PlusAchtergrond

‘Wie laat je binnen en wie niet?’ Spookstadions, wen er maar aan

Voetballen in lege stadions, zoals Inter en Ludogorets hier in San Siro op 27 februari, zal in elk geval een tijd het nieuwe normaal worden.Beeld AP

Als de eredivisie aan het nieuwe seizoen begint, wanneer weet niemand, zal dat in lege stadions zijn. ‘Ook een stadion dat voor een kwart gevuld is, lijkt me problematisch.’

Het duurt nog zeker maanden voordat in Nederland weer in competitieverband tegen een bal wordt getrapt. Ook de profvoetballers moeten ermee rekening houden dat mogelijk pas op 1 oktober een nieuw seizoen begint. De stadions ­zullen dan nog leeg zijn; zeker een half jaar, ­misschien wel een jaar. Zolang er geen vaccin is voor het coronavirus bivakkeert de bedrijfstak betaald voetbal aan de rand van de afgrond.

Andere Europese landen werken koortsachtig aan afronding van de huidige competities. De Bundesliga hoopt op 9 mei op een herstart. ­Zonder publiek. De voetballers in Duitsland hebben niet stilgezeten. Ze konden trainen op de club, aangepast, in kleine groepjes, vooral conditioneel.

Het is Edwin Goedhart, manager sportgeneeskunde van de KNVB, een doorn in het oog dat Nederlandse profvoetballers geen gebruik konden maken van de faciliteiten van hun werk­gever. Hij zag Ajacied Ryan Babel in een overvol Vondelpark, tussen de spelende kinderen en joggende stadgenoten, zijn conditie op peil houden. “Terwijl 10 kilometer verderop een schitterende accommodatie ligt waar hij perfect zijn werk had kunnen doen. Maar die zat op slot.”

Voor de goede orde: ook sportaccommodaties in Duitsland zijn dicht, maar die van de pro­fessionele voetbalclubs zijn door de overheid aangemerkt als werkplek. Goedhart: “De Duitse regering heeft een meer ondersteunende rol voor de topsport, de maatschappelijke inbreng wordt erkend. Daardoor kan de Duitse topsport in deze nieuwe realiteit, met de richtlijnen voor de gezondheid in de hand, snel anticiperen. Die nieuwe realiteit blijft nog wel even. Alle betrokkenen gaan ervan uit dat we misschien nog wel een jaar zonder publiek moeten spelen, of met een beperkte bezetting in de stadions.”

Seizoenkaarten

De financiële impact is enorm. Maar hoe groot de schade is, is gissen. Het profvoetbal zal het businessplan moeten aanpassen, zegt Jacco Swart, de Nederlandse directeur van European Leagues, de belangenbehartiger van 35 Euro­pese competities inclusief de eredivisie. Swart maakt deel uit van enkele werkgroepen van de Uefa die zich richten op het vervolg van de competities en de financiële gevolgen. “Op korte ­termijn komen clubs in problemen die grotendeels leunen op de inkomsten uit tv-gelden. Op middellange termijn, volgend seizoen, geldt dat voor clubs die afhankelijker zijn van recettes en stadioninkomsten. Als stadions niet geëxploiteerd kunnen worden, wat dan?”

Dat probleem doet zich vooral voelen in Nederland. Spelen zonder publiek en zonder sponsors in de buisinessclubruimten, slaat een reusachtig gat in de begrotingen. Bovendien zullen sponsorinkomsten lager uitvallen, omdat de ­beloofde exposure uitblijft.

Volgens het jaarverslag van het seizoen 2018-2019 haalt Ajax ruim een kwart van de omzet van bijna 200 miljoen euro uit de recettes, al zijn er ook uitgaven aan de organisatie van wedstrijden. De sponsorinkomsten bedroegen 34,3 miljoen euro. Grof geschat dalen de inkomsten van Ajax tussen de 20 en 40 procent.

Algemeen directeur Edwin van der Sar be­vestigt dat de schade enorm zal zijn. “De boodschap van premier Rutte kwam als een mokerslag. We hadden gedacht dat we met dit seizoen zouden stoppen en dan over niet al te lange tijd konden beginnen met de verkoop van seizoenkaarten voor de nieuwe competitie. Maar tot 1 september geen voetbal, dat is een hard gelag.”

Alle clubs zitten in hetzelfde schuitje. Er moet solidariteit zijn, maar die heeft grenzen. AZ ­opperde dat Nederlandse deelnemers aan de Champions League de komende twee jaar 25 procent van hun inkomsten uit dat toernooi afstaan aan de rest. Ajax kan zich dat financieel niet permitteren. Dit seizoen stevent de club af op een verlies van 16 miljoen euro.

Internationaal is de situatie ook tamelijk rampzalig. Sporteconoom Pieter Nieuwenhuis schat dat de omzet op Europees niveau met wel 8 miljard daalt. “Aan de inkomstenkant gaat het in eerste instantie heel hard. Mijn schatting is minus 20 procent. Ook in het seizoen 2021-2022 wordt verlies gemaakt. Herstel van de omzet duurt nog wel vijf, zes jaar. Clubs moeten drastisch ingrijpen in de spelerssalarissen, maar ook in die van overig personeel en toeleveranciers.”

Geen beleving

Meerdere clubs uit het Nederlandse betaald voetbal hebben al aangeklopt bij de VVCS, de vereniging voor contractspelers, voor overleg over aanpassingen op salarissen van spelers en directeuren. Concrete afspraken bij de clubs ontbreken nog, omdat de salarisreductie in ­verhouding moet zijn met het enorme tekort op de begroting. De aanpassing zal vermoedelijk meer dan 10 procent zijn.

Van der Sar: “We zullen met alle geledingen binnen de club, van hoog tot laag, in gesprek gaan om te kijken hoe we de problemen te lijf moeten gaan. Alles gaat in collectief overleg met andere clubs, met de vakbonden van werk­gevers en werknemers. In het buitenland zijn al veel voorbeelden van clubs die afspraken hebben gemaakt met hun spelers over de aanpassing van hun gage.”

De voetballers moeten zich niet alleen opmaken voor een periode waarin zij minder verdienen, maar waarin ze hun beroep ook achter gesloten deuren moeten uitoefenen. Swart: “Je krijgt een heel andere beleving in de stadions. Of geen ­beleving. Het vraagt veel van de creativiteit van clubs en media om iets van sfeer op te roepen.”

Drive-inwedstrijden

Of dat de waarde van de uitzendrechten van voetbalwedstrijden onder druk zet? Swart: “Je bent geneigd te zeggen van wel. Aan de andere kant: iedereen snakt naar live sport. Er is veel vraag en weinig aanbod. Dat is juist waarde­verhogend.”

Nieuwenhuis: “Internationaal liggen de tv-gelden op de meeste plaatsen vast tot 2024. Maar in bijvoorbeeld Duitsland loopt het contract over de tv-rechten af. Ik verwacht dat daar de opbrengsten dalen. In Nederland wordt overwogen alle fans een abonnement op Fox cadeau te doen zolang er geen toeschouwers in de sta­dions komen. Daar wordt Fox natuurlijk blij van. Die abonnementen kopen de clubs in voor hun seizoenkaarthouders.”

Van der Sar beaamt dat het verstrekken van zulke abonnementen een mogelijkheid is. “Maar concreet is er nog niets. Er worden meer plannen uitgedacht om als club een gebaar te maken naar de supporters, want we moeten wel beseffen hoe belangrijk de fans voor het voetbal zijn. Denemarken kijkt naar het creëren van drive-inbioscopen om wedstrijden te bekijken. Bij ons zou dat wellicht op parkeerplaats P2 kunnen. Maar nogmaals: het zijn slechts ideeën.”

Voetballen zonder publiek is ook een ordevraagstuk, zegt Marco Zannoni van het COT, instituut voor veiligheids- en crisismanagement. “Tegen de tijd dat er weer gevoetbald mag worden, waar staan we dan qua versoepeling van de regels? Als de horeca open is, mag je dan wedstrijden tonen op schermen?”

“Ook een stadion dat voor een kwart gevuld is, lijkt me problematisch. De vraag is dan: wie laat je wel binnen en wie niet? Mag de harde sup­porterskern van een club niet? Of juist wel, uit angst voor misdragingen? Dan beloon je slecht gedrag. Qua openbare orde kun je het beste niemand toelaten.”

Schep duidelijke regels, communiceer de sancties en overleg met de supportersverenigingen, aldus Zannoni. “Je hebt er niks aan als honderden supporters afspreken in het centrum van de stad om de wedstrijd te kijken.”

Experts moeten bepalen hoe de gezondheid van alle betrokkenen kan worden gegarandeerd bij een competitie achter gesloten deuren. Goedhart: “Allereerst moet je binnen de 1,5 ­metersamenleving een aparte groep de mogelijkheid bieden hun beroep uit te oefenen. Je zou het profvoetbal gelijk moeten maken aan andere contactberoepen. En we moeten kijken of we iedereen een dag voor de wedstrijd kunnen testen, ook de ballenjongens en arbiters. Over immuniteit zal de komende maanden meer duidelijk worden. En we kunnen leren van competities in andere landen die dit seizoen wel uitspelen.”

Lastig zonder vaccin

Zonder vaccin is competitievoetbal knap ingewikkeld, ook in een leeg ­stadion. “Je kunt spelers veelvuldig testen, maar wat als je een besmetting ontdekt? Dan moet een heel team zeker enkele weken uit de ­competitie,” zegt Ger Rijkers, immunoloog verbonden aan de Universiteit Utrecht. “Je kunt alleen elftallen opstellen met spelers die immuun zijn. Maar is dat in het najaar al het geval?” Vooralsnog schat het RIVM dat nog geen 5 procent van de be­volking immuun is. 

Daar komt bij dat de immuniteitstesten nog niet goed zijn, zegt Frits Rosendaal, hoogleraar en afdelingshoofd Klinische Epidemiologie in het LUMC in Leiden. “En als niet iedereen immuun is, wordt het een moeizame competitie. Stel: Feyenoord speelt tegen Ajax en nadien blijkt een speler besmet. Dan moeten beide teams in quarantaine.” Een voordeel is dat voetballers jong en fit zijn en naar alle waarschijnlijkheid niet erg ziek worden van het virus. Rosendaal: “Maar ze hebben ouders, in de staf zitten oudere mensen. Daar moet je rekening mee houden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden