Achtergrond

Vreemde vogel Yoeri Havik in Japan ineens op de weg tussen de elite: ‘Dat parcours is echt veel te gek’

Door het succes van de Nederlandse baanploeg is Yoeri Havik genoodzaakt om ook mee te doen met de olympische wegrace van 234 kilometer. ‘Dat parcours is echt veel te gek voor een baanrenner als ik.’

Jan Willem van Schip (l) en Yoeri Havik in de finale koppelkoers tijdens de Europese Kampioenschappen baanwielrennen in Omnisport.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Jan Willem van Schip (l) en Yoeri Havik in de finale koppelkoers tijdens de Europese Kampioenschappen baanwielrennen in Omnisport.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De buitenlandse wielrenners zullen hem niet herkennen. Yoeri Havik (30) is de vreemde vogel op de deelnemerslijst van de olympische wegrace komende zaterdag. De baancoureur rijdt normaal gesproken wielerwedstrijden bij een continentale ploeg, zeg maar het derde wielerniveau, om zijn conditie te onderhouden, maar door de vele medaillekansen van de baanploeg zit de wegselectie bestaande uit Tom Dumoulin, Wilco Kelderman, Dylan van Baarle en Bauke Mollema met een personeelstekort. Havik vult die leegte.

Tijdens het laatste Nederlandse kampioenschap op de weg haalde de geboren Zaandammer tussen de profs de finish niet, daarvoor startte hij in koersen met namen als de Gooikse pijl, de Kustpijl en de Elfstedenronde. In de prijzen reed Havik daar nooit, in tegenstelling tot de vele nationale en internationale titels die hij behaalde op de baan.

Mount Fuji

Tadej Pogacar en Wout van Aert, favorieten in Japan straks, kent Havik alleen van televisie. De kleinzoon van drievoudig wereldkampioen op de baan Cees Stam kent zijn rol. “Na honderd kilometer in de wedstrijd stap ik af,” zegt Havik, terwijl hij naast zijn kompaan in het baanonderdeel de koppelkoers Jan-Willem van Schip de pers nog een laatste keer voor Tokio te woord staat. “Toch mooi dat ik die grote Nederlandse renners de eerste uren kan helpen in de wedstrijd. Nooit gedacht dat ik ooit aan hun zijde op dit podium zou rijden.”

Het parcours ziet Havik met angst en beven tegemoet. Om de finish te bereiken moet de meervoudig zesdaagserenner 4.865 hoogtemeters en Mount Fuji overleven. Ter vergelijking: in de laatste Tour de France behelsde de koninginnenrit naar Col du Portet, gewonnen door Pogacar, 4.375 hoogtemeters. “Het is echt veel te gek voor een baanrenner als ik,” zegt Havik. “Zelfs als ik me zeven uur helemaal uit elkaar trek, red ik het niet.”

Opofferingen

Nadelige gevolgen voor de koppelkoers die twee weken later wordt verreden, ziet Havik niet. “Dan had ik de wegrace ook niet gedaan. De bond moest dan maar een andere gegadigde zoeken.”

De tussenliggende periode gebruikt Havik om de jetlag, die tijdens de wegwedstrijd nog in zijn lichaam zit, te elimineren en daarna te wennen aan het klimaat. In de eerste dagen mag hij zijn hotelkamer niet verlaten en is de baanrenner veroordeeld tot trainingen op de fietstrainer. Van Schip, die als eerste door de wielerbond werd gevraagd voor de dubbele rol, dankt zijn collega voor de opofferingen. “Ik kan er niet mee omgaan, ik heb deze periode alle baantrainingen nodig.”

Na de winst op de Belgian Track Meeting in april, de enige krachtmeting van het afgelopen jaar, en vierde plek op het laatste wereldkampioenschap (2019) hebben Havik en Van Schip medaillekansen op de koppelkoers. Daarvoor is de juiste energieverdeling de sleutel tot succes over de vijftig minuten durende koers. Sparen, niet met krachten smijten, maar niet de slag missen.

Voor de leek is de koppelkoers een ingewikkeld spel met een chaotisch verloop, voor Van Schip en Havik het mooiste onderdeel van de Spelen. Als duo proberen ze in tussensprints, punten te verdienen en andere landen af te troeven. Door middel van handaflossing wisselen ze elkaar af, twee renners uit één land zijn nooit gelijktijdig in koers.

Mario Kart

Door het fysieke verschil – Van Schip weegt twintig kilo meer – kan Havik een enorme zwieper krijgen bij de aflossing. “Als ik hem goed wegsmijt, dan lanceer ik hem als een soort paddenstoel uit Mario Kart. Daar maken we gebruik van,” zegt de zwaarste van de twee.

Van Schip, de renner met de minste baanervaring, vangt hun strategie aanvullend in eigen woorden: “Kijken, anticiperen, strakke handjes, hard bovenin, hard onderin, goed timen, altijd timen, na de sprint doorrijden, aero blijven, nog een keer de strakke hand, blijven duwen, om de aflossing heen sturen, kijken wie er sprinten gaat, niet te hard op kop, maar wel genoeg op kop, dat zijn we er bijna wel.”

De twee zijn complementair aan elkaar. Van Schip noemt zichzelf ‘een lompe beuker op de fiets’, Havik is het tactische baanbrein. “Er zijn teams in Japan bij die verschrikkelijk sterk zijn,” zegt Havik. “Als je de ervaring van de baan niet hebt, ben je kansloos.”

De enige overeenkomst tussen beiden is dat ze dag en nacht bezig zijn met verbeteren. Elkaar de waarheid durven zeggen, dat is hun grootste kracht. “We verwijten elkaar nooit iets,” zegt Havik. “We werken samen aan ons grootste doel: de Olympische Spelen. Maar eerst de wegrit overleven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden