Stadsgids Bewaar

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden
© Floris Lok

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag lees je hier haar column uit Het Parool. Vandaag: een dochter die op papier nooit heeft bestaan.

En nu nog, jaren na haar sterfgeboorte, wil haar moeder ze soms slaan, de kop-op-zeggers en gaatwel-weer-over-praters.

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden. Zou ze staarten hebben gehad? Zou ze dol zijn geweest op die verfoeide Elsa uit Frozen? Zou ze een beetje slissen zoals haar moeder?

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden. Als ze had geleefd. Maar ze werd op dezelfde dag geboren als waarop ze stierf. En daarom bestaat ze niet.

Dat is de kille, juridische waarheid. Als ouders na een zekere zwangerschapsduur een kind krijgen, moeten ze dat aangeven bij het bevolkingsregister, ook als het is ­gestorven. Tegelijkertijd kan het kind niet worden bijgeschreven in de Basisregistratie Personen. Want de wet zegt: komt een kind dood ter wereld, dan wordt het ­geacht nooit te hebben bestaan.

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden. Haar moeder had geen idee dat haar dochter op papier niet bestond. Dat ontdekte ze toen ze het verhaal hoorde van een andere moeder, Natasja, die de petitie 'Ik wil ook in het BRP!' startte. In 2007 overleed Natasja's dochter Jolie na veertig weken zwangerschap. Toen Natasja later een zoon kreeg, hoorde ze dat ze voor de gemeente slechts één kind had. Het andere staat nergens vermeld.

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden. Haar moeder denkt aan de petitie van Natasja, aan Jolie, aan haar eigen dochter en aan miljoenen andere kinderen. Baby's met fijne gezichten, met speklijfjes, met oogleden zo zacht dat ze bijna aan je vinger blijven kleven. Baby's kortom met alles. Maar zonder kloppend hart. En dus zonder leven.

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden. Als mensen haar moeder vragen: 'Hoeveel kinderen heb je?' zegt ze: 'Twee.' Dat ze er drie kreeg, voelt te intiem om te vertellen op een werkreceptie of buurtborrel. Maar het zijn er onweerlegbaar drie.

Ouders van overleden kinderen zwijgen dikwijls. De opmerking 'Ik had een dode baby' is zo sfeerverlagend op feestjes. Bovendien tref je iets te regelmatig iemand die roept: 'Ach, daar moet je je overheen zetten. 't Is rot, maar daarna ga je doorrrr.'

Natuurlijk ga je door. Maar dit jaar zou ze zeven zijn geworden. En nu nog, jaren na haar sterfgeboorte, wil haar moeder ze soms slaan, de kop-op-zeggers en gaatwel-weer-over-praters. De bagatellisering van haar leed, rijt de wond juist open. En daarom raakt het haar zo dat ambtelijke molens haar kind ontkennen.

Dit jaar zou ze zeven zijn geworden. Mijn dochter. Ik durf niet vaak over haar te schrijven. Uit angst dat lezers zeggen: heb je haar weer met dat dode kind. Maar ik draag een afdruk van haar voetje om mijn nek. En als mensen er naar vragen, vertel ik. Gretig. Omdat zij weer even wordt gezien. Iedereen moet worden gezien, ook de doden.

Eigenlijk geef ik niets om officiële papieren. En toch doet het zeer dat mijn kind niet op een archieflijstje prijkt. En dat ze zo letterlijk is doodgezwegen. Want de wet bepaalt dat mijn dochter niet bestaat.

Maar dit jaar zou ze zeven zijn geworden.

En voor haar vader en mij is ze er. Altijd.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.