Plus

We kunnen winnen of verliezen, maar saai is het nooit met bondscoach Louis van Gaal

Louis van Gaal tijdens een trainingssessie van het Nederlands elftal op het trainingscomplex van Qatar University.  Beeld Koen van Weel/ANP
Louis van Gaal tijdens een trainingssessie van het Nederlands elftal op het trainingscomplex van Qatar University.Beeld Koen van Weel/ANP

Het WK in Qatar wordt het laatste kunstje van Louis van Gaal (71), Nederlands kleurrijkste bondscoach aller tijden. In het beste geval wordt het een iconisch afscheid, in het slechtste geval zal het donderen en bliksemen. Onvergetelijk wordt het sowieso.

Sjoerd Mossou

Het was bovenal een ontroerend beeld, begin deze week, daags voor vertrek naar de Qatarese hoofdstad Doha. Louis van Gaal moest onder een soort poort doorlopen op het KNVB-trainingscomplex in Zeist, tussen twee rookkanonnen door, begeleid door de opzwepende klanken van een vrolijke dj.

De bondscoach zette zowaar een kort sprintje in, althans: een sprintje in waggelpas, passend bij een man van zijn leeftijd. Het publiek op de tribunes lachte en juichte. Van Gaal zwaaide olijk naar de mensen, met honderden afgekomen op de laatste ‘uitzwaaitraining’ van het Nederlands elftal.

Het aandoenlijke zat hem in het loopje, maar het sentiment zat hem in meer dan dat. Hier liep de kleurrijkste en misschien wel beste coach die Nederland ooit had, op weg naar zijn laatste grote klus in het internationale voetbal. Een kwetsbaar, maar ook dapper sprintje, gedragen door een aanstekelijk soort jeugdig enthousiasme. En dat voor een man van 71 jaar die nogal wat te stellen had met zijn gezondheid.

‘We can come an end’

Niet zo lang geleden nog brak hij een heup, toen hij ongelukkig van zijn fiets viel in Zeist. En mocht hij met Oranje de WK-finale halen in december, dan is dat precies twee jaar nadat hij de diagnose prostaatkanker kreeg. Van Gaal doorliep het hele traject van bestralingen, liet zijn prostaat verwijderen – en is sinds dit jaar officieel ‘schoon’.

“I think we can come an end,” zei hij woensdagmiddag op het universiteitsterrein van Qatar, in een tent naast het trainingscomplex van Oranje. Een typische Van Gaalquote, zelfbewust en koddig tegelijk. Een onvergelijkbaar personage, dat we straks gaan missen.

Want met zijn vrouw Truus is hij er over uit dat het hierna echt voorbij is. Dit WK moet zijn afscheidscadeau worden aan het voetballand dat hij zo lief heeft, waar hij opgroeide en beroemd werd. Van Gaal straalt in alles uit dat hij er iets memorabels van wil maken. “Ja, ik heb er zin in,” zei hij bij aankomst in Qatar. “Heel veel zin. Zien jullie dat niet aan me?”

Belachelijke keus

Of dat lukt, zal de komende weken vanzelf blijken. Van Gaal is niet per se het decor gegund dat hij verdient: het WK in Qatar is dubieus om tal van redenen, al zo vaak benoemd. De bondscoach was één van de eerste grote coaches die dit WK openlijk ‘belachelijk’ durfde te noemen, als blijk van zijn geestelijke onafhankelijkheid.

Bij de bekendmaking van zijn WK-selectie nam hij vorige week ook nog even de Fifa en – subtiel – zijn eigen KNVB de maat, ter bevestiging dat het de komende weken nooit obligaat zal worden. Fysiek mag Van Gaal dan kwetsbaarder zijn geworden, hij oogt scherp van geest. Hij kan nog steeds als geen ander uit de bocht vliegen, maar net zo vaak is hij charmant, een tikje sentimenteel ook soms.

Nieuw elan

Sinds zijn entree in het najaar van 2021 bracht hij Oranje razendsnel op koers in de WK-kwalificatie, met nieuw elan en nieuwe energie, na een valse start onder voorganger Frank de Boer. Eerst pragmatisch kiezend voor een klassieke 4-3-3-speelwijze, daarna doorschakelend naar een systeem dat hij feilloos vindt passen bij de kwaliteiten van juist deze spelersgroep: het ‘1-3-4-1-2’ zoals Van Gaal dat noemt. Het is een speelwijze waarvan sommigen suggereerden dat het vooral defensief zou zijn. Het tegendeel is waar, bewees Van Gaal in vrijwel alle interlands die volgden.

Oranje toonde zich tegen onder andere Turkije, Duitsland en België juist een dynamisch collectief, gedurfd ‘doordekkend’ en agressief druk zettend in vrijwel alle zones van het veld. Er was nog genoeg voor verbetering vatbaar, maar onmiskenbaar zat er vooruitgang in. “Hoe deze trainer je details bijbrengt, hoe hij dingen uitlegt, dat is wel echt heel bijzonder hoor,” zei Denzel Dumfries onlangs nog bewonderend.

De resultaten spreken voor zich: Van Gaal behoort ook statistisch gezien tot de beste bondscoaches ooit, ondanks zijn uitglijders richting het gemiste WK van 2002. In reguliere speeltijd of verlenging verloor het Nederlands elftal vrijwel nooit tijdens Van Gaals laatste twee dienstverbanden.

Wereldkampioen

Het geeft reden tot optimisme richting de WK-start van Oranje, maandag tegen Senegal. “Ik denk dat we een goede kans maken om wereldkampioen te worden,” zei Van Gaal al een paar keer onomwonden. “Er zijn niet veel coaches die dat durven uitspreken – ik wel.”

Ook daar werd weer lacherig op gereageerd. Bij het Nederlandse publiek schommelt hij voor altijd tussen haat en liefde, tussen verbazing en ergernis, tussen cynisme en oprechte bewondering. Zijn zelfvertrouwen is zo groot, dat je als toehoorder soms niet weet of je nu moet gniffelen of diep moet zuchten.

Op een vraag over de nieuwelingen Xavi Simons en Jeremie Frimpong, deze week in Qatar: “Ja, zoals alle nieuwe spelers zijn die op de eerste dag bij mij ontboden. Dan mogen ze even met mij praten.”

Maar het geloof van Van Gaal in de wereldtitel is geen act – en ook niet per se een blijk van overmoed. Heilig gelooft de trainer in dit collectief: volgens hemzelf de meest professionele en gedreven spelersgroep die hij ooit trainde. “Wat een mooi stel, hè,” zei hij onlangs lachend, wijzend op een groepsportret. “Dit zijn mijn jongens.”

Miskenning

Zoals altijd sluimert er ook een gevoel van miskenning: alsof hij diep van binnen nog altijd moet bewijzen hoe goed hij is. Alsof hij vijanden en minioorlogjes nodig heeft om het beste uit zichzelf te halen.

En Van Gaal mag dan glashelder kunnen formuleren, ook hij is niet altijd te volgen. De keepersdiscussie mondde uit in chaos, die de druk op de beschikbare doelmannen alleen maar onnodig vergrootte – en die ertoe leidde dat Nederland deze week met drie qua interlandvoetbal zeer onervaren keepers in Qatar arriveerde.

Zo consequent als vroeger is hij daarbij allang niet meer. Ook Van Gaal zal zich stiekem hebben gerealiseerd dat hij, als aanhanger van het ‘totale-mensprincipe’, afvaller Jasper Cillessen zélf had moeten bellen, desnoods samen met keeperstrainer Frans Hoek.

Innovaties

Maar wat je Van Gaal nog altijd onmogelijk kunt verwijten: gemakzucht en behoudzucht. Zijn keepers onderwierp hij aan een uitgebreide wetenschappelijke test, om te toetsen hoe goed ze zijn in het stoppen van strafschoppen. “Ik ben een innovatieve coach,” zegt hij vaak. Hij staat open voor elke nieuwe blik op fysiologie, statistiek of videoanalyse. In typische Van Gaaldictie: “Voorheen telde alleen het oog van de meester, nu laat ik het oog van de meester toetsen door de wetenschap.”

Het wordt hoe dan ook weer groots en meeslepend, dit WK met Van Gaal in het Midden-Oosten. Ook bij mislukking zal deze bondscoach tot de verbeelding spreken. Dat hij stilzwijgend en ongezien het toneel verlaat, is volstrekt ondenkbaar.

In het beste geval zal Van Gaal straks jubelend door de grachten gaan, in het slechtste geval zwaait hij af met knallende deuren. Maar saai wordt zijn laatste kunstje nooit of te nimmer. Maak uw stoelriemen vast.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden