PlusPS

Voetballer Daphne Koster: 'Als je top wilt zijn, moet je je ook top gedragen'

Daphne Koster (36) speelde na twintig jaar topvoetbal haar laatste wedstrijd. Nu verschijnt haar biografie Nooit Meer Buitenspel, over haar grote drive, intimidatietechnieken en botsingen met de bondscoach.

Daphne Koster: 'Ik kan mezelf wel zielig gaan zitten vinden, maar dat schiet niet op.'Beeld Renate Beense

Ze is niet van de slappe handjes. Daphne Koster geeft een onwaarschijnlijk stevige handdruk bij aankomst bij het Van der Valk-hotel nabij haar woonplaats Uitgeest. Niet onvriendelijk, dat niet, maar voor een vrouw met opvallend veel kracht.

Een hele seconde houdt ze de hand van haar gesprekspartner-voor-het-komende-uur vast en lijkt ze onderzoekend te kijken wat voor vlees ze in de kuip heeft. Je kunt je voorstellen hoe ze de afgelopen jaren ­tegenstanders intimideerde bij het eerste handje, voorafgaand aan de wedstrijd.

Goede handdruk
Zo zegt ze het ook in haar biografie Nooit Meer ­Buitenspel, die journalist Iris Koppe over haar schreef. Vooral Chinezen en Russinnen waren dankbare slachtoffers. "Dat zijn vrouwen die zich kleiner opstelden, en als je dan nog even aanzet met een goede handdruk, maakte dat soms een wedstrijd lang verschil. 'Au' of 'Wauw' hoorde je dan terwijl ze naar hun hand grepen. Ik deed het ook bij trainers."

Koster wil graag winnen. Of beter: ze wil altijd winnen. Niet dat ze een interview naar aanleiding van haar boek als een wedstrijd ziet, haast ze zich te zeggen. "Ik doe het ­onbewust, eigenlijk mijn hele leven al. Dat heb ik van mijn vader meegekregen. Geen slappe handjes, altijd stevige handen. Schouders naar achteren, borst vooruit. Dan word je groter dan je eigenlijk bent."

Nooit Meer Buitenspel gaat vooral over de enorme drive van Koster, nu net drie weken afgezwaaid als actief topvoetballer. Want het is die extreme vasthoudendheid, de wil om te slagen als voetballer in een tijd dat de sport voor vrouwen allesbehalve vanzelfsprekend was, die haar zo ver heeft gebracht.

Als prof speelde ze bij AZ, Telstar en Ajax, de club waarmee ze dit jaar landskampioen en bekerwinnaar werd. Ook voetbalde ze nog een jaartje in Amerika en alles bij elkaar speelde ze 139 interlands.

Veeleisend
Altijd de beste willen zijn, heeft de verdediger zichzelf niet hoeven aanleren. Dat zat er al in, zegt ze. Als ­tiener moest ­alles wijken voor dat doel: de beste worden. "Ik heb heel veel opzij gezet. Ik begreep de meiden gewoon niet die de dag na de wedstrijd gingen stappen. Ik bleef thuis, ­probeerde te herstellen van de wedstrijd. Als je top wilt zijn, moet je je ook top gedragen."

Ze maakte het zichzelf niet gemakkelijk, lijkt het. En soms, héél soms, was het weleens vervelend dat leeftijd­genoten de hort op gingen, terwijl Koster zichzelf van alles ontzegde. Maar om nu te zeggen dat het haar echt moeite kostte, nee. "Ik kan mezelf niet in de spiegel aankijken als ik niet alles zou doen om een zo sterk mogelijke sportprestatie neer te zetten."

Ze doet een 'ontboezeming'. "Ik ben eens gaan schaatsen, een ochtend voor een middagtraining. Ik dacht: dit is niet goed, dit deugt niet. Maar ik ben toch ­gegaan, er ligt hier soms winters achter elkaar geen ijs. Ik vind: als je zoiets doet, dan is dat je eigen verantwoordelijkheid. Dan moet je niet gaan zeuren over vermoeidheid of pijntjes."

Bezetenheid
Voor anderen was haar bezetenheid regelmatig wél ­lastig. In haar laatste jaren, als aanvoerder van Ajax, hoorde ze het weleens van jongere teamgenoten die net bij de club kwamen kijken. "Die vonden het dan spannend om met mij in een ploeg te komen, omdat ze hadden gehoord dat ik zo veeleisend kon zijn. Ik geef altijd honderd procent, en ik verwacht van de speelsters naast mij in het veld dat ze zich ook volledig geven."

"Vooral toen ik jong was, ergerde ik me wild aan speelsters die een andere instelling hadden. Later kon ik daar beter mee omgaan. Niet alleen maar kritisch zijn naar je omgeving, ook af en toe een ­compliment geven als iemand het goed doet."

Twintig jaar verkeerde Daphne Koster in de boezem van het zich ontluikende Nederlandse vrouwenvoetbal, een periode waarin de sport zich ontwikkelde van niets naar iets.

Ze begon bij SVA in Assendelft, waar ze altijd in ­jongensteams speelde, en speelde bij de amateurs van Ter Leede toen ze op zestienjarige leeftijd debuteerde bij het Nederlands elftal. Bovendien was ze erbij toen in 2007 de Eredivisie voor vrouwen begon.

Enorme ontwikkeling
Vrouwenvoetbal heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt, zegt ze. Maar er is nog een wereld te winnen, want ook in de top wordt de sport nog steeds gekenmerkt door een gebrek aan professionaliteit. "Vrouwenvoetbal wordt nog steeds gezien als een amateursport, de organisatiestructuur van de KNVB is ingericht op mannenvoetbal. Ik ben iemand die daar ­regelmatig dingen over zegt, omdat ik wil dat het beter wordt. Dat wordt me niet altijd in dank afgenomen."

Want conflicten waren er ook rond Koster. Trainers konden het in haar ogen soms helemaal verkeerd doen en met name met de verschillende bondscoaches van het ­Nederlands elftal kon ze regelmatig niet door een deur. Oud-bondscoach Vera Pauw, die ze hoog heeft zitten, ­selecteerde haar lange tijd niet voor Oranje omdat ze ­weigerde op stel en sprong af te reizen naar Berlijn voor een ingelaste interland tegen Duitsland. "Ik liep stage voor de Academie voor Lichamelijke Opvoeding, dus ik moest les geven. Voor mij geldt: afspraak is afspraak."

Met Pauw kwam het nog goed, maar met bondscoaches na haar lang niet altijd. Na Kosters bevalling, inmiddels drie jaar geleden, werd ze nooit meer opgeroepen. Ze laat een beetje in het midden waarom niet, maar ze ontkent niet dat het weleens te maken zou kunnen hebben met haar rechtlijnige karakter. "Ik vind mezelf best meegaand, maar mensen moeten me wel kunnen overtuigen met ­argumenten waarom iets moet gaan zoals het volgens hen moet gaan."

Ja-knikkers
"Niet iedereen kan daarmee omgaan, er zijn coaches die zich graag omringen met ja-knikkers. Daar ­erger ik me aan, want ik denk dat je alleen écht vooruit komt als je ook weerstand ondervindt. Als sporter word je beter als je mensen om je heen verzamelt die je uit je evenwicht brengen."

En nu is ze gestopt dus, op haar hoogtepunt, zegt ze zelf. Twee jaar speelde ze alle wedstrijden voor landskampioen Ajax en ze pakte de dubbel, maar ze zal moeten toekijken wanneer het Nederlands elftal deze maand deelneemt aan het ­Europees Kampioenschap in Nederland. Een hard gelag? Dat valt mee, zegt ze. De knop is al geruime tijd om, hoewel ze er geen seconde over twijfelt dat ze het niveau aankan.

"Ik kan wel bij de pakken neer gaan zitten en mezelf zielig gaan zitten vinden, maar dat schiet niet op. Er komen ­andere mooie dingen voorbij. Ik ga wedstrijden analyseren, dat is ook mooi." Hoe nu verder? Ze weet het niet, ze is pas net gestopt. Een jaar helemaal niks, dat is ook fijn, zegt ze, hoewel ze niet de minste ervaring lijkt te hebben met luieren. "Word je trainer? vragen veel mensen me. Maar ik twijfel. Ik weet niet of dat mijn roeping is."

Daphne Koster, Nooit Meer Buitenspel, Iris Koppe, Voetbal ­Inside, €19,99.

Daphne Koster: 'Er zijn coaches die zich graag omringen met ja-knikkers. Daar erger ik me aan'Beeld Renate Beense

Hoe kijk je vrouwenvoetbal?

Met het EK voor vrouwen in het vooruitzicht is het voor toeschouwers en televisiekijkers zaak een knop om te zetten, zegt Koster. "Mensen die voetbal op tv kijken, zijn mannen ­gewend. Maar vrouwen zijn minder ver dan mannen, onze Eredivisie is pas tien jaar oud."

"Daar komt bij: vrouwen hebben minder kracht en minder snelheid. Een veld is voor een vrouw simpelweg groter. Een vrouw knalt een bal niet van veertig meter in de kruising. Ik kan zelf een crosspass geven over het hele veld, maar veel vrouwen kunnen dat niet."

Kijk vooral wat de vrouwen wél kunnen, zegt Koster. "Want de sport ontwikkelt zich, het gat tussen mannen en vrouwen wordt snel kleiner. Ik vind het vooral vervelend dat als een vrouw een slechte voorzet geeft, veel mensen zeggen: zie je wel, ze kunnen het ook gewoon niet.

Als je een Champions League-­wedstrijd kijkt, zie je soms ook dingen die nergens op slaan, maar dan hoor je nooit 'zie je wel'."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden