Plus

Wiskunde langs het voetbalveld: bij Ajax kan alles

Naar school gaan op het voetbalveld. Hoe gaat dat in z'n werk? Op Ajax' trainingscomplex staat sinds kort de School van de Toekomst. Het Calandlyceum en het Calvijn College leveren de leraren. 'De jongens verdienen meer geld dan de docent voor hun neus.'

Ron Borst, docent Engels, in gesprek met Sven Botman (16) Beeld Dingena Mol

De zweetlucht is vers. Je merkt het meteen; het ruikt er anders dan in de gemiddelde middelbareschoolklas, waar de puberale geurtjes wat zurig zijn. Hier komen de jongens duidelijk net van het veld. Zweet van een training, zweet van inspanning.

Dit zijn zestien- en zeventienjarigen, net als leeftijdsgenoten in de schoolbanken. Met één essentieel verschil: deze jongens leven een jongensdroom. Ze zitten in de jeugdopleiding van Ajax. En ze gaan sinds dit jaar ook naar school op trainingscomplex De Toekomst.

Het hypermoderne gebouwtje van staal, glas en grijze panelen dat nu een jaar tussen de trainingsvelden ligt, heet de School van de Toekomst. Bij binnenkomst liggen appels, ontbijtkoek en gezonde snacks voor het grijpen. Boven en beneden zijn klaslokalen, ­achterin de grote studieruimtes, die ook uitstekend functioneren als chillruimte.

Sinds september krijgen de jongens van zestien jaar, die nog leerplichtig zijn, drie keer in de week les op De Toekomst. Leraren van het Calandlyceum komen voor hen naar Zuidoost. De rest van de week zitten ze op het Calandlyceum of het Calvijn College.

Ajaxschool
De voetballers zijn overigens niet verplicht naar het Caland of het Calvijn over te stappen. En jongens die bijvoorbeeld in Limburg wonen of uit het buitenland komen en heel jong zijn, wonen in een gastgezin.

Twee scholen mogen zich dus voor het eerst Ajaxschool noemen. Het is een grote stap, want voorheen deed de jeugdopleiding van Ajax zaken met tientallen scholen in het hele land. Talenten van de club werden er om half twee met een busje opgehaald en naar de training gereden, soms zelfs helemaal vanuit Arnhem. Logistiek bijzonder ingewikkeld en zonde van de kostbare trainingstijd.

In het klaslokaal waar Ron Borst, docent Engels van het Calandlyceum, lesgeeft, zitten op maandagmiddag zes jongens. Allemaal in lichtblauwe Ajaxshirts en zwarte trainingsbroek. De voetbalsokken hoog opgetrokken, daaronder sportschoenen of slippers.

De een heeft een etui van FC Barcelona, de ander een oude rooie van Ajax. En allemaal hebben ze dezelfde Ajaxschooltas en Acerlaptop. Dit zijn de havisten en vwo'ers, beneden zitten de vmbo'ers met economiedocent Co Stroomberg, ook van het Caland.

Borst, ook het type sportief (waterpolo), en bij tijd en wijle voetballiefhebber ('Ik kan meestal niet lang kijken, te frustrerend'), pendelt twee keer in de week van het Calandlyceum in Osdorp naar De Toekomst.

Leer hem voetballers kennen: hij had oud-Ajacieden Nigel de Jong en Jeremain Lens al in de klas. Dat was vóór het Caland officieel Ajaxschool werd, maar een topsportschool is het lyceum al 25 jaar.

De School van de Toekomst in Zuidoost. Voetbal- talenten uit topsportklassen krijgen er les Beeld Dingena Mol

Vanuit het lokaal is er altijd uitzicht op het trainingsveld, opdat je niet vergeet waar je het voor doet. Tijdens het eerste uur les traint Ajax 1.

Toen Borst hier voor het eerst kwam, werd hij onmiddellijk weggetrokken bij het veld; het eerste van Ajax wenst geen pottenkijkers. Maar toen hij boven in het klaslokaal kwam, bleek dat je daar een nog veel beter uitzicht had op het veld. "Zo kon ik Davy Klaassen gewoon zien hooghouden."

Later opstaan
"Hi guys, let's get started, put away what you're watching," begint Borst. Een jongen klikt een aflevering van advocatenserie Suits weg, een ander blijft met zijn koptelefoon op een filmpje kijken.

De lessen van Borst zijn niet klassikaal. Hij is er voor individuele begeleiding en soms korte uitleg.

Giovanni de la Vega (16) zat tot vorig jaar op het Amstelveen College. Toen bestond zijn leven uit school, het busje in naar De Toekomst en trainen. Hij pendelde eindeloos heen en weer. "Mijn leven is wat rustiger nu. Vroeger was ik altijd te laat of net op tijd."

Hij kan wat later opstaan. Vaker trainen. Vanmorgen hebben ze al anderhalf uur looptraining en voetbalskills gehad. Daarna was er lunch, twee uur les en vanaf drie uur gaan ze het veld weer op. 's Avonds is er avondeten, nog een moment voor zelfstudie en om half acht gaan ze naar huis.

Meer rust, meer trainen. Dat waren ­precies de ambities van Ajax toen ze met het Caland en het Calvijn in zee gingen. Vroeger was de Ajaxfilosofie: er gebeurt al zo veel in de levens van jonge voetballers - ze kunnen elk jaar uit de selectie worden geknikkerd, ze moeten hard trainen, hun sociale leven op een laag pitje zetten - laat ze dan op zijn minst op hun vertrouwde school blijven.

Bovendien leven ze al in zo'n bubbel; ze zien vooral hun teamgenoten. Moeten ze niet af en toe met andere jongens, en vooral meisjes, in de klas zitten?

Maar die instelling was niet meer houdbaar. Ger Boer, manager onderwijszaken bij de club, wist dat meer trainen alleen kon als school naar hen toe kwam.

"Deze jongens zijn leerplichtig. Bij Ajax hebben we onderwijs altijd belangrijk gevonden, maar we zagen ook dat we vaker moeten trainen, willen we kunnen concurreren met de Europese top." A- en B-junioren trainden gemiddeld zes uur per week, terwijl de gemiddelde topsporter twintig tot dertig uur per week maakt.

"Dan kom je nogal tekort," zegt Boer. Zeker als je bedenkt dat junioren in Portugal of Spanje al van jongs af aan naar internaten gaan, waar ze worden klaargestoomd voor een topsportcarrière. In Nederland wordt men altijd een beetje zenuwachtig van het woord 'internaat', zegt Boer.

Dus zo ver zijn ze nog niet. Maar in de nieuwe situatie, waarbij leraren naar De Toekomst komen, krijgen de jongens vijftien uur training. "Dat is voor voetballers in ­Nederland veel."

Apart slag
De meeste jonge voetballers weten dat school best belangrijk is, maar voetbal gaat altijd voor. Je moet ook wel, zegt Borst. "Het is net als met een liefdesrelatie. Als je niet blind voor die carrière gaat en gelooft dat je de ster wordt, moet je stoppen."

Daar staat tegenover dat school van sommige jongens, vaak de vmbo'ers, niet zo hoeft. Die rekenen op dat contract bij een topclub en genoeg geld om van te leven. "Het is een apart slag hoor, voetballers," zegt Jan-Mattijs Heinemeyer, directeur van het Calandlyceum, dat 180 topsporttalenten op school heeft.

"De jongens die een contract hebben, verdienen meer dan de docent die ze voor hun neus hebben." Een leven na voetbal? Nadenken over volgende week is voor de meeste pubers al een uitdaging.

Zijn deze topsporters gedisciplineerder?

Ger Boer: 'Bij Ajax hebben we onderwijs altijd belangrijk gevonden, maar we zagen ook dat we vaker moeten trainen, willen we kunnen concurreren met de Europese top' Beeld Dingena Mol

Borst lacht. "Dat is de grootste denkfout die wordt gemaakt." Turners en zwemmers ja, die hebben topdiscipline. Maar voetballers? "Nee hoor, de meesten niet."

Inderdaad, hij had wat beter zijn best moeten doen, beaamt Liam van Gelderen (15). Hij deed vmbo-kader op een school in Krommenie. Maar hij had er niet zo'n zin in, en nu is hij afgezakt naar vmbo-basis. Eén voordeel, hij mag nu naar het Calvijn College en de School van de Toekomst. En hij speelt als 15-jarige al mee in het team van onder 17. "Ik reken op voetbal. Ik hoop ooit bij FC Barcelona te spelen."

Een ruimte verder zit een handvol voetballers uit de A1. Jongens die al klaar zijn met school en nu verder studeren op mbo, hbo of universiteit. Leerplichtig zijn ze niet meer, ambitieus wel. De tijd dat je zoals Johan Cruijff je ulo niet afmaakte, is al lang voorbij. "Voetballers openen ook niet meer een sigarenzaak na hun carrière," merkt Boer op.

Danilho Doekhi (18) zit geconcentreerd achter zijn laptop. Hij blokt voor zijn laatste jaar mbo accountmanager. De verdediger tekende deze zomer een contract bij de club. "Maar die opleiding maak ik af. Dat willen mijn ouders, maar ik ook."

Topsportstatus
Bovendien is een opleiding volgen ook een prima manier om de tijd te doden. Tussen de trainingen door liggen vele lege uren. Beneden in het schoolpand hangt een groot flatscreen, overal staan banken en stoelen. In een hoekje ligt een jongen met laptop op schoot, zijn ogen zijn dicht.

Tijdens die tussenuren kun je Netflix kijken, maar je kunt net zo goed studeren, vindt Noah Benning (17). Hij haalde vorig jaar zijn vwo-diploma op het Montessori Lyceum Amsterdam en studeert nu economie en bedrijfskunde aan de UvA. Het gaat prima, zegt hij.

Hoorcolleges kun je online volgen, met een topsportstatus kun je tentamens later maken. Hij heeft niet kunnen profiteren van de school op De Toekomst, maar daar is hij wel blij om. "Je bent hier al zo veel, ik ben blij dat ik naar een normale school kon."

Als de lessen erop zitten, gaan de A- en B-junioren het veld weer op. In hetzelfde kloffie, met dezelfde jongens. Tijd voor hooghouden, afwerken op doel, een rondootje. Hier vervagen de verschillen tussen vmbo-, havo- of vwo-leerlingen; tussen Louis van Gaal-Engels en een tien voor grammar.

Want wat er op het veld gebeurt, daar draait het toch om. Een havodiploma is mooi, maar dan wel in combinatie met een dik contract en een plek in de basis.

Na de lessen gaan de A- en B-junioren het veld weer op. Tijd voor onder andere een rondootje Beeld Dingena Mol

Combinatievoetbal

Voor dit jaar deed Ajax zaken met zo'n 130 scholen in Nederland, waar de voetbaltalenten onderwijs volgden. Dat was complex en tijdrovend.

Nu heeft de club een convenant gesloten met het Caland­lyceum (mavo, havo, vwo), al jaren een topsport­talentschool, en het Calvijn College (vmbo, basis en kader). Topsportleerlingen hoeven slechts tachtig procent van de reguliere onderwijstijd te volgen en hun uren zijn flexibel. En je kunt dus langer over je examen doen. Ajax betaalt de extra uren van de leraren van het Caland en het Calvijn.

Volgend jaar hoopt de club nog tachtig Ajaxleerlingen een plek te kunnen geven. Een verdieping boven op de School van de Toekomst is dan een reële noodzaak. De club heeft sinds 2008 ook een eigen opleiding: een mbo-opleiding sportbegeleider met het roc van Amsterdam.

Ook voor voetballers die verder studeren, is er begeleiding bij de club. Wie bijvoorbeeld hbo marketing studeert, kan een stage lopen binnen het Ajaxbedrijf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden