Plus

Waarom gaat het zo goed met de Nederlandse atletiek?

De Nederlandse kampioenschappen indoor kennen dit weekend meer blikvangers dan lang gebruikelijk was. Waarom gaat het zo goed met de Nederlandse atletiek?

Femke Bol wint de 300 meter horden tijdens de Golden Spikewedstrijd in Ostrava, Tsjechië, in september.
 Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Femke Bol wint de 300 meter horden tijdens de Golden Spikewedstrijd in Ostrava, Tsjechië, in september.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Het waren bijzondere records die de afgelopen weken sneuvelden, nationale records die al decennialang stonden. Vorig jaar baarden meerdere talenten opzien met hun eerste zege in een prestigieuze Diamond Leaguewedstrijd. Niet alleen Dafne Schippers en Sifan Hassan kunnen zich tegenwoordig meten met de mondiale top, maar ook Femke Bol, Lieke Klaver en Nadine Visser. Het gaat goed met de Nederlandse atletiek, dat is duidelijk. Hoe komt dat opeens?

“Het speciale aan de huidige generatie is dat de groep zo breed is,” stelt Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie. “Het niveau van de nationale atletiek zit al lange tijd in de lift. Als je kijkt naar de grootte van de bond en het aantal verenigingen, dan is atletiek geen grote sport in Nederland. Een terechte vraag is hoe lang we die opgaande lijn kunnen vasthouden.” Dan lachend: “Dat blijven we ons afvragen.”

Zelfreflectie

Volgens een oud gezegde is talent er altijd en overal. “Het is dus zaak een goed systeem te hebben dat talent vindt,” zegt Roskam. “Wij zijn sinds 2014 heel gericht gaan scouten.” Daarbij wordt vooral gelet op de potentie van een atleet. Hoe groot is de kans dat iemand zich doorontwikkelt? Het prestatieniveau wordt gewogen: welke resultaten zijn behaald met hoeveel trainingsarbeid? En men kijkt naar de fysieke en mentale kenmerken van de atleet. “Het motortje dat erin zit, is belangrijk. De kop die erop zit ook, zoals we in de sport oneerbiedig zeggen. Is iemand ambitieus, analytisch en in staat tot zelfreflectie?”

Tekst gaat verder onder foto

Dafne Schippers wint op hetzelfde toernooi in Tsjechië de 150 meter. Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Dafne Schippers wint op hetzelfde toernooi in Tsjechië de 150 meter.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Per talent wordt bekeken wat de beste vervolgstappen zijn. Daarbij ligt de regie op het nationaal trainingscentrum Papendal. “Dit doen we al langere tijd structureel en nu zie je dat er veel grote talenten komen bovendrijven. Sporters van de buitencategorie, zoals Schippers en Bol, zijn natuurlijk een geval apart. Het is vooral in de breedte te organiseren.”

Het systeem werkt, getuige de resultaten. Dat komt ook doordat de Atletiekunie het blijft verfijnen, volgens Roskam. “In Nederland zijn er niet veel coaches die het verschil kunnen maken op het hoogste niveau. Daarom hebben wij die kennis en kunde ingekocht, in de personen van eerst de Amerikaan Rana Reider en later de Zwitser Laurent Meuwly. Jarenlang hebben wij vooral tijd gestoken in de talentontwikkeling van de sporter en minder in de talentontwikkeling van de trainer. Drie jaar geleden zijn we met een opleiding voor topcoach gestart.”

Ad Roskam, technisch directeur Atletiekunie. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Ad Roskam, technisch directeur Atletiekunie.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Betere training, betere begeleiding, betere faciliteiten

Ellen van Langen, olympisch kampioen 800 meter in 1992

“Ik ben blij met de ontwikkeling van de Nederlandse atletiek. Dat er nu een brede lichting van twintigers is die internationaal meekunnen, komt door de voorwaarden die voor hen zijn geschapen. Er is een goede situatie op Papendal, met een grote groep gekwalificeerde coaches. Toen ik sportte, lag het zwaartepunt bij de verenigingen. De bond had minder zicht op hoe talenten zich lokaal ontwikkelden. Ik heb zelf veel geluk gehad met mijn clubcoach, ik voelde meteen dat hij me verder kon helpen. Nu zijn atleten minder afhankelijk van die geluksfactor.”

“Omdat ik relatief laat ben begonnen, was ik een vreemde eend in de bijt. Ik specialiseerde me op de 400 en 800 meter, terwijl het toen gebruikelijk was allround te worden opgeleid. Op mijn eerste centrale training moest ik ook hordenlopen, maar dat kon ik helemaal niet. Daar werd ik wel een beetje om uitgelachen. Nu is de atletiekwereld minder conservatief, men kijkt waar sporters vandaan komen. De aanpak is ­individueler, dat is winst.”

“Topsport is een vak, dat draagt de Atletiekunie al sinds 2012 uit. Als je sporters zo van jongs af aan begeleidt, dan worden ze betere, zelfstandige atleten. Dan groeit de kans dat ze het topsportleven, met alle druk en verwachtingen, aankunnen.”

“De mens is een kopieermachine. Je leert veel van wat je om je heen ziet. Daarom werkt Papendal zo goed. Als je in dezelfde ruimte traint als ­Churandy Martina of Dafne Schippers, dan zie je wat zij doen. Hoe zij op hun voeding letten, welke beslissingen zij nemen. Dat is het krachtigste element in talentontwikkeling. Een kenmerk van een talent is immers dat dingen snel worden opgepikt. Zo zien wij direct of iemand potentieel topatleet is.”

Rens Blom, wereldkampioen polsstokhoogspringen in 2005

“Bij internationale wedstrijden doen nu meestal meerdere Nederlanders mee. In mijn tijd was ik vaak de enige. Ik denk dat dit komt door de focus van de Atletiekunie op topsportprogramma’s. Toen ik een tiener was, moest ik naar België rijden voor de techniektraining. Hier in Nederland waren geen faciliteiten. Eens in de twee weken bracht mijn vader me en dan moesten we zelf de aanloop uitrollen en de valmatten opbouwen. Om meer met polsstok te kunnen trainen, ben ik toen naar Duitsland verhuisd.”

“In het verleden zijn er een paar uitzonderlijke prestaties geweest, die puur en alleen voortkwamen uit de inzet en bevlogenheid van de atleet zelf. Mijn titel is daar ook een voorbeeld van. Die prestaties heb­ben de ogen van de beleidsmakers geopend. Ik weet nog dat we bij de Spelen van Sydney, in 2000, met Joop Alberda om de tafel zaten, de toenmalige technisch directeur van NOC*NSF. Hij zei: ‘Dit gaat zo niet langer, er moet iets veranderen in de atletiek.’ Daarna is Papendal als centrale trainingslocatie opgebouwd. Daar ligt de basis voor het hoge niveau van dit moment. Het is echt bijzonder dat we nu in verschillende disciplines echte toppers hebben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden