poging gedaan haar ticket om te boeken, zodat ze samen met haar zus naar Suriname terug kon reizen. Dat is helaas niet gelukt.”

Eleonora Perk stapte die avond aan boord van de DC8 van de Surinaamse Luchtbaart Maatschappij (SLM) die vandaag dertig jaar geleden crashte tijdens de landing op de luchthaven Zanderij. Elf inzittenden overleefden de ramp. Onder de 176 doden waren ook vijftien voetballers van het Kleurrijk Elftal, dat naar Suriname reisde om aan een toernooi mee te doen, en de leden van de Draver Boys, het huisorkest van café De Draver in Amsterdam.

Geen zus en geen moeder meer

Marion Perk hoorde de volgende ochtend van de ramp. Dertig jaar later weet ze nog precies hoe dat ging. “Ik kreeg een telefoontje van mijn jongste zus. Ze belde me op het werk om te vertellen over de crash. De directeur van het verpleeghuis zette meteen de televisie aan. Later op de dag kwam er een telefoontje uit Paramaribo van een tante die alleen zei: ik heb geen zus meer en jullie hebben geen moeder meer.”

Die boodschap had tijd nodig om door te dringen, vertelt de nu 76-jarige Perk. “Ik kon het niet geloven. De vorige avond hadden we samen op Schiphol op een bankje zitten praten. Ik had bij de Hema een paar van die naaisetjes voor haar gekocht. Die wilde ze cadeau doen aan haar vriendinnen. Ik had ook geld voor haar meegebracht, maar dat wilde ze niet aannemen. Hou het zelf, zei ze.”

Twee dagen later nam Perk zelf het vliegtuig naar Paramaribo. “De SLM stelde per getroffen familie twee tickets beschikbaar. Dat was nog best moeilijk, want wij waren met zes kinderen thuis. We moesten onderling uitmaken wie een ticket zou krijgen. Daar was wel discussie over.” Bang om te vliegen was ze niet. “Ik herinner me het applaus na de landing op Zanderij. Dat is de gewoonte, maar nu was het een ovatie.”

Het stoffelijk overschot van haar moeder kreeg Perk niet meer te zien. De identificatie gebeurde aan de hand van haar trouwring en een lapje stof van haar jurk. “Toch was ik blij dat we het zeker wisten. Een kleine groep nabestaanden heeft nog meer dan tien jaar moeten wachten op die zekerheid.” Troostend was ook de enorme steun. “Elke dag kwamen er mensen naar het ouderlijk huis om eten te brengen.”

Een dag na de begrafenis bezocht Perk samen met een kleine groep nabestaanden de plek des onheils. “Heel beladen was dat. Overal brokstukken van het vliegtuig en spullen van mensen. Ongewild ging ik ook zoeken naar iets van wat ik herkende als van mijn moeder.” Dat het wrak dertig jaar nog steeds niet is opgeruimd, noemt Perk slordig. “Het zal kostbaar zijn, maar het had toch moeten gebeuren.”

De echte verwerking kwam pas later, terug in Zaanstad. Perk schreef die eerste maanden gedichten en knoopte twee wandkleden die het verlies van alle levens uitbeeldden. “Ik kon slecht slapen en zat vaak tot diep in de nacht te schrijven of te knopen. Ik zong ook veel, vooral de lievelingsliederen van mijn moeder. Zolang mijn Jezus leeft en mij zijn kracht omgeeft, voel ‘k mij van vrees en zorgen vrij.”

Wrakstukken van de verongelukte DC-8 van luchtvaartmaatschappij SLM bij Zanderij (Suriname). Beeld ANP

Helpen na de Bijlmerramp

De ramp heeft Perk nooit meer losgelaten, en andersom geldt eigenlijk hetzelfde. Toen in 1992 de Boeing van El Al in de Bijlmer neerstortte, meldde ze zich meteen aan als vrijwilliger om in de sporthal te helpen met de zorg voor de overlevenden en nabestaanden.

“Elke vliegramp maakt diepe indruk,” legt ze uit. “Omdat je maar al te goed weet wat de ­achterblijvers moeten doormaken.”

Perk trad ook toe tot het bestuur van de stichting die sinds 1989 elk jaar op het ’s-Gravesandeplein in Oost de herdenking van de SLM-ramp organiseert. Ook na al die jaren blijft de bijeenkomst troostrijk voor de nabestaanden. “Ik ben niet langer boos of verdrietig, maar het gemis sterft niet. Dat geldt voor alle nabestaanden. Ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die op 7 juni niet aan de ramp denken.”

Menselijke fouten

Met 187 mensen aan boord stortte vlucht PY-764 van Amsterdam naar Paramaribo op 7 juni 1989 in de vroege avond neer in de buurt van de luchthaven Zanderij. Uit het onderzoek kwam later naar voren dat menselijke fouten de oorzaak waren. De ingehuurde Amerikaanse gezagvoerder Will Rogers negeerde na drie mislukte landingspogingen de waarschuwing van de verkeerstoren dat zijn toestel te laag vloog. Hij raakte op 25 meter hoogte twee bomen. Later werd duidelijk dat de piloot zijn laatste vliegtest in een klein tweemotorig vliegtuig had afgelegd. Zijn examinator verkeerde in de veronderstelling dat hij met een gepensioneerde vliegenier van doen had in plaats van met een gezagvoerder van een DC8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden