PlusAchtergrond

Voetballers staan op tegen racisme: ‘Het is genoeg, het moet stoppen’

Steeds meer Nederlandse voetballers staan op tegen racisme, zoals veel Amerikaanse sporters dat al langer doen, en niet zelden met grote impact. Wat zegt dat over deze generatie voetballers?

Denzel Dumfries op de Erasmusbrug in Rotterdam: ‘Hier staat een trotse zwarte man.’Beeld Instagram Denzel Dumfries

Het is Michael Jordan, de beste basketballer aller tijden, vaak verweten: tijdens zijn sportcarrière nam hij vrijwel nooit een politiek of maatschappelijk standpunt in. Toen in 1990 de donkere democraat Harvey Gantt nadrukkelijk om zijn steun vroeg in de race om het senatorschap in Jordans home state North Carolina, gaf de wereldster niet thuis. “Republicans buy sneakers too,” zou Jordan hebben gezegd, een uitspraak die berucht en beroemd zou worden.

Deze sportman was géén Muhammad Ali, luidde de conclusie, eerder een cynische marketingmachine. Pas jaren na zijn carrière zou Jordan zich alsnog sterk maken voor de zwarte Amerikaanse gemeenschap. Eerst door Barack Obama te steunen in zijn race om het presidentschap, en later, in 2016, door zich achter de Black Lives Matter-beweging te scharen. “Ik kan niet langer stil blijven,” zei Jordan toen.

Alleen trainen

Het is steeds meer gemeengoed geworden om je wél uit te spreken, ook tijdens je sportcarrière. Deze week stond Memphis Depay op de Dam, twee dagen later bij de Erasmusbrug in Rotterdam. PSV-aanvoerder Denzel Dumfries was er ook. ‘Hier staat een trotse zwarte man,’ schreef Dumfries op Instagram. ‘Een man die racistische beledigingen over zich heen kreeg, tot op de dag van vandaag.’

Het deed PSV besluiten om Dumfries niet langer met de groep te laten meetrainen, in lijn met het coronaprotocol van de club. De voetballer droeg net als Memphis weliswaar een mondkapje, maar uit voorzorg werkt Dumfries de laatste trainingen van het seizoen individueel af. ‘Denzel heeft op een veilige manier deelgenomen aan de legale demonstratie in Rotterdam. Ik ben trots op hem,’ twitterde zijn oom.

Memphis Depay op de Dam afgelopen maandag.Beeld -

In Engeland waren Georginio Wijnaldum en Virgil van Dijk deze week de initiatiefnemers van een statement op het veld van Anfield. De twee Nederlanders maakten zich in de kleedkamer van Liverpool hard voor een symbolische kniebuiging aan de rand van de middencirkel, uit protest tegen de dood van George Floyd in Minneapolis, en tegen woekerend racisme in het algemeen. Alle 29 spelers deden mee.

Het is geen nieuwe ontwikkeling. Toen Nederland in november vorig jaar werd opgeschrikt door racistische spreekkoren aan het adres van Excelsiorspeler Ahmad Mendes Moreira in Den Bosch, sprak het Nederlands elftal zich ook al krachtig uit, in zowel woord als gebaar. Op sociale media schaarde zo’n beetje het hele Nederlandse voetbal zich achter de strijd tegen racisme, met foto’s en statements, maar het thema kreeg pas echt lading toen Wijnaldum het woord nam in Zeist, recht uit zijn hart. “Het is een maatschappelijk probleem,” zei de speler, “maar er moet keihard tegen worden opgetreden. Ik ga het niet accepteren. Nooit.”

Van alle kleuren

Destijds was de aanleiding nog specifiek voetbalgerelateerd, sinds deze week hebben de protesten een mondiaal en universeel karakter, volgend op de dood van Floyd na een gewelddadige arrestatie door politieagenten. Ook nu neemt vrijwel iedere Nederlandse topvoetballer stelling, zoals sportsterren uit de hele wereld dat doen.

Niet alleen donkere spelers nemen stelling, voetballers van alle kleuren doen dat. Frenkie de Jong plaatste opnieuw zijn foto met Wijnaldum, in november genomen aan de rand van het veld in de Johan Cruijff Arena, met twee polsen naast elkaar. Dinsdag regeerde vrijwel overal op Instagram het zwart: het symbool van #blackouttuesday.

Die bevlogenheid past bij deze generatie voetballers. Zeker in de grote steden is het voor veel jongeren volstrekt vanzelfsprekend zich te bewegen tussen culturen. Voor voetballers geldt dat al helemaal. Van Memphis Depay tot Frenkie de Jong, van Jasper Cillessen tot Virgil van Dijk: ze spelen van kinds af aan samen met spelers van haast elke denkbare afkomst.

Meer nog dan elders in de maatschappij is het voetbalveld een ontmoetingsplaats, een plek waar iedereen gelijk is, en waar alleen prestaties het verschil maken. De voorbeeldfunctie van sporters, en hun impact in het publieke domein, spelen ook een rol. Ook dat is niet nieuw: bokser Muhammad Ali was in de jaren zestig al de held van een generatie, omdat hij streed tegen racisme en maatschappelijke ongelijkheid. Ruud Gullit droeg twee decennia later zijn Gouden Bal op aan Nelson Mandela.

Invloed op het debat

In 2016 bleek in Amerika hoe groot de impact van sportsterren nu kan zijn, juist dankzij hun zichtbaarheid op tv en sociale media. American Footballspeler Colin Kaepernick, quarterback van de San Francisco 49’ers, werd wereldberoemd door steevast te knielen tijdens het Amerikaanse volkslied. Een statement tegen racisme, volgend op politiegeweld in de VS. President Donald Trump reageerde woedend. Iedere sporter die nog weigerde te blijven staan bij het volkslied, kon problemen verwachten.

Geen enkele NFL-club durfde of wilde Kaepernick nadien nog inlijven, maar tal van sporters volgden zijn voorbeeld, ook in andere sporten. Kledingsponsor Nike steunde de acties van Kaepernick nadrukkelijk. Ook Michael Jordan haakte aan, net als voetbalster Megan Rapinoe.

Het voorbeeld van Kaepernick leert dat sporters invloed kunnen hebben op het debat. Voetballers spreken zich uit en protesteren mee. “Ik zie wat er in de wereld gebeurt, ik zie wat er in Nederland gebeurt, ik ervaar het sinds ik klein ben,” zei Memphis. “Het is gewoon genoeg. Het moet stoppen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden