Plus

Volhouder Noussair Mazraoui zoekt zijn eigen weg

Hij heeft lang gedacht dat het eerste elftal van Ajax voor hem te hoog gegrepen was. Nu is Noussair Mazraoui er bijna niet meer uit weg te denken en lonkt een internationale carrière.

Het lijdt geen twijfel dat Noussair Mazraoui niet was geweest waar hij nu is als Marcel Keizer niet op zijn pad was gekomen. Beeld OLAF KRAAK/ANP

Niet om het een of ander, maar hij was wel toe aan de winterstop. Want de stap die Noussair Mazraoui (21) had gemaakt was héél groot. In de eerste helft van 2018 speelde hij nog voornamelijk met Jong Ajax in de Jupiler League. Eén wedstrijd per week, trainen met jonge talenten.

Vanaf de zomer ging het ineens los: basisspeler in Ajax 1, de eredivisie, de Champions League, soms drie duels in acht dagen, op hoog niveau. Op je tenen lopen tijdens de trainingen met al die goede voetballers om je heen. Voetballers die je voortdurend dwingen meer van jezelf te geven. En nóg meer.

Het was wennen aan die intensiteit. Aan de aandacht ook, vooral na zijn doelpunten tegen Bayern München en Benfica in de Champions League. Iedereen wilde ineens van alles van hem weten. Uit de schaduw in één keer in het felle licht. De vraag voor welk land hij zou gaan voetballen, Nederland of Marokko, was plotseling actueel.

Terwijl een jaar eerder vrijwel niemand een international in hem zag. Dat hij voor Marokko koos, is een kwestie van loyaliteit, van trouw. De Marokkaanse bond had hem eerder dan de KNVB het gevoel gegeven dat ze hem in het vizier hadden, dat ze hem een kans gunden.

Hakken over de sloot
Of hij tijdens zijn opleiding bij Ajax ooit had gedacht dat hij het tot international zou kunnen schoppen? Nee, eigenlijk niet. Hij heeft zelfs lang gedacht dat het eerste van Ajax voor hem niet haalbaar was. De naam Noussair Mazraoui was op De Toekomst geen synoniem voor grote belofte. Hij hoorde niet tot de 'buitencategorie', zoals Rafael van der Vaart, Wesley Sneijder, Matthijs de Ligt, Abdelhak Nouri.

Maar hij is een volhouder, een vechter. Als F'je werd hij op de talentendagen van Ajax net te licht bevonden. Hij was ook klein. Een jaar later werd hij alsnog aangenomen. Acht jaar oud, als spelertje van de E3.

Hij mocht er steeds een jaartje aan vastplakken, met de hakken over de sloot ging hij soms over naar een hoger elftal. Zijn liefde voor het spelletje hield hem op de been, ook toen hij in de B1 bijna een heel seizoen op de bank zat. Kribbig werd hij ervan. Hij was niet te genieten. Ook op school raakte hij gedemotiveerd.

De combinatie voetbal en vwo was sowieso zwaar. Om acht uur naar school, om een uur 's middags naar de club, trainen, huiswerk maken. Helemaal gesloopt was hij aan het eind van zo'n dag.

Hij nam weleens studieboeken mee in de bus, naar een uitwedstrijd. Maar die bleven altijd ongelezen in zijn tas. Je kunt niet op twee paarden tegelijk wedden.

Topsport vergt alles van je, fysiek en mentaal. Misschien had hij moeten overstappen naar havo, zoals Matthijs de Ligt deed. Die heeft nu tenminste een diploma. Hij niet.

Een beetje geluk
Ook het andere paard leek geen winnaar. Na de jeugdopleiding zou het spoor bij Ajax dood­lopen. Hij moest soebatten bij de club om een plekje in het tweede te krijgen. Op amateur­basis, want een contract zat er niet in. Hij had als enige speler in de selectie geen leaseauto. Hij kwam met het openbaar vervoer. Zaakwaar­nemer Mustapha Nakhli moest bij de directie knokken voor een reiskostenvergoeding.

Beeld anp

Het beetje geluk dat je ook nodig hebt om het ver te schoppen in het leven diende zich aan: hij kreeg Marcel Keizer als trainer bij Jong Ajax. De eerste trainer die het écht in hem zag zitten.

Keizer roemde zijn snelheid, wendbaarheid, techniek en zijn aanpassingsvermogen.

Het interesseerde Keizer niets dat hij geen contract had: als je goed trainde en speelde, stelde hij je op. Hij speelde meestal als rechtshalf, al vond Keizer dat hij overal kon spelen.

Hij had een klik met de coach: een fijne, sterke persoonlijkheid en een geweldige trainer. Keizer drong er bij de club op aan hem een contract te geven. Het lijdt geen twijfel dat hij niet was geweest waar hij nu is als Keizer niet op zijn pad was gekomen.

Erik ten Hag nam hem op in de A-selectie. Gunde hem zijn debuut in Ajax 1 en gaf hem de kans als rechtsback toen Joël Veltman een zware knieblessure opliep. In de zomer van 2018 moest hij zijn rugnummer 40 inleveren. Hij kreeg er nummer 12 voor terug. Ten Hag wilde hem daarmee prikkelen: een signaal geven dat hij dicht tegen de basis aan zat.

Nu is hij basisspeler, dat durft hij wel te zeggen. Maar zonder garanties. Speelt hij twee wedstrijden knudde, zit hij zo weer op de bank. Dat is een voordeel van zijn moeilijke jaren in de jeugd: hij kent de andere kant van de medaille. Hij weet hoe dun het lijntje is waarop hij loopt.

Nieuw contract
Hij is op eigen kracht de heuvel opgeklommen en hij geniet van het uitzicht. Hij heeft zich het afgelopen half jaar niet in zijn arm hoeven knijpen. De mooie momenten zijn er om te koesteren, niet om je over te verbazen.

Maar eerlijk is eerlijk: de winterstop kwam op een goed moment. De pijp was leeg na vijf intensieve maanden. Dat had hij nooit eerder meegemaakt. Hij had geen idee hoe zijn lichaam zou reageren op het bizarre ritme van topvoetbal, maar hij heeft daar ook niet te lang bij stil gestaan. Een voetballer vraagt zich niet af of hij ergens wel klaar voor is; die rent gewoon door. Om hem heen houden de per­formancetrainers en de medici hem wel in de gaten. Eén keer hebben ze op de rem getrapt. Tijdens een van de interlandperiodes in oktober is hij wel naar Marokko gereisd, maar heeft hij in overleg met de Marokkaanse bond geen wedstrijd gespeeld.

De tweede seizoenshelft kan veel moois brengen: een hete kampioensrace met PSV, morgen de klassieker, de strijd om de KNVB-beker en de confrontatie met Real Madrid in de achtste finales van de Champions League. Van alle Ajacieden die balen dat Cris­tiano Ronaldo niet meer bij Real speelt, baalt hij het meest. Ronaldo zou zijn directe tegenstander zijn geweest.

Hij had het gevecht met de Portugees wel aan gewild. Geen linksbuiten heeft hem dit seizoen nog aan gort kunnen spelen. Ajax wil hem belonen met een nieuw, verbeterd contract. Hij weet niet exact wat de inhoud is. Dat regelt zijn zaakwaarnemer. Maar haast heeft hij niet.

Zijn huidige contract loopt tot 2021. En dat is best lang voor iemand die ook een tijdje zónder contract bij Ajax heeft gespeeld. Bovendien is hij er niet op uit om snel getransfereerd te worden. Hij speelt pas een half jaar op dit niveau. Hij heeft nog zó veel te leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden