PlusInterview

Wielrenner Wout van Aert over horrorblessure: ‘Je moet vrij in je hoofd zijn’

Het gat in zijn dijbeen is geheeld, de angst is geweken. Maar achteraf was de horrorblessure die Wout van Aert vorig jaar opliep in de Tour misschien nog wel heftiger dan iedereen dacht.

Wout van Aert. Belgische wielrenner, rijdt momenteel bij Jumbo-Visma.Beeld JAMES ARTHUR GEKIERE/AFP

Ineens ligt ie languit op het asfalt. Heel even denkt hij dat hij is weggeschoven. Dat hij de bocht te snel nam. De uitstekende punt van het hek heeft hij niet eens gevoeld. Maar dan ziet hij zijn dijbeen. De wond is zo diep dat het is alsof hij er dwars doorheen kan kijken. Er komen mensen aangerend. Hij ziet hun verbazing, hun angst. Dit is niet zomaar een valpartij.

Het is 19 juli 2019 en de wielercarrière van Wout van Aert hangt aan een zijden draadje. Maar dat weet de op dat moment 24-jarige Belg van de Jumbo-Visma-ploeg dan nog niet.

Kunt u ons meenemen naar dat ene moment, in die ene bocht, tijdens de individuele tijdrit in de Tour afgelopen jaar?

“Nou, liever niet.”

Sorry, maar we vragen het toch.

“Het was bij het ingaan van de laatste kilometer. Ik was een van de favorieten voor de tijdrit, ik ging volle bak. Die ene bocht liep naar rechts. Hij was tricky, maar ja, dat zijn ook de bochten waar je de meeste winst kunt halen. Ik had niet in de gaten dat ik tegen een hek aan reed. Dat wist ik pas toen ik op de grond lag en mijn rechterdijbeen zag. Het bloedde enorm. Het was alsof er een vleeshaak in mijn heup zat. Het eerste half­uur, voordat ik morfine kreeg, was angstaanjagend. Dat gevoel zal ik altijd wel kunnen blijven oproepen.”

U belandde in een klein Frans­ ziekenhuis.

“Er kwam een orthopedisch chirurg bij, die zei dat er alleen maar spieren waren geraakt. Dat ik geluk had gehad. Ik werd geopereerd, de dag erna kon ik al rondwandelen. Met de ambulance werd ik naar België gebracht. Er was nog een controle bij een Belgische arts, maar dat was vooral voor de zekerheid. Ik dacht dat ik gewoon naar huis kon. De Belgische specialist vroeg of ik op mijn linkerzij kon gaan liggen en mijn rechterbeen op kon tillen. Dat lukte niet; ik kon het niet opheffen. Ik voelde mijn been niet. Toen werd het stil in de zaal. De arts zei: ‘Dat is niet goed. Morgen gaan we een foto nemen’.”

“Daar bleek uit dat ze die wond in Frankrijk gewoon hadden dichtgenaaid, zonder de spieren te hechten. De pees aan de zijkant hing nog los. De arts zei: ‘Als ik nu niets doe, kun je misschien nog wel lopen, maar topsport zit er niet meer in’. Hij heeft me nogmaals geopereerd.”

Twijfelde u of u kon blijven wielrennen?

“In het begin had ik veel pijnstillers, ik kan me niet goed meer herinneren wat ik toen dacht. Daarna mocht ik zes, zeven weken niets doen. Begin september waren we op vakantie in Italië, ik kon nog geen vijf meter wandelen zonder krukken. Toen kwam de angst: is dit nog normaal? Die is pas eind september weggegaan, toen ik een beetje kon stappen.”

Een paar maanden later was u terug in de cross. Een wonderbaarlijke wederopstanding.

“Ik heb mezelf elke keer doelen gesteld. In het begin: 30 kilometer fietsen naar de kinesist (fysiotherapeut, red.), omdat ik niet elke keer in de file wilde staan. Toen dat lukte, voelde het als een zege. Als je ziet hoeveel stappen ik heb gezet in een maand, dan was dat de juiste keuze.”

Hoe is het nu met dat been? Is het nog minder sterk?

“Het is wel iets wat extra aandacht blijft vragen, waarmee ik voor en na de koers extra bezig moet zijn. Het zal sneller vast komen te zitten. Ik zal de rest van mijn carrière iets meer moeten werken aan de spieren in mijn rechterbeen. Als ik fiets, voel ik het vooral als ik submaximaal rij. Niet in de finale.”

Heeft u er een fobie voor dranghekken aan overgehouden?

“Ik had vooral schrik bij de eerste crossen die ik reed. Je raakt altijd wel een paaltje of een dranghek. Op het WK veldrijden in Zwitserland miste ik in de laatste ronde een spoor en raakte ik een hek. Een paar seconden lang kon ik niet trappen van de schrik. Toen pas dacht ik: niks aan de hand, gewoon verder fietsen.”

Praat u daar met iemand over?

“Ja, ik heb altijd samengewerkt met een mental coach, om me op mentaal vlak sterker te maken. Het heeft geholpen om trauma’s kwijt te spelen die zich vastzetten op bepaalde delen van de hersenen. Je moet vrij in je hoofd zijn als je wilt presteren.”

Tien maanden geleden lag uw hele been open. Maar in de Omloop Het Nieuwsblad in februari was u weer een van de sterkste renners van het peloton. Heeft u zichzelf verrast?

“Als ik er nu bij stilsta misschien wel. Maar op het moment zelf liet ik de gedachte niet toe dat het niet zou lukken. Iets waar je niet over nadenkt, is er ook niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden