PlusInterview

Wereldkampioen veldrijden wil nu op de mountainbike naar de OS 2024

Ceylin del Carmen Alvarado in actie tijdens het WK veldrijden, begin februari in Zwitserland. Beeld BELGA

Vlak voor de coronacrisis werd Ceylin del Carmen Alvarado wereldkampioen veldrijden. Nu heeft ze een nieuwe droom: mountainbiken op de Olympische Spelen van 2024.

Wielerpuristen en -muggenzifters vinden dat het niet kan, maar Ceylin del Carmen Alvarado (21) heeft er maling aan. Die regenboogtrui is simpelweg te mooi om in de kast te laten hangen. Dus traint ’s werelds beste veldrijdster soms ook op de weg in die trui. “Niet heel vaak, af en toe. Vorige week nog. Het is een beetje dubbel, want ik ben geen wereldkampioen op de weg. Maar na het veldritseizoen heb ik mijn crossfiets nog niet aangeraakt. En waarom zou ik ’m niet dragen? Ik ben toch wereldkampioen? De trui is zo mooi, die mag gezien worden.”

De regenboogtrui veroverde ze op 1 februari met een machtige sprint op een met modder besmeurd vliegveld in het Zwitserse Dübendorf. Daarna reed ze nog drie veldritten en won die allemaal.

De winter van de 21-jarige Rotterdamse met Dominicaanse roots was met zeventien zeges bij de profs – waaronder naast de wereldtitel ook het Nederlands kampioenschap – nagenoeg perfect. Maar in de wereld van Alvarado is altijd ruimte voor meer. “Ik wil het geen droomseizoen noemen. Dan had ik ook nog het wereldbekerklassement moeten winnen. Ik werd tweede en baalde ook echt. Voor de rest was het super. Aan het begin van het seizoen voelde ik me al sterk en wist ik dat ik heel vaak mee zou kunnen doen voor de overwinning. Dat het zo goed zou gaan, had ik niet gedacht. Niemand, ook mijn trainer en mijn ouders niet.”

Samen trainen

De leegte na het crossseizoen werd versterkt door de coronacrisis. Alvarado woonde tot voor kort in Rotterdam-Zuid, maar trok een paar maanden geleden in bij haar Belgische vriend, Roy Jans. De ploeggenoot van Mathieu van der Poel woont in Belgisch Limburg, net over de grens met Nederland.

Alvarado: “Ik was er al toen de grenzen werden afgesloten en had de keuze om terug te gaan naar huis, maar dan kon ik België niet meer in. Ik ben gebleven en uiteindelijk duurde het heel lang. Toen heb ik van de ploeg een brief gekregen, een soort werkgeversverklaring, waarmee ik zo nodig de grens over kan. We kunnen nu samen trainen en dat is fijn. Zo motiveer je elkaar een beetje.”

Of ze Jans, zelf een sprinter, er al af heeft gereden? “Eén keer bij een bordjessprint, maar hij durft het niet toe te geven en houdt vol dat hij net voorlag.”

Ze mist de competitie op de fiets. “We hebben geluk gehad dat we het veldritseizoen af konden maken, want daarna is natuurlijk grote chaos ontstaan en is alles stopgezet. Normaal zou ik nu al wat mountainbikewedstrijden hebben gereden, was ik op trainingsstage geweest en zou ik tegen het einde van de zomer nog een aantal wedstrijden op de weg doen. Rond deze tijd zou de voorbereiding op het veldritseizoen weer starten.”

“Het begint ook wel te kriebelen, je wilt gewoon weer dat wedstrijdritme erin krijgen. Alleen maar trainen is niet leuk. Een topsporter heeft bepaalde wedstrijdprikkels nodig. Ik fiets voor overwinningen en podiumplekken. Dat dat niet kan, begint me te ergeren. Het is een beetje alsof ik geblesseerd ben en een tijdje geen wedstrijden mag rijden.”

Naar de top

De komende jaren zal Alvarado, net als Van der Poel, meer en meer de cross combineren met mountainbiken en wegwielrennen. Voor die wegcampagne is een ploeg opgezet met onder anderen collega-veldrijdsters Annemarie Worst en Sanne Cant. “In de cross zijn wij tegenstanders van elkaar en behoren we tot de wereldtop. Op de weg is dat anders, omdat we daar nog niet de ervaring hebben tussen de grote namen. Ik moet uitvinden waar mijn kansen liggen. Maar voor mijn wegcarrière heb ik nog heel lang.”

Alvarado wil de komende jaren proberen ook in het mountainbiken door te stoten naar de wereldtop, met de Olympische Spelen van 2024 als het grote doel. “Vorig jaar heb ik de smaak te pakken gekregen met wedstrijden om de wereldbeker, het hoogste niveau. Dat ging nog niet supergoed, maar ik vond het wel heel leuk. Het was de bedoeling dit jaar meer ervaring op te doen, zodat ik mijn olympische droom kan bereiken: de Spelen van 2024 in Parijs.”

“Trainer Kristof De Kegel zegt dat ik nog heel veel groeicapaciteit heb. Ik heb bewust gekozen voor de mountainbike op de Spelen, omdat ik daar nu veel meer kans maak dan op de weg. Offroad ligt mij, maar na de Spelen is het wel klaar, want ik wil ook graag een wegcarrière.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden