PlusInterview

Zwemtalent Kenzo Simons, beleefd en bescheiden tot de waterkant

Voor Kenzo Simons was het dit voorjaar geen ramp dat de Olympische Spelen een jaar werden uitgesteld. Het zwemtalent had zich nog niet gekwalificeerd; daar krijgt hij komend jaar de kans voor.

Kenzo Simons: ‘Het kostte me in het Nationaal Trainings­centrum veel moeite me aan de trainingen aan te passen.’Beeld Jakob Van Vliet

Of het de volgende keer later mag dan tien uur ’s ochtends. Kenzo Simons (19) vraagt het terwijl hij met zijn rechterhand in zijn oog wrijft. “Ik moest vroeg mijn bed uit voor dit interview.”

Normaal staat hij elke ochtend om half zeven naast zijn bed om te gaan zwemmen, maar deze week in augustus heeft hij vakantie. En vakantie betekent geen wekker zetten, uitslapen en heel weinig doen. Vooral niet zwemmen.

De in Paramaribo geboren vrijeslagspecialist op de korte afstand wordt door zijn trainer een beetje lui genoemd. Van ­Simons mogen vakanties ook best wat langer duren. Het vele trainen valt hem soms zwaar. “Het is erg intensief,” zegt hij, “elke week weer. Van mij hoeft het nieuwe seizoen nog lang niet te beginnen. Ik heb wedstrijden nodig om gemotiveerd te ­raken. Tijdens meetmomenten of kwalificatieperiodes ben ik op mijn best. Dan raak ik echt geïnspireerd.”

Sprinters trainen over het algemeen liefst kort en intensief, zodat ze sneller uit het water kunnen. Voormalig wereldkampioen Jesse Puts, met wie Simons geregeld een baantje trekt in het Sloterparkbad, heeft dezelfde karakter­eigenschappen. “Ik zet me wel in tijdens trainingen,” verduidelijkt ­Simons, “maar in wedstrijden kan ik altijd net iets meer geven.”

Dat bleek in december vorig jaar. Simons verpulverde het wereldrecord voor junioren op de vijftig meter vrije slag op de korte baan. Met 20,98 seconden was hij niet alleen de eerste Nederlander die onder de 21 seconden dook, nooit was er op die leeftijd iemand sneller geweest dan hij.

Simons klopt zichzelf niet graag op de borst. De vraag of hij wel beseft dat hij op jonge leeftijd sneller is dan zijn grote idolen, lacht hij verlegen weg. “Misschien een beetje. Ik heb dat soms gewoon nog niet door. Het is wel ziek natuurlijk. Misschien zien anderen mij zelfs later wel als idool.”

Prestaties en plezier

Hoewel Simons pas 19 jaar oud is, heeft hij al een heel zwemleven achter de rug. Zwemles is in ­Suriname niet verplicht, maar op zijn vierde trok hij met zijn vrienden al baantjes. Een jaar later deden ze namens zwemclub De Dolfijn al mee met wedstrijden. Eerst in Suriname, daarna op onder meer Jamaica, Trinidad en Tobago en de Bahama’s. Simons vond de sport vooral leuk, omdat hij zijn vrienden dan elke dag zag. Bij voetbal, basketbal of judo trainde je maar twee of drie keer per week met elkaar.

Pas halverwege zijn tienerjaren werden prestaties aan het plezier gekoppeld. Drie jaar geleden verruilde Simons daarom De Dolfijn in ­Paramaribo voor De Dolfijn in Amsterdam, zijn ouders en zusje gingen mee. Vanuit Amsterdam en met de Nederlandse nationaliteit kwalificeerde Simons zich eenvoudiger voor internationale jeugdtoernooien als het European Youth Olympic Festival, de Europese Jeugdkampioenschappen en de Olympische Jeugdspelen.

Via De Dolfijn kwam Simons terecht in het Opleidings­centrum, tussen de grootste ­talenten van het land. Sinds dit voorjaar traint hij in het Nationaal Trainingscentrum met de ­beste zwemmers van Nederland.

Die trainingen vallen Simons soms best zwaar. “Hier zijn ze veel intensiever. Het kostte me veel tijd om me eraan aan te passen. Al lig ik nu ook nog elke middag even te slapen. Ik heb al mijn energie nodig in het zwembad.”

Hij komt internationaal uit voor ­Nederland, maar zijn Surinaamse achtergrond zit diep. De beste zwemmer aller tijden is volgens ­Simons Anthony Nesty, de enige Surinamer die ooit olympisch goud won voor het Zuid-Amerikaanse land. In 2013 hebben ze elkaar ontmoet in Florida, tijdens een trainingskamp.

Een andere Surinaamse gewoonte: iedere volwassene spreekt Simons aan met ‘u’. Zelfs wanneer ­iemand nadrukkelijk aangeeft dat tutoyeren is toegestaan, blijft Simons volharden. “Sorry, maar dat heb ik zo geleerd. Ik ben het nu eenmaal zo gewend.”

Simons blijft beleefd, tot hij aan de rand van het zwembad staat. Dan denkt hij alleen nog aan zichzelf. “Alleen met die instelling kan ik de Olympische Spelen halen.”

Twee tienden

Hij vond het niet erg dat de Olympische Spelen van Tokio vanwege de corona-uitbraak werden verzet naar 2021; de Amsterdammer had zich nog niet gekwalificeerd. “Ik ben nog jong en krijg nu een jaar extra om mezelf sterker te maken. Vergeleken met vorig jaar moet ik nog twee tienden sneller zwemmen. Dat lijkt weinig, maar op de 50 meter vrije slag is dat heel veel, elke honderdste van een seconde is al veel. Maar ik weet zeker dat ik het kan halen.”

Met december als nieuw kwalificatiemoment denkt Simons de komende maanden alleen maar aan die twee tienden. “Dat getal zit onafgebroken in mijn hoofd. Er mag ook een grotere hap van mijn tijd af, natuurlijk. Ik wil niet naar de Olympische Spelen om te leren of om ervaring op te doen. Ik wil naar de Olympische ­Spelen om er te staan. Het liefst op het podium, dat lijkt me echt ziek.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden