Ronde van Spanje 1935. De Nederlanders Marinus Valentijn (tweede van rechts) en Gerrit van de Ruit (vierde van rechts), met tussen hen in Vuelta-winnaar Gustaaf Deloor uit België.

Plus Achtergrond

Vreemd eten, kapotte fietsen en totale gekte bij eerste Vuelta

Ronde van Spanje 1935. De Nederlanders Marinus Valentijn (tweede van rechts) en Gerrit van de Ruit (vierde van rechts), met tussen hen in Vuelta-winnaar Gustaaf Deloor uit België. Beeld Steffen / provécollectie Valentijn)

Valentijn en Van de Ruit waren de eerste Nederlanders ooit in een grote ronde, zij deden in 1935 mee aan editie 1 van de Vuelta. Edwin Winkels beschrijft hun avontuur in zijn boek La Vuelta.

De Vuelta, en niet de Tour of Giro, was de eerste grote ronde waaraan Nederlandse wielrenners deelnamen. Gerrit van de Ruit en Marinus Valentijn waren in 1935 de voorgangers van mannen als Gesink, Mollema en Kruijswijk, die zaterdag in de 74ste editie van de Spaanse ronde starten. 

Op 14 maart 1935 ontving Marinus Valentijn thuis in St. Willebrord een brief. Dé brief. Met een getekend contract. De aanhef luidde: ‘Señor Marinus Valentijn’. Een brief uit Spanje. Hij was al eerder benaderd, en nu was het formeel: hij werd uiterlijk 28 april in Madrid verwacht om de dag erna deel te nemen aan de allereerste Vuelta a España. Nooit had een Nederlandse coureur in een van de grote buitenlandse rondes gereden; in de Tour de France zouden de eersten in 1936 debuteren. Een hele eer dus.

Valentijn was met zijn 34 jaar niet de jongste meer, maar hij was dan ook pas na zijn dertigste profrenner geworden. Nederlands kampioen in 1932. Het jaar erop verraste hij met brons op het WK in Monthléry. Hij was de eerste Nederlander op een WK-podium. Niet vreemd dus dat hij als aanvankelijk enige Nederlander werd gevraagd mee te helpen de eerste Ronde van Spanje een beetje internationale allure te geven.

Vóór Valentijns vertrek ging een verslaggever van de krant De Grondwet bij hem op bezoek.’Als onze man een beetje in vorm is en niet al te veel van streek raakt door de Spaanse keuken, die nu eenmaal heel anders is dan de Hollandse, dan kan zijn afstamming hem wel eens bijzonder van pas komen. Een overwinning van Valentijn zou door de Spanjolen tien tegen één als een semi-Spaanse victorie worden uitgelegd’ schreef de journalist, die meende dat Valentijn door zijn bruine ogen en iets getinte uiterlijk Spaanse voorouders moest hebben.

De organisatie besloot het peloton van vijftig man te verdelen in twee groepen: de ene helft reed op fietsen van BH, de andere helft op Orbea. Vanwege de taal en de herkomst kwam Valentijn bij de zes Belgen terecht, de grootste buitenlandse afvaardiging. De Belgen hadden kort voor de Vuelta ook nog een andere Nederlander benaderd, de 23-jarige Gerrit van de Ruit uit Capelle aan den IJssel, Nederlands kampioen in 1933.

Biefstuk

Het was heet de eerste dagen, zo zou Valentijn weken later vertellen. “De meeste van ons kwamen verbrand aan. De Belg Gardier leek wel een biefstuk en moest zelfs in het ziekenhuis worden opgenomen. De overige dagen regende het echter bakstenen, zo erg dat we tussen meren leken te rijden.”

Al in de derde etappe verloor Valentijn zijn kansen op een goede eindklassering. In de afdaling van een col braken zijn remmen. Repareren was onmogelijk, materiaal was niet voorhanden. De rest van de rit ging ook over voortdurend golvend terrein door het Baskenland. Valentijn kwam binnen op 43.17 minuten achterstand van de Belg Gustaaf Deloor, die die dag de basis voor zijn eindzege legde.

Valentijn werd uiteindelijk tiende in de eerste editie van de Ronde van Spanje. Zeer verheugd of trots was hij niet. “Spanje kan me gestolen worden,” zei hij. Zijn samenvatting van de Vuelta: hij begreep helemaal niets van het Spaans. De wegen waren heel slecht, behalve de straten in de steden. Op het armoedige platteland zag hij vooral krotten staan waar de bewoners hun slaapstee deelden met het vee.

In de hotels schoot het ontbijt er altijd bij in. De renners moesten rond vijf uur op om op tijd aan de vroege start te staan. Maar wat voor een kabaal ze ook maakten; eigenaar of personeel kwamen op dat vroege tijdstip niet opdagen, zodat de coureurs zonder ontbijt en koffie aan de etappe moesten beginnen en pas na meer dan honderd kilometer, bij de eerste ravitaillering, wat te eten kregen.

“De keuken was niks,” klaagde Valentijn. “Het is daar alles olie wat je krijgt. De gebakken eieren dreven in olie alsof het sardientjes waren. Ik kon me ermee redden, maar voor Van de Ruit zag het er erg uit. De arme jongen was er dagen ziek van, deed niks dan overgeven. Maar hij kwam er tenslotte toch doorheen. En heeft-ie desondanks niet schitterend gereden?”

Van de Ruit eindigde als veertiende in het eindklassement en had bijna een etappe gewonnen. Het was in de achtste rit naar Valencia, waar hij onderweg bij de journalisten vooral opviel door zijn voortdurende pech. ‘Van de Ruit is een lange, tengere, blonde Nederlander,’ schreef de krant ABC.

“Een soort Don Quichot uit Amsterdam. Iemand die voortdurend achteropraakt omdat er iets aan zijn fiets mankeert. Hij repareert hem en keert terug in het peloton, en zo een ontelbaar aantal keer. We proberen met hem te praten, maar hij antwoordt niet. Hij zit onberispelijk op zijn fiets, beweegt ritmisch zijn twee slanke benen, zo wit dat ze van het vlees van een garnaal gemaakt lijken.”

Pech

Ondanks alle pech kon Gerrit van de Ruit na 188 kilometer de sprint om de dagzege aangaan met de Oostenrijker Max Bulla. Maar zoals in elke finishplaats was het in Valencia een totale gekte. Zodra het publiek de renners in de verte zag aankomen, liep iedereen de weg op. In de trechter die ontstond moest Van de Ruit even in de remmen om een botsing met een toeschouwer te voorkomen, en was hij verloren.

Van de Ruit keerde teleurgesteld terug naar Nederland, maar tegelijkertijd ‘blij met de ervaring’ die hij had opgedaan. Door een val in de tweede etappe en die problemen met zijn darmen kende hij een loodzware Vuelta. Bovendien vond hij dat de Spanjaarden werden bevoordeeld, ze mochten straffeloos aan auto’s hangen. “Maar het Spaanse volk leefde geweldig mee met de rijders.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden