Plus Achtergrond

Zes Ajacieden over hun favoriete klassieker: ‘Ik zag mensen huilen’

In aanloop naar de wedstrijd zondag vroeg Het Parool zes prominente Ajacieden naar hun mooiste klassieker. Marko Pantelic, David Endt, Hedwiges Maduro, Menno Pot, Kelly Zeeman en Rick Brandsteder blikken terug.

Hedwiges Maduro viert feest in de Kuip. Beeld ANP

1. Marko Pantelic 

De Servische Spits Marko Pantelic (41) speelde slechts één seizoen voor Ajax, maar wist in korte tijd uit te groeien tot publiekslieveling. Beeld ANP

“Ja, de klassieker, die was fantastisch om te spelen. Je had natuurlijk ook de derby’s tegen PSV, maar deze waren nog specialer voor de fans. Ik stond vooraf stijf van de adrenaline. Ik ben echt heel blij dat ik deze wedstrijden heb mogen spelen. Nog blijer ben ik dat ik ze ook nog eens succesvol heb mogen afronden en dat mijn rol in het team goed en groot was. Ik heb vier keer tegen Feyenoord gespeeld: drie gewonnen, één keer gelijk. Aan verliezen deden we niet. Van PSV heb ik volgens mij alleen maar gewonnen. Ik weet niet of er andere spelers zijn die zulke statistieken kunnen weerleggen. Volgens mij is het uniek.

Mijn favoriete klassieker was de eerste die ik speelde. Ik was toen een paar maanden in Amsterdam. De media, de mensen met de meningen, accepteerden me niet. Wat moet hij hier? Hij is al dertig, zeiden ze. Misschien hadden ze niet door dat Ajax ervaren voetballers nodig had om de jonkies te leren wat professionaliteit behelst.

De fanatieke supporters stonden achter me, maar die wedstrijd won ik het hele stadion voor me. Het werd 5-1, ik gaf drie assists. Rond de 70ste minuut wisselde de trainer me en toen kreeg ik een staande ovatie van de Arena. Na de wedstrijd gaven teamgenoten en mensen hoog in de boom bij Ajax kritiek op de media. Ze namen het voor me op in interviews, legden uit hoe belangrijk ik was voor de ploeg. En omdat ik net drie fantastische assists had gegeven, durfde niemand tegen ze in te gaan. Vanaf dat moment ging het de goede kant op. Uiteindelijk heb ik een geweldige tijd gehad in Amsterdam.

Ik volg Ajax nog steeds. Hoewel ik niet vaak in Amsterdam ben, kijk ik waar mogelijk op tv. De club heeft een heel grote plek in mijn hart. Vorig jaar ben ik nog naar de thuiswedstrijden tegen Juventus en Tottenham geweest. En ik ben vicepresident van de Servische bond, dus ik heb vaak contact met Dusan Tadic. Heel aardige, nette jongen. Heel professioneel. Ik hoop dat Dusan nog een aantal succesvolle jaren zal hebben bij Ajax en dat Ajax succes zal hebben met Dusan.

Of ik denk dat Ajax zondag gaat winnen? Natuurlijk, dat staat voor mij niet ter discussie. Sterker nog, dat staat bij deze wedstrijd nooit ter discussie. Ik geloof in de trainer. De filosofie sluit aan op die van Ajax en dat is ook mijn filosofie. Ze spelen modern voetbal, heel aanvallend en agressief. Ze zijn in staat om overal op het veld druk te zetten. Ik weet waar ik het over heb, ik ben zelf ook in het bezit van een trainersdiploma. Zo hoort een team te spelen. Of ik trainer wil worden? Nee, misschien directeur voetbalzaken, maar dan is het goed als je alle facetten beheerst.

Zelfs als ze een goal moeten incasseren, is er niets aan de hand. Ajax weet namelijk dat ze er altijd eentje meer kunnen scoren dan de tegenstander. Dat is de juiste mentaliteit, daar hou ik van. Dus maak je geen zorgen, dit worden drie punten voor Amsterdam.”

2. David Endt

De 65-jarige David Endt was bij Ajax jeugdspeler, redacteur, perschef en (tot 2013) teammanager. Hij is publicist en heeft een wekelijke column in Het Parool. Beeld ANP

“Mijn favoriete klassieker? Dat is lastig, want ik ben van de heel oude stempel, dus ik heb er aardig wat gezien. De mooiste herinneringen bewaar ik echter aan die van 1966. Ik woonde toen in Slotervaart, Ajax speelde nog in de Meer. Met twee vrienden pakte ik de tram van West naar Oost. Eenmaal aangekomen werd het pas echt spannend. We moesten namelijk in de rij gaan staan voor kaartjes. Bij van die oude loketjes, die helemaal schots en scheef stonden.

We waren een meter of twaalf van de kassa verwijderd, toen de verkoper een bordje met ‘uitverkocht ’aan het loket hing. Geen Ajax-Feyenoord voor ons. Dat was een enorme domper, of beter gezegd, had een enorme domper kunnen worden.

Zo makkelijk gaven we namelijk niet op. We moesten en zouden die wedstrijd zien. Dus klauterden mijn vrienden en ik over een hek met pinnen. Een heel gehannes en best gevaarlijk, maar we kwamen er zonder kleerscheuren van af. We kwamen uiteindelijk binnen bij Vak G, aan de Diemenzijde. De wedstrijd was al begonnen, buiten hadden we aan het gejuich gehoord dat Ajax op 1-0 kwam.

De tweede helft speelde Ajax onze kant op. Er stonden allemaal grote mannen voor me, dus ik had niet echt goed zicht, maar de ongelooflijke wervelwind die Ajax creëerde, ontging me gelukkig niet. Sjaak Swart scoorde een goal die ik nooit zal vergeten, van 30 meter, zo de bovenhoek in. Het werd 5-0, met ook nog twee goals van Johan Cruijff erbij. We hadden niet betaald, maar wel ons leven geriskeerd om binnen te komen. Die wedstrijd staat in mijn hart en ziel gegrift. Zo zou Ajax-Feyenoord moeten zijn.

Er was die dag wel rivaliteit, maar nog geen animositeit. De klassieker is daardoor zijn glans verloren. De omslag kwam aan het einde van de jaren zeventig. Misschien werd voetbal te belangrijk. Het Engelse hooliganisme waaide over naar Nederland. Ondertussen zakte Feyenoord sportief een beetje weg. Dat zorgde voor na-ijver en jaloezie aan Rotterdamse zijde, en hier ontstond een stevig superioriteitsgevoel. Plots lieten haat en woede hun lelijke gezichten zien op de tribunes.

Als teammanager heb ik aan den lijve ondervonden hoe verziekt de verhoudingen waren geworden. Het moet 1996 zijn geweest. Wij gingen per bus naar De Kuip. Dat kon onveilig worden, dus had de politie in al zijn wijsheid een alternatieve route uitgestippeld. Ik zat in de bus naast Menno Willems, een aanstormend talent. Mijn rol was om hem op zijn gemakt te stellen, te zorgen dat hij zich onderdeel van de groep voelde.

We reden door een wijk met allemaal drempels. Die bus ging schoksgewijs de straat door, waardoor er geen vaart in kwam en steeds meer mensen zich rondom ons verzamelden. We werden bekogeld met alles wat los en vast zat - blikjes, stenen, dat werk. Vanaf rechts zag ik ineens iets aankomende, ik hoorde de ruit verbrijzelen, en er schoot een staaf rechts langs mijn hoofd. Het ding schampte de nek van die arme Menno Willems. Stel dat die staaf zijn of mijn slaap had geraakt. Een absolute tragedie was die dag dichtbij.

We doken allemaal naar de grond, probeerden ons te verschuilen. Met dank aan politie en ME hebben we uiteindelijk het stadion gehaald, maar van mij hoefde het niet meer. De limiet was overschreden. Zo’n golf van haat en agressie, dat heeft niets meer te maken met de prachtige sport die voetbal hoort te zijn. De wedstrijd interesseerde me niet meer, ik heb volledig apathisch zitten kijken. Het werd 2-2, maar de uitslag deed me niets. Er zat een nare, diepdonkere wolk om die dag heen.

De clubs zouden veel meer moeten doen om dergelijk wangedrag tegen te gaan. Nu is het vooral lijdzaam toezien en je achteraf distantiëren van lelijkheid. Toon eens echt initiatief, durf te investeren in het herstellen van de normale situatie. Betrek de spelers erbij. Voer het hele jaar – dus niet alleen in aanloop naar de wedstrijd – een flinke campagne ter vergroting van het onderlinge respect. Doe het gezamenlijk, sla als grootste clubs van Nederland de handen ineen.

Ik ben bijgelovig, doe normaal gesproken geen voorspellingen. Maar alle signalen wijzen erop dat Ajax zondag Feyenoord zal verslaan. Eigenlijk is dat jammer, want sportieve spanning maakt wedstrijden beter. Die club is ver verwijderd geraakt van wat ze ooit was. Zo’n stadion, zo’n achterban, zo’n historie, zo’n stad: die horen in de top te spelen. Van mij mag de sportieve wederopstanding van Feyenoord snel beginnen. Maar ook weer niet al te snel. Na aanstaande zondag, bij voorkeur.”            

3. Hedwiges Maduro

De 34-jarige Maduro brak als jeugdspeler door bij Ajax en voetbalde daarna voor onder andere Valencia. De middenvelder kwam bovendien tot 18 interlands. Inmiddels werkt Maduro als analist bij Fox Sports en is hij assistent-trainer bij Jong Oranje. Beeld ANP

“Als je mij belt met deze vraag, ga ik er eerlijk gezegd vanuit dat je het antwoord al weet, haha. Wat is er nou mooier dan als jongen uit de jeugdopleiding de winnende maken in de laatste minuut? Zoiets vergeet je nooit meer. Mijn favoriete klassieker was dus de 2-3 in 2005 (17 april).

Het was een aparte wedstrijd. Er was wel Ajaxpubliek naar Rotterdam gekomen, maar omdat er ongeregeldheden rondom het stadion waren, mochten zij niet naar binnen. Het ging gelijk op, maar toch kwamen wij op een 2-1 achterstand. De Kuip kolkte, die dachten daar dat de buit al binnen was. Wat ook logisch was, want de gelijkmaker kwam pas in de 88ste minuut.

Zdenek Grygera scoorde toen een goal die hij normaal gesproken nooit scoort. Van enorme afstand volleyde hij de bal zo de kruising in. Omdat wij dus eerst afstevenden op een nederlaag, vonden wij een punt wel best. Maar Feyenoord, opgezweept door die volle Kuip, nam daar geen genoegen mee. Die gingen diep in de blessuretijd nog even volop voor de winst.

Ze kregen een corner en namen echt iedereen mee naar voren. Daardoor maakte ik, nota bene een controlerende middenvelder, in de 93ste minuut een omschakeldoelpunt. Yannis Anastasiou, die als ik het me goed herinner net in het veld stond en nog geen bal had geraakt, kreeg hem voor zijn voeten en speelde over een meter of zes Nourdin Boukhari aan. Feyenoord was helemaal nergens, dus Boukhari kon alleen op de keeper af. Hij miste, maar op de een of andere manier hadden wij nog steeds een overtal voor hun goal. Wij stonden daar met meer verdedigend ingestelde spelers dan zij. Onze rechtsback Hatem Trabelsi kreeg de bal voor zijn voeten, wachtte even en schoof hem door, waarna ik hem – al zeg ik het zelf – best aardig in de kruising schoot.

Ik wilde gelijk naar de fans toe en was even vergeten dat die buiten stonden. Dus rende ik juichend langs een tribune met bloedfanatieke Feyenoorders. Ik kreeg ongeveer evenveel verwensingen als aanstekers naar mijn hoofd. Ik zag mensen huilen, mensen gek worden van woede. Dus toen ben ik maar naar de dug-out gerend om het met de jongens te vieren.

De klassieker is een beladen wedstrijd, maar dat ligt meer aan de supporters dan aan de spelers. Die zitten namelijk samen bij Oranje, kennen elkaar van jeugdelftallen, zijn soms zelfs vrienden. Eigenlijk zou er na de wedstrijd een camera moeten komen in de spelerstunnels. 

Ik ben ermee opgegroeid, werd al uitgescholden toen ik 14 was. Normaal gesproken ga je met de Ajaxbus naar uitwedstrijden. Maar als je tegen Feyenoord speelt, kan dat dus niet. Met het oog op je veiligheid. Ook als je 14 bent. En dat is in Amsterdam helaas precies hetzelfde. We speelden in de jeugd een keer tegen Feyenoord. Ik was bevriend met een van hen, zat met hem in de klas. Na de wedstrijd kletsten we wat over huiswerk. Toen kwamen er supporters naar ons toe: wat praat je met elkaar, vuile verrader, rot op naar je eigen stad. Ik bedoel: waar hebben we het over? Twee pubers die hun huiswerk doornemen, meer niet.

Ging ik zelf voor de wedstrijd tekeer in de spelerstunnel? Wat riep ik dan? ‘Meedogenloos’, serieus? Haha. Zo hoor je die wedstrijden ook in te gaan, vind ik. Alleen: na het laatste fluitsignaal schud je elkaar de hand.

Ajax is dit keer zwaar favoriet. Het gros van de spelers is gebleven, de speelstijl is duidelijk en ze zijn scherp als het moet. Feyenoord is nog zoekende. Ze hebben aardige spelers, maar vormen nog geen geheel. Tegelijkertijd moet Ajax oppassen. Elke tegenstander – of het nou Fortuna, Groningen of RKC was – heeft tot dusver 100 procent kansen gekregen. In de rug van de backs laten ze ruimtes vallen. Feyenoord heeft genoeg snelheid, dus daar zouden ze Ajax pijn kunnen doen.”

4. Menno Pot

De 44-jarige Menno Pot is popjournalist en schrijft veel over Ajax. Hij heeft een een wekelijkse column in het Parool, en zijn nieuwe non-fictie boek, Het Nieuwe Ajax, verschijnt op 30 oktober. Beeld Tim Pen

“Mijn favoriete klassieker was gelijk de eerste wedstrijd van Ajax die ik bezocht: de legendarische 8-2 in 1983. Ik was acht, en voor mijn leeftijd al behoorlijk fanatiek. Ik kom niet uit een voetbalgezin, mijn vader kon op dat vlak weinig voor me betekenen. Gelukkig had mijn Amsterdamse oom een seizoenkaart en nodigde hij me uit. Toen hij vroeg naar welke wedstrijd ik het liefst wilde, was ik er snel uit. Als jongetje van acht zeg je dan natuurlijk Ajax-Feyenoord. Niemand noemde het in die tijd ‘de klassieker’, die term is van na 1990.

Mijn eerste Ajaxwedstrijd is tevens de enige keer dat ik Johan Cruijff in een officiële wedstrijd heb zien voetballen. Hij speelde toen namelijk bij Feyenoord. Of het stak om hem in het shirt van de tegenstander te zien? Nou, de eerlijkheid gebied te zeggen dat ik me niet eens realiseerde dat hij meedeed. Cruijff zei mij niets. Hij was een speler waar oudere mensen vaak over vertelde, meer niet. Ik was totaal gefixeerd op Jesper Olsen, Gerald Vanenburg en Marco van Basten.

Het lullige is: ik kan dus in de kroeg vertellen dat ik met eigen ogen Cruijff heb zien spelen, maar ik zou liegen als ik zeg dat me er veel van is bijgebleven. Nog steeds zit ik soms te graven in mijn geheugen: hoe liep hij, hoe bewoog hij, hoe verhield hij zich tot zijn ploeggenoten? Tevergeefs, want ik kan me er weinig tot niets van herinneren. Dat snijdt ook wel hout. Later las ik dat hij die wedstrijd erg onzichtbaar was voor zijn doen.

Na de wedstrijd was Cruijff overigens de rust zelve. Hij zei: 8-2 verloren, maar het zijn toch maar twee punten (een overwinning leverde toen nog twee punten op). Dat had hij goed gezien, want Feyenoord werd dat seizoen kampioen.

Die wedstrijd was het startschot van een eeuwigdurende supporterscarrière. Vanaf 1990 ging ik zonder begeleiding, maar gewoon, met vrienden. Zo vaak mogelijk, zowel thuis als uit. Vooral de in De Kuip was het genieten geblazen. We wonnen bijna elke keer, tot afgrijzen van hun steevast schuimbekkende aanhang. De haat die we daar over ons heen kregen, de totale afkeer van alles wat we waren, dat kan je niet begrijpen als je zelf nooit in dat uitvak hebt gestaan. Ze gunden ons het licht in de ogen niet. Als puber ga je daar in op, ontwikkel je vanzelf een tegenreactie. Daarom kan ik me goed verplaatsen in jongens die nu in hun fanatieke leeftijd zitten en bij wie Feyenoord stevige emoties oproept, al ben ik er zelf wel overheen.

Het zijn wedstrijden tussen de twee clubs met de grootste supportersscharen van Nederland. Voor Feyenoord achteropraakte, ging het ook nog tussen de best gevulde prijzenkasten. En de twee grootste steden van het land, lijnrecht tegenover elkaar. Zulke wedstrijden zijn er welbeschouwd niet zo veel als je denkt: je hebt Real Madrid-Barcelona, maar beroemde krakers zijn vaker stadsderby’s.

Het merendeel van de supporters komt niet uit Rotterdam of Amsterdam, maar dat doet niets af aan de rivaliteit. Als supporter eigen je je de tribunecultuur vanzelf toe. Of je nou in Geldrop of aan het Gelderlandplein woont, de trots van jouw club en stad staan op het spel. Overigens is de afgunst buiten die steden juist groter. Ik zat in de provincie op de middelbare school, een deel van mijn klas was voor Feyenoord. Dat zul je in Amsterdam niet zo snel hebben, dat tien man je staan uit te jouwen de dag na een nederlaag.

Hoe ik de rivaliteit inmiddels zelf beleef? Soms voel ik nog een fractie van wat ik vroeger ervoer. Persoonlijk heb ik niets tegen Feyenoord – mooie club, weinig mis mee – maar het blijft lekker om van ‘hunnie’ te winnen. Ja, daar kan ik me de hele week op verheugen. Al gaat er niets boven ze verslaan in Rotterdam. Helaas is er geen uitpubliek meer welkom bij klassiekers.

Een paar jaar geleden zat ik ondanks die maatregel toch op een thuistribune in De Kuip. Ik ga nog maar zelden naar uitwedstrijden in Nederland, maar maakte hiervoor graag een uitzondering.

Voetbaltijdschrift Staantribune had me gevraagd een reportage te schrijven over incognito naar het hol van de leeuw gaan. Dus had ik mezelf onherkenbaar gemaakt. Vond ik zelf, althans. Voor de wedstrijd haalden we wat drinken in een tankstation. Er kwam meteen een vriendelijke, oudere Rotterdammer naar me toe: ‘Bent u niet die columnist van Het Parool?’ Dat was even slikken. Ik had kaarten voor een vrij fanatiek vak en hoopte dat die man in godsnaam de enige Feyenoorder zou blijven die me zou herkennen.

Het was een rare middag. Dolberg scoorde de even mooie als onterechte openingstreffer; ik juichte inwendig, maar gaf verder geen kik. Iedereen om me heen stond te vloeken en te tieren. Nog veel vreemder dan stil blijven na een Ajaxgoal is het om blij te doen na een Feyenoorddoelpunt. Je wil niet opvallen, dus als iedereen staat te juichen kun je niet blijven zitten. En ja hoor, vlak voor tijd schoten ze de gelijkmaker binnen. Ik ben maar zo’n beetje opgestaan met die lui, terwijl ik inwendig tekeerging. Dat was een nog gekker gevoel dan toen Ajax scoorde.

Zondag verwacht ik een eenvoudige overwinning, die toch weer niet zo ruim zal uitvallen als we allemaal hopen. Zo slecht als wij ze vinden, is Feyenoord meestal niet. Tegelijkertijd hebben zij op geen enkele positie een speler waar de Ajacied die ertegenover komt te staan bang voor moet zijn. Dus laat ik zeggen: 3-1. Ik hoop op de wederopstanding van de tot dusver tegenvallende David Neres. Ja, daar lijkt de klassieker me een uitstekende gelegenheid voor.”

5. Kelly Zeeman

Middenvelder annex verdediger Kelly Zeeman (1993) speelt sinds 2013 bij Ajax. In die periode groeide ze uit tot sterkhouder, aanvoerder en international. Tot dusver speelde de geboren Amsterdamse 24 interlands namens Oranje. Beeld ANP

“Of ik als geboren Amsterdammer meer voor Ajax voel? Nou, ik voel veel voor Ajax, maar ik woon op Marken. Alleen zijn daar geen ziekenhuizen, dus zijn mijn ouders voor mijn geboorte naar de hoofdstad gereden. Ik voel me dan ook geen Amsterdammer. Wel is Ajax zo lang als ik me kan herinneren mijn club geweest. Ik kom er graag en ben trots het shirt te mogen dragen.

De mooiste klassieker die ik heb gezien, was de 2-1 in 2016. Amin Younes scoorde de eerste, maar vooral de tweede goal zal me altijd bijblijven. Riechedly Bazoer schoot hem in de kruising. Toevallig deed ik die dag een skyboxronde. Dat betekent dat je langs gaat bij sponsoren in hun skybox. Normaal gesproken doen de mannen dat, als ze buiten de wedstrijdselectie vallen bijvoorbeeld of geblesseerd zijn. Juist die dag hadden ze mij gevraagd. Ik heb echt als een gek staan juichen in die skybox.

De klassieker is zó belangrijk. Als je een echte Ajacied bent, heb je een beetje een hekel aan Feyenoord. Ik ga dan ook liever naar de klassieker dan naar PSV-thuis. Al blijft het zonde dat er geen uitpubliek meer is.

Natuurlijk baal ik ervan dat ik zelf geen klassiekers kan spelen, omdat Feyenoord niet aan professioneel vrouwenvoetbal doet. Ze hebben inmiddels wel een jeugdopleiding voor meisjes, dus het lijkt me een kwestie van tijd, al gaat het nog wel even duren voor ze op dit niveau kunnen instromen. Ik ben in ieder geval van plan bij Ajax te blijven voetballen tot er een klassieker komt, want voor zulke wedstrijden doe je het uiteindelijk allemaal.”

6. Rick Brandsteder

Rick Brandsteder (35), presentator van diverse tvprogramma's (waaronder Temptation Island), is fervent Ajaxsupporter. Beeld ANP

“Toen ik tien was, ging ik al aan de hand van mijn vader naar het stadion. Ik kom uit een echt Ajaxgezin, dus ik heb inmiddels aardig wat klassiekers gezien. Kiezen is lastig. In het Olympisch Stadion zag ik als klein mannetje hoe het Feyenoord van John de Wolf, Ruud Heus en Ulrich van Gobbel zoek werd gespeeld.

Moet ik toch kiezen, ja? Dan ga ik voor die hakbal van Rafael van der Vaart (2-0, 30 november 2003). Ik zat met mijn vader op onze toenmalige vaste plek. We hadden toen seizoenkaarten voor vak 104, op de eerste ring, dicht bij de middenstip. Eigenlijk kreeg Van der Vaart een slechte voorzet, te ver achter hem. Als je dan in een split second bedenkt: wacht, ik schiet hem er wel effe achterwaarts met mijn hak in, dan ben je wat mij betreft geniaal. We zijn ingetogen supporters, mijn vader en ik, kijken geconcentreerd naar de wedstrijd. Maar na een dergelijke goal gaan ook bij ons alle remmen los. Dan staan we fanatiek te juichen, geven we elkaar een omhelzing en een kus. Ajax heeft toch een speciaal plekje in ons hart.

Naar klassiekers kijken we dan ook het hele jaar uit. De dubbele inzet van die gasten op het veld zorgt ervoor dat je ook dubbel zo blij bent na een goal. Alles heeft net wat meer glans, is net wat mooier – of lelijker, natuurlijk. Zeg, over die 6-2 van vorig seizoen gaan we het niet hebben, als je het niet erg vindt.

Er is maar één klassieker, de rest komt daar niet bij in de buurt. Nederland kent op voetbalgebied twee grootmachten. Dus als die ook nog eens uit rivaliserende steden komen, dan weet je dat het gaat knetteren. In tegenstelling tot veel Amsterdammers heb ik geen hekel aan Feyenoord. Sterker nog, ik vind het juist een mooie club, en ik vind Rotterdam nog een mooie stad ook. De top 3 bestaat niet meer, maar ik hoop oprecht dat Feyenoord gauw aanhaakt. Dat ik extra plezier beleef aan van ze winnen betekent niet dat ze van mij altijd moeten verliezen.

Bij PSV is dat anders. Dat vind ik zo’n zielige club. Die loeren continu op de counter, elke keer weer. Ik ben een liefhebber van voetbal, maar dan moet er dus wel voetbal worden gespeeld. Feyenoord probeert er altijd een wedstrijd van te maken, speelt altijd met durf. Dat zorgt voor spektakel. Ik ben een liefhebber, dus die houding waardeer ik.

Feyenoord is niet in goeden doen. Ajax gaat ondertussen als een tierelier, dus normaal gesproken winnen we die pot. Makkelijk zal het niet worden, want zij weten ook: als ze stunten, hebben ze de boel in één klap weer op de rails. Daarom ga ik voor een zwaarbevochten 1-0. En er gaan geniale dingen gebeuren, want dat is momenteel inherent aan Ajax. Net als vroeger. Daar gaan we zondag weer met volle teugen van genieten.”

Delen van dit artikel verschenen eerder op Lijn 54, het nieuwe Ajaxblog van Het Parool. Je leest Lijn 54 hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden