Wie de pont ziet, denkt aan Noord

PRONKSTUK

Elke club heeft ze. Prominent boven de bar of in de bestuurskamer. Verscholen in een hoekje van de kantine, of achter de struiken rond veld twee. Pronkstukken. Ze vormen de schatkamer van het amateurvoetbal. Deze week: de zilveren wisseltrofee.

'Ik weet niet zeker of hij er staat.'' Cindy Zalm van het Amsterdams Historisch Museum houdt de spanning erin. Ze leidt de Volewijckers Bep Lanser en Tip de Bruin naar de zaal die is ingericht met herinneringen aan de Amsterdamse sport. De Spelen van 1928 nemen een prominente plaats in. Een paard met ploeg legt op zwart-witbeelden de basis voor de olympische grasmat. Tip de Bruin kijkt verwonderd rond. De 87-jarige clubhistoricus is hier voor het eerst. Lanser, met 71 jaar nog altijd penningmeester, heeft er geen oog voor. Hij is vooruitgesneld en staat in een hoek bij een vitrine.

De hoek is gereserveerd voor de vooroorlogse jaren van het Amsterdamse voetbal. Er werd nog niet betaald. Wisselprijzen werden door edelsmeden vervaardigd. De doffe kampioensschaal die de landskampioen anno 2007 ontvangt, valt volledig in het niet bij de kunstwerken die menige amateurclub als wisseltrofee voor zijn eigen toernooi liet maken. Zo ook de Volewijckers.

In 1936 nam de supportersvereniging het initiatief om het seizoen te openen met een jaarlijks terugkerend toernooi. Vier clubs streden om de eeuwigdurende wisselprijs, de Zilveren Pont.

''Hij glimt mooi,'' zegt De Bruin. Gemeentepont no. 15 heeft als voorbeeld gediend voor het schaalmodel. Lanser wijst op meer details. ''De klep kan via dat fijne zilveren kettinkje worden neergelaten.''

Er kunnen wel drie huidige ponten in Gemeentepont no. 15. ''Het was in die tijd de enige verbinding tussen de stad en Noord,'' zegt De Bruin. ''Vrachtwagens werden ook met de pont overgezet.'' De stad en Noord, in die uitdrukking ligt veel opgesloten. ''Wij waren Noord,'' zegt Lanser. ''Een dorp. Amsterdam lag aan de overkant.'' Wie de pont ziet, denkt aan Noord.

En wie aan voetbal in Noord denkt, noemt direct de Volewijckers. De successen zijn vaak beschreven: kampioen van Nederland in het oorlogsjaar 1944; promotie naar de eredivisie in 1961. Het begon allemaal op 1 november 1920. 'Bij wakkerende kaarsen en loevende olielampen werd in een bouwkeet rond het Koekoeksplein DVO opgericht,' schrijft De Bruin in de jubileumuitgave 75 jaar de Volewijckers. Er bestond al een Door Vrienden Opgericht en bij de tweede poging was er gelukkig een lid dat besefte op wat voor grond de leden vergaderden.

Uit Geert Maks Een kleine geschiedenis van Amsterdam: 'Ze [Elsje Christiaens] was op deze vroege meidag voor het stadhuis op de Dam gewurgd en daarna was haar lichaam het IJ overgevaren naar de Volewijk - waar nu de pont aanlegt - om daar langzaam weg te rotten in zon en regen.' De Volewijk was tot 1795 een galgenveld. Er zijn voetbalclubs die het met een mindere verklaring moeten doen.

Het was een arbeidersclub. Vlak na de Eerste Wereldoorlog werd in Noord veel industrie uit de grond gestampt. De arbeiderswoningen volgden snel. De crisis in de jaren dertig trof veel leden van de Volewijckers. Desondanks richtten de initiatiefnemers van het toernooi het Zilveren Pontcomité op. De Bruin: ''Onder de leden werden zilveren guldens en rijksdaalders ingezameld. De opbrengst was ongeveer 800 gulden.'' Het ging uiteindelijk om het zilver. ''Medaillehuis Wijnands en Van Rensen heeft de munten gebruikt om de Zilveren Pont te vervaardigen.''

Het toernooi is sinds 1936 vijftig keer gespeeld. Naamplaatjes tonen alle winnaars. Ajax won in 1943. De Bruin: ''We zijn toen uitgeweken naar het Ajaxstadion. Ons terrein aan het Mosveld mocht niet meer bespeeld worden na het bombardement op Fokker.'' In 1944 keert men wonderlijk genoeg toch terug naar het eigen terrein voor de traditionele seizoensopening. Er is zelfs een officieel programma gedrukt.

Redacteur B. Pasterkamp heeft hierin een vooruitziende blik. 'Als de voortekenen niet bedriegen zal het seizoen 1944/1945 niet zo ongestoord verlopen als het voorgaande.' Op 3 september verslaat de Volewijckers in de finale Wageningen met 8-3. Vier dagen later verbiedt de Duitse bezetter alle sportactiviteiten in de buitenlucht.

De Zilveren Pont kwam ongeschonden uit de oorlog, maar werd na de komst van het betaalde voetbal niet meer op waarde geschat. Tussen 1954 en 1968 werd het Zilveren Ponttoernooi niet gespeeld. Lanser vermoedt dat het een geldkwestie is geweest. ''Clubs kwamen vanaf dat moment niet meer voor niets voetballen.'' Het pronkstuk stond ongebruikt in de etalage van kledingzaak Luijting.

Pas nadat de Volewijckers in 1974 het betaalde voetbal de rug had toegekeerd, werd de draad weer opgepakt. De Zilveren Pont werd inmiddels in een bankkluis bewaard. ''Het Amsterdams Historisch Museum verzocht ons in 1999 de pont te mogen exposeren,'' zegt Lanser. ''Het scheelt ons in de kosten en iedereen kan hem nu zien.'' Het museum verzekerde de omgesmolten zilveren guldens en rijksdaalders voor 85.000 gulden.

Het was een vast ritueel. Bep Lanser ging één dag voor het toernooi met de originele koffer naar de overkant om de Zilveren Pont op te halen. In 2007 hoefde hij zijn jaarlijkse gang naar het museum niet te maken. ''We konden geen representatief deelnemersveld op de been te brengen.'' Dat is toch ondenkbaar. Wie wil nu niet om de Zilveren Pont voetballen? Misschien wel de mooiste trofee van Amsterdam. In elk geval van Noord. (STEVEN VAN DER GAAG)

Bep Lanser (l) en Tip de Bruin in het Amsterdams Historisch Museum. Foto Marcel Israel.
Bep Lanser (l) en Tip de Bruin in het Amsterdams Historisch Museum. Foto Marcel Israel.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden