Plus Interview

Wielrenster Roxane Knetemann: ‘Ik zat verstijfd op de fiets’

Roxane Knetemann is gestopt met wielrennen. De jongste telg uit het rijke Amsterdamse wielergeslacht kiest voor het gewone leven, omdat angst en druk haar te veel werden in de koers.

Roxane Knetemann deze zomer in de dernykoers van het criterium van Boxmeer. Beeld Cor Vos

“Hopelijk heb je genoeg aan mijn verhalen,” zegt Roxane Knetemann een beetje verontschuldigend. “Ja? Dat is mooi. Ik ga natuurlijk weer van de hak op de tak, dat is een beetje ­typisch voor mij.”

Voor een afscheidsinterview is Knetemann bijzonder opgewekt. Haar nieuwe hond Bliksem, een Duitse staande, heeft ze naast zich neergezet in een koffietent in Heerenveen. Ze woont er sinds een jaar vlakbij, met haar vriend, baanwielrenner Wim Stroetinga.

Het eerste gespreksonderwerp snijdt ze zelf aan, net als alle onderwerpen die volgen. Waarom is de Kneet, waarschijnlijk de laatste fietser uit het Amsterdamse wielergeslacht, gestopt op 32-jarige leeftijd? Het antwoord dat volgt, is een mengelmoes van gebrek aan plezier, de druk om te presteren, maar vooral de angst op de fiets.

Haar voorlaatste wielerseizoen begon op zijn zachtst gezegd dramatisch. Knetemann viel op haar hoofd, liep een hersenschudding op en moest maanden herstellen. Ze kon dat moeilijk verkroppen en ging toch wedstrijden rijden, met een terugval als gevolg. Het seizoen 2018 werd er een van vallen en opstaan.

“Er staat geen rem op mij,” zegt Knetemann. “Na drie maanden toegeven dat ik nog steeds last had van een hersenschudding, ging er bij mij niet in. Ik stopte het weg. In die maanden ging niets vanzelf. Elke training was een gevecht. In plaats van beter werd ik slechter, mijn prestaties holden achteruit.”

Eergevoel

Haar Italiaanse ploeg Alé Cipollini voerde de druk op: er werden uitslagen geëist. De ploeg­leiding vond haar prestaties ondermaats en schrapte haar naam op de startlijst van een paar grote koersen, onder andere de Ronde van Italië voor vrouwen.

Knetemann brak en belde vanuit Oostenrijk, waar ze op hoogtestage was, huilend naar huis om te zeggen dat ze stopte. “Ik werd enorm aangetast in mijn eergevoel. Ik fietste omdat ik het leuk vond en ik bepaalde wanneer ik wel of niet reed. Niet iemand anders. Dat zij bepaalden dat ik thuis bleef, kon ik slecht verdragen.”

Door een blessure van een ploeggenoot mocht de getergde wielrenster toch starten in Italië. Ze nam zelf de druk om te presteren weg door de ploegleiding te melden dat ze het geen probleem vond als er geen contractverlenging voor haar in zat. “Voor hen kan het moeilijk zijn om mij dat mee te delen. Ik hoopte dat die kou zo uit de lucht zou zijn en dat ik gewoon vrij zou kunnen fietsen. Zonder de prestatiedruk kreeg ik weer plezier.”

Ze besloot dat haar carrière anders moest eindigen en nam zelf de regie in handen. Hoewel buitenlandse ploegen met een flinke zak geld aasden op haar diensten, koos ze voor een klein salaris bij Parkhotel-Valkenburg , de ploeg waar haar moeder als verzorger werkte. Nog een jaar de familienaam hoog houden en op een waar­dige manier afzwaaien. Ze werd door de ploeg ingezet als een soort aanvoerder die haar jonge teamgenoten kon helpen met haar ervaring. Ze coachte, gaf aanwijzingen en deelde schouderklopjes uit waar nodig.

Er viel een last van haar schouders. Waar ze ook reed de laatste maanden, er stond een lach op haar gezicht. De ploeg zette mooie prestaties neer met een relatief klein budget. Doordat ze een andere rol had – Knetemann was nooit kopvrouw in grote wedstrijden – kon ze buiten het gedrang blijven. Ze moest niet. Ze mocht.

De angst om te vallen was de laatste jaren groter geworden. “De wedstrijden waren minder leuk. Ik was bang. Ik zag op tegen valpartijen, de hectiek, afdalingen, het was verschrikkelijk. De angst nam me over en soms zat ik de hele koers verstijfd op de fiets. Ik was me daar heel bewust van, maar kwam er ook niet meer uit. Ik was vaak doodmoe, maar niet van de lichamelijke inspanning. Dat was de grootste reden om te stoppen, door de val met de hersenschudding werd het alleen maar erger.”

Net als de laatste fase verliep het begin van haar wielercarrière ook moeizaam. Haar vader Gerrie Knetemann, voormalig wereldkampioen en winnaar van grote klassiekers, kwam in 2004 onverwacht om het leven tijdens een mountainbiketocht in de duinen. Ze deelden de liefde voor de fiets, maar vader Knetemann heeft zijn dochter nooit deel zien uitmaken van het professionele peloton.

Het duurde jaren tot ze dat verdriet een plek kon geven. Ze liet in haar late tienerjaren in het Tibetaans ‘vader’ op haar arm tatoeëren. “Het was een roerige periode. Ik wist na zijn over­lijden niet waar ik heen wilde. Ik zakte twee keer voor mijn havo-diploma en besloot vijf jaar later pas serieus door te gaan met wielrennen. Ik had zo veel verdriet dat ik het niet kon verwerken. Het uitte zich in boosheid. Ik had periodes dat ik meer ziek dan fit was.”

Met een lach

Ze werd veel aan hem herinnerd. In het begin bij elke wedstrijd. Ze vond het moeilijk. “Mensen zijn daar hard in. Dan komen ze naar mij toe met een verhaal over mijn vader. Hoe bijzonder hij was en hoe hard zijn overlijden bij hen binnenkwam. Dan stond ik mensen te troosten terwijl het meer mijn verdriet was. Hij was mijn vader. Dat deed elke keer zo’n pijn. Ze dachten mij te helpen, maar haalden juist de wond open.”

Ze gaf het verdriet een plek, streed om de hoofdprijzen in de grootste wedstrijden, werd vier keer Nederlands kampioen op de baan en regisseerde uiteindelijk haar eigen afscheid. Op 5 oktober reed ze in het bijzijn van familie, vrienden en andere geliefden in Assendelft haar laatste meters als wielrenster.

Met een lach, want het was goed zo. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden