Plus Achtergrond

Waarom het bij Ajax en Feyenoord moeilijk werken is

Het is nergens moeilijker werken dan bij de twee grootste voetbalclubs van Nederland: Ajax en Feyenoord. Zondag staan ze tegenover elkaar, in Amsterdam.

Beeld AP

Ajax was in de eigen Johan Cruijff Arena uitstekend begonnen tegen Chelsea. Europese thuiswedstrijden van de club zijn sinds enige tijd weer een feestje. Vorig seizoen reikte Ajax tot de halve finales van de Champions League, een prestatie die tot twee jaar geleden voor onmogelijk werd gehouden. In 24 internationale duels verloor het elftal van trainer Erik ten Hag slechts twee keer. Heroïsche zeges werden geboekt, met sierlijk, aanvallend voetbal. En nu, na een minuut of twintig spelen tegen Chelsea, talmde middenvelder Lisandro Martínez iets te lang met de bal. Hij was ’m kwijt. Gefluit klonk van de tribunes. Niet massaal, maar toch.

Alsof de club niet een jaartje of twintig uit beeld is geweest en zelfs in de eredivisie soms seizoenen lang maar wat heeft aangeploeterd. Na één formidabel jaar ligt de lat in Amsterdam alweer op grote hoogte, vooral bij de achterban. 

“Het is de nieuwe realiteit,” zegt Ten Hag. “Kijk hoe blij Chelsea was met de overwinning. Dat geeft aan dat er respect is voor Ajax. Dat is mooi, maar onze supporters hebben nu ook grotere verwachtingen. Ik kan alleen maar blijven zeggen dat Ajax niet zomaar over tegenstanders van dit kaliber heen loopt. Wij hebben tegen een topclub uit de Premier League een uitstekende prestatie geleverd, alleen zonder resultaat. Tegen Lille en Valencia haalden we dat resultaat wel, maar in die wedstrijden zat het niet tegen.”

Onduidelijke koers

In Rotterdam is het verschil tussen verwachtingen en prestaties soms nog veel groter. Dit seizoen gaapt er weer een enorme kloof tussen theorie en praktijk. De verhouding tussen de supporters enerzijds en de clubleiding en spelersgroep anderzijds staat daardoor zwaar onder druk. De term clubleiding snijdt in dit verband eigenlijk geen hout, want wie er bij Feyenoord aan het roer staat en welke koers er wordt gevaren, is zelfs voor goed ingevoerde journalisten niet altijd duidelijk.

De trainer van Feyenoord is intussen niet te benijden. ‘Japie rot op!’, klonk het na de 4-2 nederlaag tegen Fortuna Sittard. ‘Japie’ is Jaap Stam, die afgelopen zomer is aangetreden. Het beeld dat hem in de onderhandelingen met de club was geschetst, zag hij in een paar weken volledig veranderen. Verdediger Jeremiah St. Juste werd om economische redenen verkocht. En kort na elkaar belden technisch directeur Martin van Geel én algemeen directeur Jan de Jong Stam op met de mededeling dat ze Feyenoord zouden verlaten.

De consequenties waren dramatisch. Tien wedstrijden gespeeld en slechts drie keer gewonnen. “Er is geen balans in de spelersgroep,” zegt stadionspeaker en voormalig topschutter van Feyenoord, Peter Houtman. De kopsterke spits – zevende op de topscorersranglijst aller tijden van de eredivisie – heeft zojuist uitgelegd dat de landstitel die hij met zijn club in 1984 veroverde niet louter op het conto van Johan Cruijff kan worden geschreven. “Het was de samenhang, de bundeling van kwaliteiten. Cruijff was belangrijk, maar er stonden nog wel een paar topspelers op het veld. En we waren een team.”

De kwaliteit van de huidige selectie van Feyenoord houdt niet over, maar het materiaal is volgens Houtman goed genoeg om de strijd met AZ, Vitesse en FC Utrecht aan te gaan voor de derde plek. “We staan nu tiende…”

Feyenoord is lang niet altijd een team, wil Houtman maar zeggen. “Winnen van Porto en dan verliezen van Fortuna.”

Welig tierend cynisme

De selectie is niet in balans, in sommige opzichten een allegaartje. In het machtsvacuüm dat afgelopen zomer ontstond, heeft iedereen die zich betrokken voelt bij het wel en wee van Feyenoord én die iets te vertellen heeft, een duit in het zakje gedaan. Stam zelf nam Liam Kelly mee van Reading. Jeugdtrainer Dirk Kuijt speelde een rol in de komst van verdediger George Johnston van Liverpool. Maar van geen van tweeën komen de kwaliteiten uit de verf.

Via Stams zaakwaarnemer Henk van Ginkel kwam de Argentijnse stopper Marcos Senesi naar Feyenoord. Hij kostte zeven miljoen euro en werd na anderhalf optreden in het eerste al afgeschreven door critici en supporters. Het cynisme viert hoogtij in Rotterdam.

Het is nog niet zo lang geleden (tussen 2006 en 2008) dat bij Ajax exact hetzelfde is gebeurd; de periode met Martin van Geel als technisch directeur en Henk ten Cate als trainer. Hun samenwerking was op z’n zachtst gezegd moeizaam. Het spelersbeleid leek op kwartetten. Jurgen Collin kwam op voorspraak van Ten Cate naar Amsterdam, Van Geel pikte Albert Luque op in Engeland. En zo ging dat met meer spelers. De scouting werd gepasseerd. Op advies van Johan Cruijff werd Piet Keizer aangesteld als technisch adviseur naast Van Geel, waarmee diens rol bij Ajax feitelijk was uitgespeeld.

Clubicoon Cruijff gebruikte niet zelden zijn wekelijkse column in De Telegraaf om de zittende macht bij Ajax aan te sturen, op fouten te wijzen of onder druk te zetten. Die columns hadden soms een enorme impact. Dat geldt tegenwoordig ook voor de column van Willem van Hanegem in het Algemeen Dagblad. Hij veegde onlangs de vloer aan met ‘messias’ Dirk Kuijt, die als trainer van het hoogste jeugdelftal van Feyenoord geregeld trainingen zou schrappen voor bezoekjes aan of wedstrijdjes met oud-ploeggenoten. Van Hanegem: ‘Kuijt is níet de oplossing voor de sportieve crisis van Feyenoord.’ “Ik neem aan dat Willem dat met de beste bedoelingen schrijft, maar iedereen reageert daar weer op,” zegt Houtman met een zucht: ”

Onrealistische verwachtingen

Van Hanegem was ook een van de grootste criticasters van Van Geel die in 2008, net als dit jaar bij Feyenoord, uit eigen beweging opstapte bij Ajax. Hij was er slecht van afgekomen in het rapport-Coronel, een intern onderzoek naar het sportieve en organisatorische falen van de club.

Klaas-Jan Huntelaar had in die roerige periode net de overstap gemaakt van Heerenveen naar Ajax. Zijn persoonlijke prestaties hebben niet geleden onder het geruzie in de clubleiding. Hij werd in 2006 en 2008 met 33 goals topscorer van de eredivisie. In het seizoen daartussen maakte hij 21 doelpunten. Ajax won twee keer de KNVB-beker. Huntelaar: “Ik vond dat spanningsveld op een bepaalde manier wel prikkelend. Het maakt je scherp en alert.”

Natuurlijk merkte hij dat niet iedereen aan hetzelfde touwtje trok. “Maar dat gold niet voor de spelersgroep. Het waren vooral de mensen daarbuiten die meer met zichzelf bezig waren dan met het team. Een speler staat minder in de overlevingsstand, want die wordt ook niet zo snel ontslagen. Dat risico lopen directeuren en trainers eerder.”

Huntelaar zegt niet in de keuken te kunnen kijken van Feyenoord, maar hij voetbalde zeven jaar voor Schalke 04. “Ik denk dat je die club wel met Feyenoord kunt vergelijken. Een grote schare fanatieke, nauw betrokken en fel meelevende fans met vaak grote, onrealistische verwachtingen en dus ook vaak bittere teleurstellingen. Uiteindelijk gaat het om de resultaten op het veld en als die tegenvallen, is een bestuurder of een trainer de klos. Maar ik was er bij Schalke wel klaar mee dat er elk jaar een nieuwe trainer voor de groep stond. Wéér een andere speelwijze, wéér andere accenten. Je gooit jaren weg en bouwt nooit iets op.”

Ajax is nu veel stabieler dan tien jaar geleden. Vasthouden aan je plan, ook als de druk wordt opgevoerd door schreeuwers op tv en langs de lijn, is volgens Huntelaar de crux. “Het gaat om een goede trainer, een duidelijke visie en een duidelijke filosofie en een team dat de speelwijze kan omzetten in resultaten. Het is een voordeel dat de directeuren Edwin van der Sar en Marc Overmars zelf aan de top hebben gespeeld. Ze kennen de processen, de valkuilen. Ze schuiven geregeld aan bij onze lunches. Dan praat je ook over andere dingen dan voetbal.”

Er zijn niet zo heel veel goede trainers, vindt Huntelaar. “Dus je moet wel de goede pakken.”

De 36-jarige spits maakte in zijn rijke loopbaan meer dan twintig trainers mee. Hij noemt Louis van Gaal, Gertjan Verbeek en Erik ten Hag als de beste trainers die hij op zijn pad tegenkwam.

Uitstekende opleiding

Ten Hag heeft Ajax naar het kampioenschap en de winst in de KNVB-beker geloodst, en in de Champions League naar de halve finales. Een ongekende prestatie in de recente geschiedenis van de club. Toch betekent dat niet dat de trainer kritiekloos wordt gevolgd.

Want waarom krijgt de jeugd zo weinig kans? Waarom kan de jonge spits Lassina Traoré niet invallen tegen Chelsea in plaats van Siem de Jong? Waarom verschijnt David Neres in het veld, terwijl die overduidelijk met zijn vorm worstelt? Geef Noa Lang eens de kans. En is Ryan Gravenberch, hoewel pas 17 jaar, echt zo veel minder dan Edson Álvarez?

Ten Hag: “Jonge talenten moeten hun kans verdienen. Ze moeten aantonen dat ze beter zijn dan de spelers in het eerste elftal of de potentie hebben beter te worden. Als dat zo is, zullen wij ze wel brengen. De opleiding van Ajax is uitstekend. Justin Kluivert en Matthijs de Ligt zijn recent verkocht aan topclubs, Donny van de Beek, Noussair Mazraoui en Sergiño Dest zijn doorgebroken en in het verleden Daley Blind, Joël Veltman en Siem de Jong. Je kunt niet verwachten dat de aanvoer op korte termijn maar blijft komen. Opleiden kost tijd. De stap van jeugdvoetbal naar eredivisievoetbal is al groot, die naar Champions Leaguevoetbal nog veel groter. En de verantwoordelijkheid is wel: winnen.”

Dat winnen is bij Ajax alweer bijna gewoon geworden. De club verloor in de eredivisie voor het laatst op 17 maart, uit tegen AZ. Toch is het natuurlijk niet gewoon. Vraag dat maar aan een Feyenoordsupporter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden