PlusPS

'Vrouwenvoetbal wordt vooral gezien als iets gezelligs'

Nu vrouwen volop voetballen en het nationaal elftal een EK in eigen land speelt, schreef Annemarie Postma (32) een boek voor voetbalmeiden. 'Zij hebben voorbeelden nodig.'

Annemarie Postma: 'Laat die eeuwige discussie over wat vrouwenvoetbal wél of níet is lekker over aan volwassenen en jaag je droom na'Beeld Marc Driessen

Johan Derksen? Hallo Johan? Mocht je dit lezen: hou maar op. Verder lezen heeft geen zin. Stop, alsjeblieft. En voor dat boek van Annemarie Postma geldt hetzelfde: lees het niet. Echt níet doen gewoon. Je gaat er niet blij van worden. Als voor jou in steen is gebeiteld dat vrouwenvoetbal nergens op slaat, is De Oranje Leeuwinnen niets anders dan een onzinboek.

Voor Johan Derksen is Postma's boek dan vooral ook ­helemaal niet bedoeld, zegt ze. Natuurlijk niet. "Johan Derksen verandert toch niet van mening. Die vindt voetballende vrouwen niks en niets wat ik zeg of schrijf, zal daar iets aan kunnen veranderen."

Haar boek is vooral een boek voor meiden, zegt Postma. "Een boek dat er nog niet was. Toen ik in de researchfase naar de bibliotheek ging, kwam ik twee boeken tegen over vrouwenvoetbal, waaronder eentje van Anouk Hoogendijk. Maar verder? Niets. Nu is er in ieder geval iets."

Als mannenvoetbal in de beleving alles is, is vrouwenvoetbal bijna niets. En dat is niet eerlijk, vindt Postma, ­actief bij DVVA en trainer/coach van de meisjes B1 van SV De Meer. Daarom schreef ze het boek De Oranje Leeuwinnen: Het Nederlands vrouwenelftal. Over de beste voetbalvrouwen van Nederland dus.

Meiden in een jongensboek
Over Mandy van den Berg bijvoorbeeld. Shanice van de Sanden en Jackie Groenen. Sherida Spitse, Kika van Es en Merel van Dongen. Profs, stuk voor stuk. Niet zelden uitkomend in de beste competities in het buitenland. Nederlandse vrouwen voetballen voor Bayern München, Arsenal en Paris Saint-Germain, dat kunnen maar weinig mannen zeggen. Meisjes die een jongensboek leven. Fit en technisch vaardig. Atleten in ieder opzicht, die door roeien en ruiten gaan om te slagen.

Als dát gevoel overkomt, als meiden (jongens mogen natuurlijk ook) na lezing van haar boek enthousiast zijn ­geworden voor voetbal, is het alle moeite waard geweest voor schrijfster Postma.

"Jonge meiden die echt iets willen met voetbal, hebben voorbeelden nodig. Ik hoop dat ze tijdens het EK opkijken tegen de speelsters van het Nederlands elftal. Vraag ze die handtekening, alsjeblieft, doe het! Laat die eeuwige discussie over wat vrouwenvoetbal allemaal wél of níet is lekker over aan volwassenen en jaag zelf je droom na."

Teamfoto van de oranjevrouwen tijdens een oefenduel tussen Nederland en Frankrijk ter voorbereiding op WEURO 2017Beeld ANP

Het vrouwenvoetbal zit in de lift, geen sport die er zo snel zo veel leden heeft bijgekregen: in Nederland voetballen 150.000 meisjes en vrouwen. En Postma's boek komt niet voor niets dit voorjaar uit: half juli is, voor het eerst in Nederland, het EK vrouwen in stadions in Utrecht, Tilburg, Enschede, Deventer, Rotterdam, Doetinchem en Breda.

Louter rooskleurig liggen de zaken echter nog niet, zegt ze. "Meidenvoetbal wordt vooral gezien als iets gezelligs. Als ze maar plezier hebben op het achterste veld, hoor ik veel te vaak. Of: dat het zo leuk is voor de sfeer bij een voetbalvereniging als er ook meisjes voetballen. Bah!"

Onflatteuze mannenkleding
In haar boek wijdt ze ook een hoofdstuk aan het belang van de juiste kleding. De meeste meisjes spelen nog in jongenstenues. "Er is een merk met een vrouwenlijn, maar clubs willen er vaak niet aan. In de besturen zitten vaak alleen maar mannen, die denken: wat zeur je nou?"

De internationals die Postma sprak, balen ook van die onflatteuze mannenkleding. Neem bijvoorbeeld de speelsters van Ajax. "Zij spelen in tenues van de B-junioren."

Begrijp haar goed, ze wil niet klagen, maar Postma wordt tegelijk soms ook 'enorm moe' van de manier waarop voetballende vrouwen met achteloos gemak worden weggezet - en zeker niet alleen door Johan Derksen. "Speelt een vrouw verkeerd terug of laat een keeper een gemakkelijke bal door, dan hoor je gegarandeerd: tja, dat is nou vrouwenvoetbal. Alsof mannen nooit verkeerd terugspelen, alsof mannelijke keepers nooit een blunder maken."

Tegelijk sluit Postma haar ogen ook niet voor de verschillen. Als ze jongens traint, wordt het net met ballen gretig geplunderd voordat de training ook maar begint. "Bij meisjes valt het ze soms niet eens op wanneer ik geen net met ballen heb meegenomen. Er zíjn verschillen, maar dat wil niet zeggen dat dat voor alle meisjes geldt."

Ze noemt het een non-vergelijking: "Het spel gaat zo langzaam, zeggen mensen. Ja, vrouwen zijn nu eenmaal minder snel en minder sterk dan mannen. Wat heeft het voor zin om dat maar te blijven vergelijken? Ik hoop dat over tien, twintig jaar mensen als ze het over voetbal hebben, vragen: gaat het over mannen- of vrouwenvoetbal?"

Aan de topvoetbalsters die deze zomer Nederland vertegenwoordigen zal het niet liggen, zegt Postma. "Het ­niveau dat deze vrouwen halen is gigantisch. Ze zijn sterker en fitter dan de generatie hiervoor. En wat ik duidelijk heb gemerkt toen ik met ze sprak: ze wíllen, ze hebben dat speciale. Ze hebben de absolute wil om het beste uit zichzelf te halen."

Zo wordt het hopelijk een mooie voetbalzomer, aldus Postma. "De aandacht voor vrouwenvoetbal neemt toe, natuurlijk ook omdat het een toernooi is in eigen land. De NOS ­besteedt er aandacht aan en het team werkt toe naar een climax." Zoals ze schrijft in haar boek: 'En dan breekt de zon door.'

Annemarie Postma: De Oranje Leeuwinnen: Het Nederlands vrouwenelftal. Ambo|Anthos, €17,99.

Uit het amateurisme

'Voetbal is alleen een sport voor vrouwen als ze op de tribune zitten,' was in 1896 de mening van de Nederlandse Voetbal Bond (NVB).

Postma beschrijft in haar boek De Oranje Leeuwinnen hoe de NVB op die manier reageerde op een uitnodiging door de British Ladies Football Club aan enkele vrouwelijke leden van de Rotterdamse club Sparta om een wedstrijd te spelen.

Later voert de inmiddels koninklijke bond zelfs een landelijk voetbalverbod in. Het zou nog tot 1955 duren voordat de Nederlandse Damesvoetbalbond werd opgericht. De eerste landelijke competitie gaat later dat jaar van start met veertien vrouwenteams. Ook nu noemt de KNVB het initiatief 'een nutteloze bijdrage aan de vooruitgang van het voetbal'.

Langzaam maar zeker groeit het vrouwenvoetbal: het aantal speelsters neemt toe, het Nederlands team krijgt een voltijds bondscoach en in 1994 gaat de landelijke hoofdklasse van start.

Een grote stap wordt gezet in 2007: vrouwenvoetbal wordt uit het amateurisme ­gehaald door hen te koppelen aan betaaldvoetbalorganisaties. Zes clubs doen uiteindelijk mee: ADO Den Haag, AZ, SC Heerenveen, FC Twente, FC Utrecht en Willem II. In augustus 2009 neemt het vrouwenteam voor het eerst deel aan een Europees kampioenschap: in Finland verliezen ze in de halve finale van Engeland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden