Plus

Voor John Philips (1934-2021) bestond er geen leven zonder judo en Aznavour

Vanaf het moment dat John Philips volwassen werd, draaide zijn leven om judo. Hij streed tegen de beste judoka’s en gaf daarna les aan duizenden mensen. Zelfs in het seniorencomplex bleef hij doorgaan. De Amsterdammer overleed op 87-jarige leeftijd.

Judoka John Philips. Beeld -
Judoka John Philips.Beeld -

Een oud en vergaan busje, dat was eigenlijk de eerste dojo van John Philips. De Amsterdammer John Philips kocht aan het begin van de jaren zestig de rammelbak, knapte de wagen op en gooide judomatten achterin om vervolgens door de hele stad les te geven aan schoolkinderen.

Later verruilde hij de bus voor de oude Rai, daarna volgde een eigen plek aan het Delflandplein in Slotervaart: sportschool John Philips. De plek groeide uit tot een begrip in de Amsterdamse sportwereld. Anton Geesink, drievoudig wereldkampioen en eenmalig olympisch kampioen judo, opende het gebouw.

Duizenden kinderen zouden er in veertig jaar kennis maken met judo en andere oosterse verdedigingskunsten. Mede door de strenge opvoedingstechnieken die Philips hanteerde tijdens trainingen in Nieuw-West, behaalde een deel van hen Nederlandse en Europese titels.

Verliefd naast de mat

Voor Philips bestond het leven uit weinig anders dan judo. Altijd stond Philips om 6.00 uur naast zijn bed om vervolgens de hele dag door te brengen in de sportschool. De deur stond open voor iedereen. De dojo was zijn heilige der heiligen. “Hij was heel gul naar gezinnen die de lessen niet konden betalen of te maken hadden met structurele armoede,” zegt Claudia Carli (54), Philips’ stiefdochter. “Die mensen steunde hij en gaf ze gratis toegang. Hij wilde liever niet dat ze rondhingen op straat.” Haar moeder werd naast de mat verliefd op de sterke verschijning met de donkere haren tijdens judolessen van haar kinderen Carli, Chris en Rachelle.

Philips maakte vanaf 1970 naam als judoleraar in Amsterdam. Samen met Geesink en Wim Ruska vormde hij een decennium daarvoor het Nederlandse judoteam. Op het CIOS had de sport hem gegrepen. “Hij vertelde vaak dat zijn leven daar pas begon,” zegt Carli. Als zoon uit een hard, communistisch arbeidersgezin in de buurten rond Czaar Peterstraat werd hij geconfronteerd met het vrije denken uit het oosten.

Het donkere leven werd licht en vrolijk. Carli: “Hij zong veel, vooral liederen van Charles Aznavour, zijn favoriete artiest. Hij sprak geen Frans en kon geen teksten onthouden, maar het klonk prachtig met die zware stem van hem. Er schuilde een zanger in hem.”

Zingen en lesgeven

In Woonzorgcentrum De Makroon bleef hij de laatste jaren beide hobby’s uitoefenen: zingen en lesgeven. Elke maandagochtend kwamen ouderen bij elkaar in de benedenruimte voor een uurtje gymnastiek. Zelf was Philips al ver in de tachtig toen ruim twintig bejaarden wekelijks hun oefeningen bij hem deden. Na de les bulderde zijn stem de klanken van Aznavour door het seniorencomplex.

Vorig jaar verzwakte zijn gezondheid en werden de lessen noodgedwongen gestaakt, tot groot verdriet van de gymnastiekgroep. “Vanaf het moment dat hij echt ziek werd, zong hij ineens niet meer,” vertelt Carli. “Dat viel ook de andere bewoners van het wooncentrum op, want hij was van veraf te horen.”

In het begin van het jaar werd longvlieskanker ontdekt. Een behandelplan was kansloos. Philips prees zich op zijn sterfbed gelukkig met 87 prachtige levensjaren. Op zijn uitvaart klonk zijn favoriete muziek, die van Aznavour.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden