PlusReportage

10 jaar na Fukushima blijven oud-bewoners weg: ‘Vanaf deze heuveltop zag ik het gebeuren’

Een decennium na de kernramp in het Japanse Fukushima is de toekomst van de lokale gemeenschappen nog uiterst onzeker. Door het stralingsgevaar blijven oud-bewoners weg. ‘Vrienden vertrokken en kwamen nooit meer terug.’

Odaka na de de ramp in 2011. Het dorp bevond zich in de ‘no-go-zone, dat volledig werd geëvacueerd. Beeld AP
Odaka na de de ramp in 2011. Het dorp bevond zich in de ‘no-go-zone, dat volledig werd geëvacueerd.Beeld AP

De 84-jarige rijstboer Kouichi Nemoto kletst wat met een taxichauffeur voor de stationshal van het boerendorp Odaka, in de provincie Fukushima. Om de twee uur passeert hier een lokale trein, zelden stapt er iemand uit. Nemoto is opgetogen, want zijn kinderen en kleinkinderen keren, na zeven jaar afwezigheid, terug uit Tokio. “Ik kan het land niet in mijn eentje bewerken, ze komen om mij te helpen. Natuurlijk vrees ik voor de veiligheid van mijn kleinkinderen, maar mijn land is hier, ik kan niet weg.”

Vanaf Odaka is het een kwartiertje rijden naar kerncentrale Daiichi waar tien jaar geleden een kernramp plaatshad, als gevolg van een zeebeving en een daaropvolgende tsunami. Het dorp Odaka bevond zich destijds in de zogeheten ‘no-go-zone’ – alle dorpen die binnen 20 kilometer van de kerncentrale lagen werden geëvacueerd. Van Fukushima was 12 procent onbewoonbaar.

In totaal kwamen als gevolg van de aardbeving en tsunami 15.900 mensen om het leven, 1614 daarvan kwamen uit Fukushima. Hoewel het aantal doden in andere gebieden vele malen hoger was dan in Fukushima, hangt het stralingsgevaar nog altijd als een donkere wolk boven de gemeenschap. “Eerst was er de evacuatie, toen we terug naar het dorp mochten was ons huis een puinhoop,” herinnert Nemoto zich. “Later was er de angst voor straling.”

Blootstelling aan straling

Het moeilijkste vindt Nemoto dat hij zijn vrienden van vroeger nooit meer spreekt. “Vrienden vertrokken en kwamen nooit meer terug, het contact is verloren, ik mis ze.” Volgens de overheid zijn nog altijd 36.000 mensen ontheemd. Veel mensen kunnen niet terug omdat hun huis is verwoest of het staat nabij een ‘hotspot’, waar lokaal verhoogde straling is gemeten.

In de meeste gevallen vertrokken mensen echter vrijwillig, met name jonge gezinnen wilden hun kinderen niet blootstellen aan de gevaren van straling. In Odaka heeft het geleid tot een leegloop: telde het dorp voor de ramp 13.000 inwoners, nu zijn dat er nog maar 3500.

Hier kan Tomoko Kobayashi over meepraten. Samen met haar man runt ze een ryokan (een traditioneel Japans hotel) aan de hoofdweg van Odaka. Ze mist haar kleinkinderen, maar ze heeft begrip voor hun besluit, zegt ze terwijl ze een kop groene thee inschenkt. “Wij zijn oud en gaan binnenkort dood, dus zijn we niet zo bang voor straling. Voor onze kleinkinderen is dat een ander verhaal, zij hebben een heel leven voor zich.”

In het ryokan zwaait ze een jong gezin uit dat in het hotel verblijft. “Veel van onze gasten zijn voormalige dorpsgenoten.” Het is een bekend beeld in de regio: jonge mensen die in het weekend even komen kijken hoe hun huis erbij staat.

Als Tomoko’s echtgenoot Takenori aanschuift, deelt hij vers gebak uit. Met volle mond somt hij op waar het momenteel aan ontbreekt in Odaka: “Ondernemers, boeren en scholen.” Wat daarvoor terugkwam is sociale cohesie. “De mensen die zijn gebleven delen hetzelfde leed, we begrijpen elkaar. Er is een sterke band en die geeft ons rust en enige verlichting,” zegt Tomoko.

Psychische klachten

Veel inwoners kregen volgens Tomoko last van psychische klachten, maar erover praten, dat doen ze liever niet. “In deze regio praten we sowieso niet echt over psychische zaken,” vertelt echtgenoot Takenori. Het is een karaktertrek die wel vaker aan mensen langs de Tohoku-kust wordt toegeschreven: het is een nuchter volk.

Volgens het echtpaar worden hun zorgen over de straling gebagatelliseerd door de Japanse overheid. Tomoko rolt een landkaart uit. Het is het werk van de stichting waar ze zich allebei voor inzetten. Die doet onafhankelijk van de overheid onderzoek naar alles wat met straling en de ramp te maken heeft: van het testen van voedsel tot het meten van stralingswaarden in de omgeving, ook waar de overheid niet meet.

Tekst gaat verder onder kaart

Vaak vielen hun metingen hoger uit dan die van de overheid. “Wij hebben dus geen enkel vertrouwen in de autoriteiten. Dat is ook waarom zoveel mensen in deze regio zich hebben verdiept in radioactiviteit.”

Het stel staat niet alleen in dit wantrouwen: Greenpeace kwam met een vernietigend rapport waarin de overheid wordt verweten niet eerlijk te zijn geweest over het stralingsgevaar in dorpen rondom de kerncentrale. Uit eigen onderzoek is gebleken dat in veel door de overheid als veilig bestempelde gebieden wel degelijk hogere stralingswaarden zijn waargenomen.

Takenori Kobayashi vermoedt dat er andere belangen spelen. “De overheid wil laten zien dat de wederopbouw voltooid is. Dat klopt niet,” zegt hij. Als voorbeeld noemt hij de komst van talloze zonnepanelenparken. Mensen die gevlucht zijn krijgen hun land niet verkocht aan particulieren. Familie wil het huis van een overleden vader of moeder niet erven vanwege de hoge erfbelasting in Japan, legt hij uit.

Op eigen benen

“Energiebedrijven kopen land op en leggen er met hulp van overheidssubsidies zonnepanelen neer,” aldus Takenori. Veel liever ziet hij dat het land naar jonge mensen gaat, zodat de boerengemeenschap weer op eigen benen kan staan. “Maar die jonge mensen komen niet.”

Seiko Moriyama (35) en haar dochter van twee zijn wat dat betreft een opvallende verschijning. In 2018 verhuisde Moriyama met haar gezin naar Odaka. “Na de ramp begonnen we met een klein koffietentje in de stationshal, ik woonde toen nog in Haramachi, wat hiernaast ligt. Ik wilde de mensen opvrolijken. Inwoners vroegen waarom ik me niet permanent kwam vestigen in Odaka. Toen de scholen in 2017 opengingen, besloten mijn man en ik een huis te kopen, en begonnen een café.”

Ze is niet bang voor de straling. Ze wijst naar een bord naast het station waarop actuele stralingsniveaus staan weergegeven: 0,19 microsievert per uur – net onder de veilig geachte bovengrens van 0,23 microsievert. “De gemeente houdt het allemaal netjes bij, dus ik kan me er niet druk om maken. Ik geloof het wel.”

Moriyama is hoopvol wat betreft de toekomst van het dorp. De oude middelbare en basisschool zijn tot een nieuwe school gefuseerd en die gaat dit jaar open, meldt ze enthousiast. Verder is er sinds vorig jaar een kinderdagverblijf waar haar dochter dagelijks een paar uur doorbrengt. Ook komt er een sportschool. “Je ziet dat ze jonge mensen naar Odaka willen halen.”

Iets dichter in de buurt van de kerncentrale ligt het dorpje Namie, tussen kerncentrale Daiichi en Odaka in. Namie bestaat vooral uit dichtbegroeide bergen, met af en toe een perceel waar vóór de ramp rijst of groente werd verbouwd maar dat nu braak ligt.

Minder dan 10 procent van de mensen keerde terug naar Namie. De overheid wil dat dat aantal omhooggaat, het overgrote deel van Namie is namelijk veilig verklaard. Volgens Greenpeace is dat echter een onverstandige wens: uit overheidsdata blijkt namelijk dat slechts 10 procent van Namie is schoongemaakt, bergachtig gebied is overgeslagen. De milieuorganisatie vreest dat radioactief materiaal via regenwater de tuinen van inwoners in kan stromen, geen bizar scenario in een land dat jaarlijks te maken krijgt met tientallen tyfoons.

Boer Masami Yoshizawa haalt zijn schouders op als hij dat hoort. “Mensen met jonge kinderen zijn bang en mensen zoals ik maken een compromis,” zegt hij. Zelf heeft hij geen kinderen, zijn ouders zijn niet meer in leven. Yoshizawa houdt driehonderd koeien, hij is een van de weinigen in Namie die weer aan het ‘boeren’ is. Vaak denkt hij terug aan de explosie, het is af te lezen aan de diepe groeven in zijn gezicht. “Vanaf deze heuveltop zag ik het gebeuren. Ik was bang voor een nucleaire explosie, dan waren we allemaal dood geweest.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Masami Yoshizawa is een van de weinige boeren die nog vee houdt in Namie. Beeld Hollandse Hoogte / Laif
Masami Yoshizawa is een van de weinige boeren die nog vee houdt in Namie.Beeld Hollandse Hoogte / Laif

Hij kookt weer van woede als hij erover praat. Hij neemt het de overheid, Tepco die de kerncentrale beheert en de rest van Japan kwalijk dat het zover heeft kunnen komen. Hij ging zelfs met zijn koeien naar het centrum van hoofdstad Tokio om te protesteren. “Ik wilde laten zien wie onder het energiebeleid van de overheid lijdt. Wij in Fukushima zijn de dupe van Tokio’s afhankelijkheid van kernenergie.”

Hoewel de boerderij de naam Boerderij van de Hoop draagt, is hij zelf weinig hoopvol. Hij zegt niet te geloven dat jonge mensen ooit terug zullen keren naar Namie. “Het is sayonara – vaarwel.”

Radioactief materiaal

Er ligt nog zo’n 14 miljoen kubieke meter aan radioactief materiaal verpakt in grote, zwarte zakken verspreid over de regio. Het materiaal moet worden verplaatst naar een locatie buiten de prefectuur waar het definitief zal gaan worden verwerkt. De regering verwacht dat dit tot ongeveer 2045 gaat duren.

Het schoonmaakwerk in de kerncentrale is een groter probleem voor de autoriteiten en Tepco, het bedrijf verantwoordelijk voor de kerncentrale. Het voorbije jaar verliep moeizaam: kapotte seismometers, hogere stralingswaarden dan waarmee men rekening hield en gebrek aan opslagruimte voor het afvalwater.

Nu wordt al het afvalwater nog opgeslagen in gigantische tanks op het terrein van de kerncentrale in Fukushima, maar in de zomer van 2022 verwacht Tepco dat er geen ruimte meer zal zijn voor het water. Het zou gaan om in totaal 1,2 miljoen ton liter. Tepco heeft twee opties: extra tanks bouwen voor de opslag of het afvalwater in zee dumpen.

Die laatste optie is controversieel. De voornaamste met straling besmette stof die nog in de tanks is opgeslagen is tritium, een radioactieve variant van waterstof die nog niet uit het water kan worden verwijderd. Sommige experts vinden de gevaren ervan verwaarloosbaar, maar er is ook veel weerstand, onder andere lokale vissers en buurland Zuid-Korea vrezen de schadelijke effecten van het dumpplan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden