PlusAchtergrond

Wilco Kelderman: de man die de Ronde van Italië dreigt te gaan winnen?

Hij begon te twijfelen, hij stopte met dromen en na de zoveelste valpartij was hij er helemaal klaar mee. Maar wielrenner Wilco Kelderman (29), die op het punt staat de prestigieuze Ronde van Italië te winnen, lijkt nu alsnog zijn eeuwige belofte in te lossen. Een portret van een timide jongen met een betonnen kop.

Wilco Kelderman draagt de roze trui.Beeld AFP

Terug naar begin april, een jaar geleden. Op de bank in een Belgisch dorpje zit een wielrenner voor zich uit te staren. Bewegen kan hij amper. Zelfs zijn pasgeboren dochtertje knuffelen lukt niet. Alles doet pijn, om zijn nek zit een verstevigde kraag. Hij heeft ‘m gebroken toen hij onderuit schoof op een natte rotonde in een Catalaans dorpje. Het is de zoveelste breuk, de zoveelste valpartij. Wilco Kelderman is er he-le-maal klaar mee.

Dat klotewielrennen ook.

Maar een week later zit ie weer te hengsten op zijn hometrainer. Net als de keer daarvoor, en alle keren dáárvoor. Ja, hij valt vaak. Maar hij komt even vaak weer terug. Zijn botten breken, maar zijn kop is van beton. De liefde voor de sport wint het van de angst en de teleurstelling.

Die liefde is er altijd geweest. Toen hij als klein ventje op de fiets stapte was hij niet eens zo goed. Hij reed wel wedstrijdjes, maar daarin vond hij het vooral leuk om aan te vallen. De uitslagen kwamen later pas, na zijn groeispurt. Voordat hij het wist hoorde hij bij de meest talentvolle renners van zijn generatie. Het ging vanzelf; hij hoefde er niet bij na te denken. Wedstrijden in het buitenland waren net vakantietripjes. Cola bij het ontbijt, chips voor het slapengaan. Dat hij terecht zou komen bij de opleidingsploeg van Rabobank stond allang vast. Daar was ie in no time de beste van de klas. Zijn ploegmaat destijds, ene Tom Dumoulin, zou later zeggen: “Ik keek huizenhoog tegen Wilco op. Wat hij deed, dat kon ik niet.”

Zijn eerste jaar bij de profs: geweldig. Jaar twee: nog beter. En in jaar drie was Kelderman twee weken voor de Tour de enige die Alberto Contador en Chris Froome kon volgen. Hij kreeg aanbiedingen van alle kanten, de verwachtingen werden hoger en hoger, het laatste stapje naar de top van de apenrots leek slechts een kwestie van tijd. De toekomst beloofde zo veel dat hij er bijna bang van werd.

Maar toen stokte het.

Hij begon te vallen. Soms door pech, soms door onoplettendheid. Hij brak zijn sleutelbeen – nog een keer, en nog een keer. In zijn kop ging het knagen. Hij twijfelde. Aan zijn gewicht, zijn trainingsschema, aan zichzelf. “Pas als de resultaten écht goed worden, ga je nadenken. Hoe kun je nóg meer verbeteren? En dan ga je fouten maken. Nóg meer trainen, nóg meer op je voeding letten. Ik was niet eerlijk naar mezelf en naar mijn trainer. Niet open, niet duidelijk. Ik wilde het niet toegeven als ik moe was, ik at liever iets te weinig dan teveel, ik stond iedere dag op de weegschaal.” Hij keert naar binnen. Praat te weinig, kropt teveel op. “Ik ben een introverte jongen.”

Kelderman is geen renner die met zijn vuist op tafel slaat. Hij is timide, maar sfeergevoelig. Hij praat een tikje nasaal en heeft niet het hoogste woord in gezelschappen. Aan social media doet hij niet of nauwelijks, hij heeft geen tattoos en geen flashy auto. Hij woont niet in Monaco of Girona, maar in een Belgisch dorpje waar niemand hem kent – zo bleek deze week toen Het Laatste Nieuws bij de plaatselijke bakker en slager navraag deed. Zijn leven draait om zijn familie en zijn fiets. Hij is op en top prof. Toen de wielerwereld begin dit jaar maandenlang stopte met draaien vanwege het coronavirus, deed hij wat hij moest doen: hij trainde hard door, vast van plan om topfit te zijn als er weer gekoerst kon worden. Toen hij halverwege juni zijn T-shirt omhoog trok, was hij zo mager dat je de aders op zijn buik kon zien. “Ik heb nog nooit zo scherp gestaan,” zei hij. ,,Het ging vanzelf. Eindelijk ben ik aan het trainen om beter te worden, niet om terug te komen na een valpartij.”

En toch. Denken aan het winnen van een grote ronde durfde hij eigenlijk al niet meer. Zoals hij zelf zei: ,,Ik ben realistischer geworden. Ik droom minder.” Hij wist in juni nog niet eens of hij de Giro wel zou rijden. Zijn ploeg, Sunweb, was het vertrouwen in hem verloren. Ze wilden een grote ronde winnen en Kelderman zou dat niet voor ze doen. Hij moest in deze krant lezen dat zijn contract niet verlengd zou worden.

Misschien is ie wel te aardig. Zou ie soms moeten vloeken en tieren, moeten éisen dat zijn ploeg niet op twee paarden wedt in deze Giro. Maar zo is ie niet. Als hij twijfelt aan de tactiek van de ploeg, zoals afgelopen donderdag, zegt hij beleefd dat hij op iets anders had gehoopt – en voegt hij er in dezelfde zin aan toe dat het zo ook goed is.

Dit jaar, in deze Giro, rijdt Kelderman rond met een lach op zijn gezicht. Omdat het eindelijk eens níet tegenzit. Zijn benen doen wat hij wil, de concurrenten vallen één voor één af, de pechduivel lijkt zowaar eens op de bagagedrager van iemand anders te zitten. Zaterdag en zondag verdedigt hij een minieme voorsprong. Een secondespel wordt het in de laatste bergetappe en de afsluitende tijdrit in Milaan. Het wordt nét wel of nét niet.

Maar of hij het nu haalt of niet, de grootste overwinning is misschien al binnen.

Hij durft weer te dromen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden