PlusAchtergrond

Weer ging het mis bij de ploegenachtervolging: ‘Er moet echt op getraind worden’

Irene Schouten, Ireen Wüst en Antoinette de Jong (van links naar rechts) tijdens de halve finale van de ploegenachtervolging vrouwen op de Olympische Spelen in Peking. De schaatssters werden derde. Beeld ANP
Irene Schouten, Ireen Wüst en Antoinette de Jong (van links naar rechts) tijdens de halve finale van de ploegenachtervolging vrouwen op de Olympische Spelen in Peking. De schaatssters werden derde.Beeld ANP

Weer ging het mis bij de ploegenachtervolging. De Nederlandse mannen grepen naast het podium, de vrouwen wonnen brons. Teleurstellend, voor een onderdeel waar andere schaatsers voor geofferd zijn.

Lisette van der Geest en Pim Bijl

Zijn aarzeling is veelzeggend. “Ja,” zegt Jan Coopmans, bondscoach en eindverantwoordelijke voor de teleurstellend verlopen ploegenachtervolging. De wedstrijd is voorbij, hij is zojuist gevraagd een beoordeling over zichzelf te geven. “We hebben nu net hier één bronzen medaille. We hadden natuurlijk meer gewild en zijn op dit moment even heel teleurgesteld.”

Voor de zoveelste keer op rij is er bij een Winterspelen teleurstelling over de ploegenachtervolging. Nederland is schaatsland nummer één, er zijn speciaal voor het onderdeel schaatsers aangewezen, ten koste van, in dit geval, Tijmen Snel en Dai Dai N’tab. De gedachte: hierop zijn de medaillekansen groter. Maar dinsdagmiddag zijn de resultaten tegenvallend. De mannen eindigden als vierde, de vrouwen werden derde. Doelstelling niet gehaald.

Maar dit verhaal reikt verder dan de de rol van de bondscoach.

De afgelopen dagen bleek weer eens dat Nederland wel een schaatsland is, maar dan vooral een individueel schaatsland, waar individuele prestaties zwaarder tellen dan gezamenlijke. Patrick Roest, aanvoerder bij de mannen: “Voor mij staat ie onder de vijf en de tien kilometer.”

Antoinette de Jong : “Voor buitenlanders is dit onderdeel juist heel belangrijk. Ze trainen erop, omdat ze het individueel niet kunnen. Wij zijn vier individuele rijders, maar je moet wel goed in elkaars slag kunnen rijden.”

Concurrerende ploegen

Dat is het tweede punt waarop het in Nederland spaak loopt: samen trainen. Nederland is het enige schaatsland ter wereld met commerciële ploegen, maar zonder nationale selectie. Een land met ploegen die elkaar beconcurreren, die hun schaatsers betalen voor prijzen en hun status; voornamelijk gebaseerd op individuele prestaties.

Marcel Bosker, Sven Kramer en Patrick Roest na afloop van de finale B van de ploegenachtervolging mannen op de Olympische Spelen in Beijing. De Nederlandse mannen vielen buiten de medailles. Beeld ANP
Marcel Bosker, Sven Kramer en Patrick Roest na afloop van de finale B van de ploegenachtervolging mannen op de Olympische Spelen in Beijing. De Nederlandse mannen vielen buiten de medailles.Beeld ANP

In Nederland is het niveau hoog, in een olympisch seizoen is iedereen bezig met het selectietoernooi eind december, daarna komen pas de Spelen. Samen trainen heeft geen prioriteit. Coopmans moet het doen met de medewerking van teamcoaches. Bij de vrouwen verloopt de samenwerking ook niet altijd vlekkeloos, zo bleek onlangs in een documentaire van het AD over team Zaanlander, de ploeg van Irene Schouten.

En de ploeg waar de volledige achtervolgingstrein van de mannen uit komt, Jumbo-Visma, trainde deze winter ook niet specifiek op dit onderdeel. “We hadden er meer prioriteit op moeten leggen, dat is misschien ook zo,” zegt Sven Kramer.

Geen radicale verandering

Eerder dit seizoen werden de EK en de wereldbeker in Polen gewonnen door Nederland. Kramer ging op zijn laatste Spelen voor goud op dit onderdeel, het werd niks. “Als je eerder gewoon je wedstrijden wint, was er ook geen aanleiding om radicaal te veranderen. Alleen, je ziet nu dat andere landen in vier weken een gigantische sprong maken. En wij laten het liggen.”

Noorwegen, de winnaar bij de mannen, laat dezelfde schaatser aan een stuk op kop rijden. Intussen duwen de schaatsers erachter. De schaatssters van Canada, winnaar bij de vrouwen, trainen altijd met elkaar, onder de Nederlandse coach Remmelt Eldering. Gevraagd naar het lengteverschil binnen zijn ploeg en hoe dit resultaat dan toch mogelijk is, antwoordt hij: “We trainen minstens eens per week achter elkaar op snelheid. Ze zijn het gewend.”

Samen optrekken

“Het is alsof er één persoon over de baan gaat,” zegt Ireen Wüst die net als Kramer dit jaar afzwaait. Beiden geven aan dat het onderdeel serieuzer benaderd kan worden. Maar waar Kramer stelt dat succes inherent is aan het maken van keuzes en dat het maken van een keuze voor de ploegenachtervolging kan bijten met andere onderdelen, zegt Wüst: “Ik denk dat als je zou besluiten in Nederland in de winter elke dinsdag samen te trainen, je daar ook als individu beter van wordt. Het moet meer prioriteit worden gegeven. De coaches moeten de koppen bij elkaar steken, ik denk dat dat het belangrijkst is.”

Irene Schouten: “Ik hoop dat de KNSB en degenen die er zitten nu echt zien dat het anders moet, dat er echt op getraind moet worden. Of dat ze er eerlijk voor uitkomen en zeggen dat voor hun de individuele plaatsen belangrijker zijn.”

Er is een coach aan het roer nodig die hard is, zegt ze. “Die zegt: we gaan nu gewoon trainen. En als je er niet bent, nemen we iemand anders.”

In reactie op de vraag of Coopmans zo’n coach is, perst Schouten haar lippen op elkaar en blijft het stil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden