live

Lees terug: de mooiste herinneringen uit 50 jaar Paradiso

Naar aanleiding van 50 jaar Paradiso verzamelt Het Parool herinneringen aan het poppodium. Wat was jouw meest gedenkwaardige bezoek? Stuur je verhaal, eventueel met foto/video, naar nieuwsdienst@parool.nl.

Live

Bekijk nieuwe update(s).
  1. 'Atheïst zingt halleluja'

    Het is een doordeweekse avond in mei, 1992. In de grote zaal zitten denk ik 450 mensen. Op het podium vijf blinde oude mannen die gospel zingen zoals ik het nog nooit gehoord heb, The Five Blind Boys of Alabama.

    Het oogt fragiel en ontzettend intens. De muziek is swingend en opzwepend. Het publiek gaat uit zijn dak. Paradiso gloort in zijn oude functie met de oude glas-in-lood-ramen in combinatie met deze mannen.

    De muziek duikt in je hart en voel je in je hele lijf. Als de mannen het podium afstappen in een treintje met de rechterhand op de schouder van hun voorganger, staat zelfs deze atheïst halleluja te zingen en reikt het hele publiek naar de mannen. Ze moeten aangeraakt worden, gevoeld.

    Remco Boas (52), Assendelft

  2. 'Flashing Freddy won de juryprijs'

    In 1979 kwam ik op een feestje de man van Paradiso's Latente Talenten Show tegen. Bert Blanken, een aardige vent en heel muzikaal. We hadden het over muziek en hij vroeg of ik ook iets deed. Eigenlijk niet, maar ik speelde wel ooit mondharmonica, gaf ik toe.

    Bert was geïnteresseerd en zei: kom spelen op de talentenshow, dan krijg je een goede band achter je. Dat was toen The Scene, dacht ik.

    Ik werd geboekt voor een woensdagavond ergens in november, in de kleine zaal.

    Om mijn optreden handen en voeten te geven wilde ik onder de naam Flashing Freddy een podiumact doen als vunzige straatmuzikant, tevens potloodventer.

    In de apotheose aan het eind van het nummer zou Freddy zijn regenjas opentrekken en Bert moest mij dan als de bliksem van het podium gooien.

    De bewuste avond: Bert kondigt mijn optreden aan en zet zich zelf achter de piano. De band begint en ik kruip zo vunzig mogelijk het podium op naar de microfoon toe.

    Blindenzonnebril, frommelig hoedje, vale regenjas, gympen, ik had een paar tanden zwart gemaakt, afijn. Ik hijs me op aan de standaard, lach wat naar de zaal en val in.

    Met zulke muzikanten achter je zit je gewoon in een leunstoel en we komen al snel in de fade out. Het publiek applaudisseert, Flashing Freddy slaakt kreten en doet in extase zijn regenjas open en dicht.

    Bert weet echter niet van ophouden en laat de band nog minstens zestien maten de exhibitionistische act van Flashing Freddy begeleiden, voordat hij mij in een goedmoedige houdgreep het podium afzet. Evengoed een leuke ervaring.

    Een paar maanden later kom ik Bert tegen in de Utrechtsestraat. Ik zit in de finale van de Latente Talenten Show, zegt-ie, verdomd als het niet waar is.

    Daar stond ik dus zomaar in de grote zaal. De act werd daar een degelijk leernicht-nummer. De pet en spulletjes kreeg ik van Rob's Leather, onder mijn jas zat een camera met flitser.

    The Lau heeft zich rotgelachen, ik zie het nog voor me.

    Evengoed de juryprijs gekregen. Brigitte Kaandorp stond in dezelfde finale en werd derde, geloof ik.
    Louis van Poeteren (72)

  3. 'We sliepen op de brandtrap'

    Radio 538-dj Dennis Ruyer (45) ging 'als puberjongetje' voor het eerst naar Paradiso, voor een concert van de Amerikaanse hiphop-groep Boogie Down Productions met frontman KRS One.

    Hij schrijft: 'Het zal waarschijnlijk 1988 of 1989 geweest zijn. Het album By All Means Necessary was net uit, en hits als My Philosophy zetten de zaal op z’n kop.'

    Ruyer had tegen zijn ouders verteld dat hij zou blijven logeren bij de tante van zijn schoolvriend Atilla.

    'Hij vertelde ongeveer hetzelfde aan zijn ouders. Na het concert hebben we geslapen op de brandtrap achter Paradiso. De ochtend erna werden we rond half zes wakker van het stadsgeluid, en met de stalen noppen van de brandtrap in onze huid gegraveerd keerden we tevreden huiswaarts.'

  4. Met een filmpje wachten op Freddie King

    Het was een zaterdagavond in 1975, ik was vijftien en zou voor het eerst naar het beruchte Paradiso gaan. Ik mocht van mijn ouders gaan omdat er wat oudere buurjongens meegingen die zij blijkbaar wel vertrouwden.

    Natuurlijk gingen wij vroeg weg, om maar niets te hoeven missen van het concert van de Texaanse gitarist Freddie King. Eigenlijk wist ik niet goed wat mij te wachten stond, maar volgens mijn buurjongens was Freddie King geweldig.

    Aangekomen in Paradiso keek ik mijn ogen uit; een oude kerk gelegen aan het Leidseplein, er hing een enorme wietlucht en het publiek was een mengeling van hippies, Surinamers en uiteraard de bluesliefhebbers.

    Gespannen wachtte ik af wat komen zou. Een dia maakte duidelijk dat de tourbus met pech was komen te staan en dat het zeker tot twaalf uur zou duren voordat de band zou beginnen.

    Als opvuller zou de film Once Upon a Time in the West worden vertoond. Dan maar even snel naar huis bellen, dat ’t ietsje later zou worden. Ondertussen kon ik mooi even boven gaan kijken.

    In wat nu de kleine zaal is, stond een groot poolbiljart. Dit vertrek was duidelijk in handen van de Surinamers, die getooid waren in lange leren jassen en hoge Afro-kapsels hadden. Tussen de begane grond en de eerste verdieping was de eerste Amsterdamse coffeeshop gevestigd.

    Het was al diep in de nacht toen het optreden eindelijk begon. King had een Presley-achtig pak aan en volgens de kenners was hij de eerste die zijn gitaar liet klinken van de ene naar de andere box (een soort stereo-effect).

    Het optreden was geweldig en na afloop, staande op de eerste rij, mocht ik hem zelfs de hand schudden. Nog steeds is Freddie King mijn favoriete gitarist en Paradiso mijn favoriete concertzaal.
    Ruud Monde (57)

  5. 'In Paradiso spelen, prachtig'

    Wessel Armando Kuit (32) speelde zelf in de grote zaal van Paradiso. Als drummer begeleidde hij in 2011 Angela Moyra in de finale van de Grote Prijs van Nederland. Ze wonnen de finale niet, maar het was nog steeds een prachtig moment, zo schrijft hij.

    'Midden in de grote zaal. Ouders, vriendin, dochter, familie en vrienden er om heen. Als Diemense/Amsterdamse muzikant is Paradiso altijd een van de hoogtepunten in een muzikale carriére.'

  6. 'Die avond werd het: Prince eerst'

    Ik kwam al in Paradiso gedurende mijn schooltijd, omdat een van mijn leraren van de IVO in een theatergroep zat en de 'Levende objecten show' opvoerde, maar uiteraard ging ik ook naar andere concerten.

    Dat was mijn psychedelische periode: veel ecoline 'vloeistof projecties' op de wanden van Paradiso en blowende gelijkstemden in sterk ruikende Afghaanse jassen.

    Later, in de jaren 80 en 90, woonde ik pal naast Paradiso. Weteringschans nummer 14. Het huis met de torentjes.

    In het pand woonde ook een illustrator, een kunstenares en een reclameman - het was een gezellige creatieve feestende bijenkorf. Zoals dat hoorde. Ik werkte op de Prinsengracht, op een steenworp afstand, ook in de reclame.

    Toen ik eenmaal naast Paradiso woonde, ging ik ook wat vaker naar nieuwe, wat minder bekende acts kijken. Zoals die ene avond in 1981.

    Voor aanvang zagen we een kleine donkere man, met snor en wild haar, over het podium paraderen in een 'Sergeant Pepper'-achtige jas, met nylons/kousen aan en vrij weinig anders. Hij liep vrij hoog op de hak. Mannen in mijn omgeving droegen toen geen hakken. Het was een bijzonder voorkomen, niet perse mooi, maar spannend.

    Nu vond ik in die tijd niemand beter dan Jimi Hendrix. Het eerste wat ik 's ochtends opzette was een Hendrix-album. Ik was heel halstarrig in mijn bewondering, ik stond gewoonweg niet open voor andere artiesten in dat genre.

    Die avond werd alles anders. Die avond werd het voor mij eerst Prince, en dan pas Jimi Hendrix. Tot op de dag van vandaag.
    Linda Beer

  7. Een verzoeknummer van The Stones

    Nico van Gog zag hoe The Rolling Stones in Paradiso zijn verzoeknummer Sweet Virginia speelden.

    De legendarische rockband stond in mei 1995 twee avonden voor een uitverkochte zaal en dat was een unicum, want eigenlijk was de band veel te groot voor Paradiso.

    Voor de gelegenheid lieten The Stones een extra, tweede balkon aanbrengen in de zaal. Paradiso vond het een goed idee: bij de grootscheepse verbouwing die de zaal in 2002 onderging kwam er een definitief tweede balkon.

    Enkele opnames van de Paradiso-shows zijn terug te horen op het album Stripped, dat eind 1995 uitkwam. In zijn autobiografie Life noemt gitarist Keith Richards Paradiso een van zijn favoriete zalen.

  8. 'Sneaky opnames maken van het concert'

    Ik woonde en werkte in Den Haag en was begin dertig. Ineens kwam het bericht dat The Black Crowes in Paradiso op 7 juli 1993 een verrassingsconcert zouden geven.

    Het was maar een paar dagen van tevoren aangekondigd en de kaartverkoop was gelijk gestart en binnen een paar uur was het optreden uitverkocht. Heel veel fans visten achter het net en hoorden er pas later van, zo ik ook.

    Maar ik had een plan en ben op de zomerse dag van de zevende juli naar Amsterdam gegaan en wilde met mijn simpele videocamera een reportage maken over de fans die rond Paradiso zouden hangen en die nog een kaartje wilden kopen bij de zwarte handel.

    En misschien zou mij dat ook lukken en zou ik eventueel ook nog binnen met mijn Sony-handycam wat van het concert op kunnen nemen.

    Ik was al vroeg op het Leidseplein die dag en ik maakte geweldige opnames en portretjes van wanhopige fans die nog een kaartje probeerden te bemachtigen. De meeste zijn wel binnengekomen. Ook wist ik de enerverende aankomst van The Black Crowes per bus vast te leggen.

    Aan het eind van de middag kon ik ook voor 75 gulden een kaartje ritselen en ben ik met mijn camera, goed verborgen, Paradiso binnengegaan.

    Ik zocht gelijk een plekje op het balkon en vond een perfecte plek in het midden op de eerste rij. En zo kon ik ook sneaky opnames maken van het concert. Spannend!

    En nu staat mijn gemonteerde en humoristische mini-documentaire van een kwartier met de fans al jaren op YouTube, gevolgd door de bootleg van ruim een half uur van het optreden.

    Het was voor mij een memorabele dag in en om Paradiso en ik was er als One Man One Camera.

    DirkJan Vos (1960)

  9. 'Achter de band aan naar binnen'

    Ik ging in de jaren tachtig regelmatig naar punkconcerten in Paradiso.

    Op 5 december 1982 zouden de Dead Kennedys optreden en daar wilde ik beslist bij zijn. Maar het concert was direct uitverkocht en het lukte me niet om aan kaartjes te komen. Alleen vriend Bert was er in geslaagd een kaartje te bemachtigen.

    Toen besloot ik maar eens een poging te wagen op de zwarte markt; op de stoep voor Paradiso werden altijd kaartjes te koop aangeboden. Uitgerekend dit keer niet. Dus dat concert ging nu echt aan mijn neus voorbij.

    Toen zag ik de limo van de band aan komen rijden. Ze parkeerden voor de zij-ingang. Ik liep eropaf en wandelde zo achter de band aan naar binnen. Ik had net een maand in Californië gereisd dus kon wel een beetje Californian slang meepraten.

    We liepen door een kantoortje heen, maar toen ik er bijna doorheen was riep één van de beveiligers dat ik er niet bij hoorde. Ik begon gelijk te rennen met twee beveiligers achter me aan. Snel een paar deuren en gangetjes door en toen stond ik ineens in de grote zaal vol mensen en konden ze me niet meer vinden.

    Ik bestelde een biertje en klopte Bert op zijn schouder. Het was een waanzinnig concert waarbij zelfs enkele mensen van de balkons naar beneden sprongen. Maar niemand van de aanwezigen had zoveel adrenaline in zijn lijf als ik.’
    Bas Baljet, 62 jaar

  10. 9 herinneringen aan debuut

    Zanger Huub van der Lubbe (die dit jaar voor de 75ste keer in Paradiso optreedt), DWDD-presentator Matthijs van Nieuwkerk (die er een vieze bundel kocht), Topnotch-baas Kees de Koning (die er zijn jeugd doorbracht) en nog eens zes artiesten vertelden ons over hun debuut in Paradiso, als bezoeker dan wel artiest.

    Lees verder: 'De eerste keer optreden in Paradiso is als je eerste keer neuken: je bent zenuwachtig, maar het is heerlijk.'

  11. 'Ik voel nog altijd: hier gebeurt het'

    De eerste keer dat ik naar Paradiso ging, stonden mijn ouders me na afloop bezorgd op te wachten onder aan de trap bij de ingang. Het waren de nadagen van het hippietijdperk en Supersister trad op.

    Diep onder de indruk was ik. Van Supersister, maar meer nog van Paradiso. Hier gebeurde het – hoewel dat ‘het’ niet veel meer leek in te houden dan dat de meeste aanwezigen languit en knetterstoned op de vloer lagen.

    Hoe anders was dat twee jaar later. Punk was inmiddels losgebarsten en Paradiso had zich moeiteloos aan de nieuwe tijd aangepast. The Stranglers traden op en de energie droop van de muren. Dat de Hells Angels in gelid op het podium stonden was doodeng, maar deed niks af aan de opwinding. Enthousiast sloot ik me aan bij het wild pogoënde publiek. Ja, hier gebeurde het.

    Toen ik weer een paar jaar later naar Amsterdam verhuisde, was dat om veel redenen spannend, maar heel hoog scoorde de directe nabijheid van Paradiso.

    Concerten van al die groepen die ik zo te gek vond op fietsafstand. Ik zou er, beroepsmatig, nog veel en veel vaker komen dan ik me toen kon voorstellen, soms meerdere keren per week.

    Ik zag als popjournalist Paradiso veranderen van een gezellige bende in een geolied bedrijf, dat niet alleen in eigen huis bijna dagelijks concerten organiseert, maar ook elders in de stad programmeert. Maar spannend bleef het er.

    Als vijftienjarige betrad ik Paradiso die eerste keer met knikkende knieën. Dat is er inmiddels niet meer bij, maar bij het binnengaan van de zaal is er nog altijd een op zijn minst lichte opwinding. In Paradiso gebeurt het.

    En leuk dat u het vraagt: het beste concert dat ik in Paradiso meemaakte, was dat van D’Angelo op 3 maart 2015.
    Peter van Brummelen, popjournalist van Het Parool