Stadsgids Bewaar

Amsterdam heeft nu eerste wijn van eigen bodem

Deelnemers konden intekenen op hun eigen wijn: de solaris, de johanniter of de bolero
Deelnemers konden intekenen op hun eigen wijn: de solaris, de johanniter of de bolero © Eva Plevier

De eerste wijn van Amsterdamse bodem werd zondag gepresenteerd in Noord. "Ik houd van de zuren van Amsterdam!"

Misschien dat de voordracht van Femke Halsema als eerste vrouwelijke burgemeester van Amsterdam een historisch moment was, maar Amsterdam-Noord heeft zo zijn eigen mijlpalen: de eerste wijn van eigen bodem.

Zondag werd op het terrein van Noordoogst de eerste wijn gepresenteerd van No Chateau, een stadswijngaard in Tuindorp Oostzaan.

Het is het verhaal van een groep wijnliefhebbers die in 2015 op het idee kwamen door een stadswijngaard in Den Haag, in het Laakkwartier - een wijk achter station Hollands Spoor, waar doorgaans meer Heineken wordt weggezet dan sauvignon blanc. Zo'n wijngaard moest in Amsterdam toch ook kunnen?

Eerst probeerden ze het bij Sloterdijk, maar die groep viel 'door een verschil in visie' uiteen. Op Sloterdijk kwam Stadswijngaard Wijn van Bret, en de mensen die nu No Chateau vormen, konden terecht op een veld aan het einde van de Meteorenweg.

Bourgogneklimaat
Beide wijngaarden werken volgens hetzelfde principe: 70 deelnemers verzorgen elk één of meer 'plots', tien planten, en betalen daarvoor per jaar 225 euro huur. De planten gingen in 2016 de grond in. Alleen heeft No Chateau in 2017 al geoogst, en is Wijn van Bret dat pas volgend jaar van plan.

Er zit in elk geval fruit in en dat is belangrijk!

In het welkomstpraatje vertelt Claire Felicie van No Chateau over het begin. "Bij de plantdag kwam iemand nog naar me toe met tien planten in zijn hand: moet dit allemaal in één gat? Maar het is goedgekomen."

Ze bedankt Moeder Natuur, die zo mild is geweest voor de prille wijnranken. Spreeuwen en konijnen bleven op afstand (daar zijn ook wat netten aan te pas gekomen) en het ging regenen wanneer het moest. Meteen het eerste jaar waren er al zo veel druiven dat besloten werd direct te oogsten.

Je zou kunnen zeggen: dit is een heel klein lichtpuntje van de opwarming van de aarde. Of zoals ze hier zeggen: het bourgogneklimaat trekt op naar het Noorden.

Goed genoeg?
Spannende vraag: zijn de druiven van een eenjarige plant al goed genoeg voor lekkere wijn?

Vinoloog Ellen Dekkers is gevraagd om voor het verzamelde publiek de wijn te proeven. Een precaire kwestie natuurlijk, want zo'n feestelijke middag is niet het moment om harde noten te kraken. De johanniter, een witte wijn, heeft iets van perzik met een beetje citroenzuur, en een subtiel bittertje aan het eind.

Prachtig diplomatiek: "Ik houd van de zuren van Amsterdam!" De solaris heeft iets van papaya - "Dit is allemaal subjectief hè? Er zit in elk geval fruit in en dat is belangrijk!" - en de bolero, de rode wijn, is sappig. "Die kan bij alles!"

Leuk uitje
Paul van Kesteren (69) heeft de bolero verbouwd. Hij neemt er een flesje van mee naar huis, en twee halve witte van de andere druiven. Tot zijn pen­sioen werkte hij in de Stadsschouwburg, deze wijngaard is vooral een leuk uitje voor de zondagmiddag. "Ik doe veel in de natuur, ik imker ook."

Grace de Thouars (54, 'geboren in 1963, een prachtig wijnjaar!') zeult acht flessen met zich mee: vijf grote en drie kleine. Voor vrienden (deze wijn is niet voor de verkoop). "Ik doe dit puur voor mijn plezier. Hoe leuk is het om zelf wijn te verbouwen in Amsterdam?"

'Dit is niet levensbedreigend

Wijnspecialist Harold Hamersma proefde de wijnen op verzoek van Het Parool. Uit puur chauvinistische overwegingen zou hij willen zeggen: koop je wijn bij No Chateau. "Maar Heineken en Bols hoeven nog niet te vrezen voor hun drankimperium."

Allereerst: het is goed dat de wijnbouwers hebben gekozen voor de bolero, de johanniter en de solaris. Dat zijn druiven die het goed doen in Nederland. "Maar van de bolero, de rode wijn, zou Gerard Joling zingen: No more Bolero's! Dat is echt geen wijn, dat is nog net geen azijn. Als je houdt van hoge zuren moet je dit drinken."

De witte, de solaris en de johanniter, zijn iets beter. "Die beginnen op wijn te lijken. Ze zijn zoetig, beide: het begint met zoet en dan is het zuur en dan is het klaar."

Kortom: nog even oefenen.

Het zijn nog heel jonge stokken. In wijnlanden als Frankrijk of Italië worden pas na vier jaar de druiven gebruikt voor officiële wijn. Vruchten van eerdere jaren worden gebruikt voor vin de table, die van de kartonnen pakken in de supermarkt, of verwerkt tot pure alcohol.

"In principe doet de wijndruif het overal. Als je goed je best doet, en ik denk zeker dat deze mensen dat hebben gedaan, kun je er een drinkbaar product van maken. Dit is niet levensbedreigend. Maar de edele rassen, voor echt bijzondere wijn, die doen het niet op Nederlandse grond. Onze grond is veel te rijk. Klimaatverandering of niet, Nederland is gewoon niet echt een wijnland."

Hij heeft nog één puntje: er is al eerder wijn gemaakt van Amsterdamse druiven. In de Jacob Marisstraat in Zuid heeft in 2009 Michiel van Mens wijn gemaakt van de druiven in zijn geveltuintje. Hij grinnikt. "Die was ook niet te zuipen."