Sport Bewaar

Voor Louis van Gaal komt alles samen

Een jaar na dat rampseizoen, waarin Van Gaal eind maart aangaf te zullen vertrekken, is de landstitel bijna binnen. Foto ANP/Robert Vos
Een jaar na dat rampseizoen, waarin Van Gaal eind maart aangaf te zullen vertrekken, is de landstitel bijna binnen. Foto ANP/Robert Vos © UNKNOWN

AZ kan vanavond tegen Vitesse in eigen stadion stadion landskampioen worden. In zijn vierde jaar in Alkmaar kwam voor trainer Louis van Gaal alles samen. Alles waar Van Gaal voor staat en waar hij van houdt: harmonie, communicatie, teamdiscipline, spelers die elkaar sterker maken, spelers die op elkaar kunnen rekenen.

Oeps, dat vonden sommige mensen niet zo leuk. Van Gaal sprak, als trainer van AZ, enkele jaren geleden van 'mijn club' toen hij het over Ajax had. De liefde voor de Amsterdamse club was nog altijd onvoorwaardelijk. Maar hoe diep de liefde ook nog zit, een terugkeer naar Ajax is inmiddels uitgesloten, zegt Van Gaal. "Ik ga niet naar een andere Nederlandse club, dat heb ik Dirk beloofd. Ik ga alleen nog naar clubs van een bepaald kaliber, en dat is Ajax niet meer. Dat waren ze wel, maar nu is Ajax al bijna geen topclub meer."

Dirk is Dirk Scheringa. De voorzitter van AZ is gek van Van Gaal en probeert hem 'voor altijd' aan zijn club te binden. De trainer, die een contract heeft tot 2010, gaat daar vooralsnog niet op in. Hoe goed hij het ook naar zijn zin heeft, het liefst wil hij nog eens ergens bondscoach worden. "En als ik bij een club blijf, is het bijna uitgesloten dat ik bondscoach word. Omdat ik dan niet vrij ben."

Louis van Gaal staat op de drempel van een kampioenschap met AZ. Twee jaar geleden, aan de vooravond van Excelsior-AZ, noemde hij de landstitel - die er niet kwam - de grootste prestatie uit zijn carrière. Nu herhaalt hij dat, al is de woordkeuze iets anders: "Mijn grootste kunststukje."

Na landstitels met Ajax (1994,1995, 1996) en Barcelona (1998,1999) is het zijn zesde kampioenschap als trainer-coach. Als anderen het een bevestiging van zijn vakmanschap willen noemen, prima, maar hijzelf heeft dat niet nodig. Aan zelfvertrouwen heeft het hem nooit ontbroken. Hoge verwachtingspatronen calculeert hij in ('Dat is juist de uitdaging'), en druk voelt hij niet ('Omdat de druk die ik mezelf opleg altijd groter is dan die van de buitenwacht').

Gymnastiekleraar
"De laatste keer dat ik druk voelde was toen ik had getekend bij Ajax, als hoofdcoach, als opvolger van Beenhakker. Ik zat in de auto, reed naar huis en dacht: godverdorie, nou ben ik hoofdcoach. Toen voelde ik wel enige druk. Verder heb ik eigenlijk nooit zo veel druk gekend. Toen ik koos voor het vak van trainer- coach, zei mijn moeder al: 'Dat kun je niet doen, een vaste baan als gymnastiekleraar opgeven voor het voetbal.' Maar ja, ik deed het wel. Dat heeft allemaal met zelfvertrouwen te maken. Ik heb kennis, ervaring en een meer geëvalueerde visie opgebouwd, en daardoor veel zelfvertrouwen."

Toch, dat eerste moment als hoofdtrainer van Ajax, was er die rilling. "Ik had er altijd van gedroomd hoofdcoach te zijn. Nou, en dan ben je dat van jouw club, jouw favoriete club, met alle verantwoordelijkheid die erbij hoort. Terwijl ik op dat moment alleen driekwart jaar AZ had getraind, de A1 en het tweede van Ajax, en wat schoolvoetbalelftallen. Dat was mijn ervaring. Tja, dat is niet veel. Daarom wist ik toen nog niet dat ik het aan zou kunnen."

"Dat komt later. Dat is een proces. Je bent net aangesteld en dan ga je handelen. Maak je fouten, moet je corrigeren. En dan op een gegeven moment denk je: ja, ik kan wel wat. Maar het eerste jaar was een heel moeilijk jaar. Tot december schreven ze alleen maar over Johan Cruijff. En al die spelers die ik naast het elftal zette, Wouters, Vink, Roy, Van 't Schip, zaten allemaal op donderdagavond bij meneer Barend en Van Dorp. Of ik daar tegen kon? Nou, dat is toch gebleken? Ik ging gewoon door. Al die spelers moesten doen wat ik voor ogen had voor een speler op die positie in een team. Niet wat ze zelf wilden. En anders moesten ze weg."

De vergelijking met vorig seizoen is snel gemaakt. Na de teleurstellende elfde plaats moest in de zomer een aantal spelers vertrekken. Van Gaal neemt de betreffende spelers in bescherming. "Het is nu net of het aan die jongens heeft gelegen, maar dat is niet zo. Als op zeker moment het topsportklimaat er niet meer is, heeft iedereen daar zijn rol in gespeeld. Bovendien is het niet vreemd dat er spelers zijn vertrokken. Doorselecteren doe ik ieder jaar."

"Wie van een kleinere club naar AZ komt, krijgt te maken met mij, een eisende coach. En dat elke dag, elke minuut, elke seconde. Dat zijn de meeste andere trainers niet. Daar moet een speler mee om kunnen gaan, net als met het feit dat hij lager in de hiërarchie komt te staan dan hij gewend was."

Seedorf
"Hier wordt hij elke dag gewogen. Kun je dat managen, daar gaat het om. Bergkamp kon het bij Inter niet, maar bij Arsenal wel. Dat heeft te maken met kennis, ervaring en omgeving. Er zijn maar weinig spelers die de omgeving domineren. Eén ervan is Seedorf. Die heeft ook het meeste gewonnen, ongeacht de omgeving. Dát is knap."

Een jaar na dat rampseizoen, waarin Van Gaal eind maart aangaf te zullen vertrekken, is de landstitel bijna binnen. De vraag of AZ inmiddels Ajax heeft verdrongen in zijn hart, vindt Van Gaal niet relevant. "Ik ben geboren in Amsterdam, dat zal altijd een rol blijven
spelen, ik heb bij Ajax gespeeld, ik ben er trainer geweest. Dus dat is een vraag die heel moeilijk te beantwoorden is. Maar ik heb bij AZ fantastisch gewerkt, en dat is voor mij ook belangrijk."

Hij gaf al eerder hoog op van de club, de organisatie, de daadkracht en de faciliteiten. Dit jaar kwam alles samen.

Alles waar Van Gaal voor staat en waar hij van houdt: harmonie, communicatie, teamdiscipline, spelers die elkaar sterker maken, spelers die op elkaar kunnen rekenen. Niet voor niets noemt hij de landstitel het succes van het team. "Dat heb ik hier ook vanaf dag één verkondigd: als we kampioen willen worden, moeten we als team acteren. Daar heb ik naar toe gewerkt,maar uiteindelijk hebben de spelers dat gedaan."

Kunt u daardoor ontroerd zijn? Na een korte stilte: "Nou, die momenten zijn er wel, ja. Bij de thuiswedstrijd tegen PSV was ik ontroerd. Daar zat heel veel druk op, omdat we de eerste twee wedstrijden hadden verloren."

"Achteraf kun je zeggen dat die wedstrijd cruciaal is geweest, want voor het management was het anders moeilijk geworden mij te handhaven. De spelers hebben toen negentig minuten lang geconcentreerd gevoetbald - helemaal niet zo goed, maar iedereen deed wat hij moest doen. En meer dan dat. Geweldig. Toen was ik echt ontroerd. Nee, dat gebeurt niet zo vaak, nee, dat ik zo'n gevoel heb."

Hoe zult u zich dit elftal later herinneren, afgezet tegen Ajax en Barcelona? "Als het elftal met de minste kwaliteit dat kampioen is geworden onder mijn leiding. Zo simpel is het, zo zie ik het als trainer. Maar ja, het is toch niet leuk om dat over dit elftal te zeggen?" Liever geeft Van Gaal er een andere draai aan. "Hun kracht is dat ze in het veld alles voor elkaar over hebben gehad en dat ze hebben uitgevoerd wat we hadden afgesproken. Dat is hun grote verdienste."

Showmaster
Mede daarom organiseerde Van Gaal dit seizoen weer een spelletjesavond voor de spelers en hun vrouwen. Al in zijn Ajaxtijd deed de trainer dat. "Maar als ik vind dat de groep niet goed in elkaar zit, doe ik het niet. Ze moeten het verdienen. Vorig jaar heb ik het niet gedaan, toen had ik er geen zin in. Het kost me veel tijd en energie, dus ik moet er wel zin in hebben. Samen met mijn kaartvriend steek ik de avond in elkaar. Wij zijn de showmasters. En elke avond die ik heb georganiseerd, was een topavond."

Zijn de spelers op het veld eigenlijk nog altijd verplicht het shirt in de broek te dragen? "Nee. Kijk, als ik ze op een gegeven moment elke keer maar weer moet corrigeren, ben ik natuurlijk een malloot als ik dat steeds blijf doen. Ik moet al zoveel corrigeren. Dus dan denk ik: ik doe het niet meer. Nu zie je dat steeds meer spelers het shirt over de
broek dragen, want het vlees is zwak, hè."

Toch laat Van Gaal het zo. "Zo belangrijk is het uiteindelijk niet. Als de spelers in het veld maar doen wat ik zeg, dat vind ik veel belangrijker. Maar vijf jaar geleden zou ik het zo niet hebben gedaan. Twee jaar geleden nog niet eens. Waarom nu wel? Omdat ze proberen te doen wat ik zeg. Dat iedereen de stropdas goed knoopt en het shirt in de broek heeft, is alleen maar ondersteunend. Het zijn niet de hoofdmoten van mijn visie."

Mocht u in 2010 vertrekken, wie zou u dan moeten opvolgen bij AZ? "Dat is niet aan mij."

U adviseert de club niet? "Ja, als ze me dat vragen, doe ik dat. Maar het is niet zo gemakkelijk hoor om mij op te volgen."

Bestaat het risico dat ook spelers dan weggaan en dat het dan over is met het succes van AZ? "Nee, dat is onzin. Dan zou ik ook niet dood kunnen gaan. Bovendien: ik heb hier vorig seizoen ook supporters horen roepen: Van Gaal rot op!" (THEO BRINKMAN en RUUD RAMLER)