De laatste keer dat ik aandacht heb besteed aan Beaujolais Primeur was in 2002. En dat was bepaald geen lofrede. Dat was in de tijd dat ik in Het Parool nog verslag deed van blindproeverijen. Het resultaat van die sessie zal toen niet tot grote drukte aan de kassa's hebben geleid.

Overigens was de populariteit van primeur in Nederland toen al tanende. Waar in de jaren zeventig en tachtig de komst van de jongste van de Beaujolais nog werd aangekondigd alsof het de intocht van Sinterklaas betrof, ging dat later steeds vaker gepaard met de stille trom. In het straatbeeld werden de tricolore banieren met 'Le Beaujolais Primeur est arrivé!' zeldzaam. Het aanbod van party's die op de derde donderdag van november werden gehouden om het vrijgeven van de wijn luister bij te zetten, droogde op. En supermarkten namen de primeur of nouveau alleen nog op als een soort serviceproduct. Slechts wat displays in het gangpad met een ramsjprijs markeerden het moment waar vroeger reikhalzend naar werd uitgekeken.

Was het nieuwe van de 'nouveau' af? Wilden we niet meer gezien worden met de wijn waarop onze ouders zo dol waren? Was Beaujolais Primeur een relikwie uit de tijd dat de bistro nog de horeca domineerde? Het zal er allemaal mee te maken hebben, maar de oorzaak lag vooral in Frankrijk: er was sprake van een stuitend gebrek aan kwaliteit.

Nu is het zo dat wijninkopers bij de primeur blind vertrouwen dienen te hebben in hun leverancier. Rustig proeven en de beste uitkiezen is er niet bij. Anders is 'arrivé' alweer 'passé'. Er dient betaald te worden als de druiven nog aan de ranken hangen en vervolgens is het afwachten op wat er van gemaakt is.

Helaas werd dat vertrouwen steeds vaker geschaad. Met het geld al op de bank namen veel producenten de inhoud van de fles niet meer serieus. Nu is ­Beaujolais Primeur nooit bedoeld om groots, complex en meeslepend te zijn. Maar onbekommerd, vrolijk en fruitig is toch wel wat anders dan zure klets, aangezoete rommel en vreugdeloze zooi. En 2002 spande de kroon. Ik heb de proefnotities van verschillende panelleden er nog eens op nageslagen. 'Zijn er nog liefhebbers van grondwater?', 'Hier laten ze vliegtuigen mee opstijgen', 'In deze moet een paling gezwommen hebben,' las ik terug. Uiteindelijk wisten we toen met veel pijn en moeite één Beaujolais Primeur te selecteren, terwijl er dertig waren ingestuurd. Voor mij reden genoeg om maar eens een journalistiek moratorium af te kondigen. Maar dat wordt bij deze weer opgeheven.

De trend om sommige rode wijnen koel te drinken, blijkt een blijverdje te zijn en speelt zeker een rol. Beaujolais in het algemeen en Primeur in het bijzonder zijn daar immers bij uitstek voor geschikt. Bovendien is er een groeiende belangstelling voor zuivere, eerlijke natuurwijnen. We wensen ons rood met veel fruit en met weinig of geen eiken. Maar misschien is doorslaggevend dat 2009 een ronduit verbluffend, niet te negeren jaar is voor de Beaujolais.

Op het biologisch werkende Domaine du Vissoux hebben ze nog nooit zoiets meegemaakt. Volgens de 96-jarige opa van eigenaar en wijnmaker Pierre-Marie Chermette, die nog steeds op het domein te vinden is, zijn het de mooiste druiven die hij ooit heeft gezien.

Ik proefde een paar weken geleden al twee door importeur ­Vinoblesse naar Nederland gesmokkelde flesjes Domaine du Vissoux Beaujolais Nouveau 'Griottes' 2009 (€ 8,50). Superrijp donker fruit en stoofpeer­tjes met kaneel. Romig, met zachte zuren. Uitbundig, gevuld, sappig en verbluffend. Pure reclame voor ­Beaujolais.

De banieren kunnen weer uit de mottenballen. En als uithangbord fungeert Vissoux. Sinds jaren drink ik de primeur weer met plezier. (HAROLD HAMERSMA)


Pateuning Wijn & Catering
Willemsparkweg 11
Tel: 020 - 662 00 23
www.pasteuning.nl