Vier op een rij voor de veelvraten op de sprint

Het droomseizoen van de Nederlandse teamsprinters op de wielerbaan is compleet. Veelvraten zijn het, die na het goud op Olympische Spelen en de EK nu ook opnieuw de wereldtitel winnen. En dat al voor de vierde keer op rij.

Niet voor het eerst dit jaar tonen Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland zich het sterkst in de finale van de teamsprint. Beeld ANP
Niet voor het eerst dit jaar tonen Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland zich het sterkst in de finale van de teamsprint.Beeld ANP

Winnen verveelt nooit. Terwijl de bovenbenen van Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland nog op ontploffen staan, gaan ze al met zijn drieën op de foto. De duimen omhoog, dikke grijnzen op de gezichten. Alsof het hun eerste titel is. Maar nee, deze drie krachtpatsers beheersen al jaren de teamsprint op de baan. En nu, hier in Roubaix, is het weer raak.

Het gejuich voor de Fransen, de andere finalist, in het Velodrome van Roubaix is luid. Het publiek hoopt op een stunt, maar weet stiekem wel beter. Natuurlijk winnen de Nederlandse baansprinters weer. Voor de vierde keer op rij wereldkampioen. En voor dit jaar is de hattrick compleet. Na de Olympische Spelen in Tokio, met afstand het grootste doel van dit jaar, is na de Europese titel twee weken terug nu ook de wereldtitel binnen.

Twee zoons

“Het plaatje is nu helemaal compleet,” glundert Van den Berg, “maar deze kwam wel echt uit de grote teen.” Eindelijk zaten er weer bekenden op de tribune, wat onmogelijk was in de afgelopen coronaperiode. Van den Berg: “Mijn vrouw en mijn twee zoons zijn hier ook, dat maakt het extra mooi allemaal. Dat heb ik ondanks al het succes van de afgelopen periode gemist.”

Apeldoorn (2018), Pruszkow (2019), Berlijn (2020) en nu is daar Roubaix (2021). Niet precies in dezelfde samenstelling, want in 2018 was Nils van ’t Hoenderdaal nog de starter, hij werd daarna vervangen door Van den Berg. Sindsdien zijn Van den Berg, Lavreysen en Hoogland een onverslaanbaar stel gebleken, echte heersers van de teamsprint – al jaren achtereen.

Schoonheidsfoutjes

In Tokio, toen de druk het grootst was, deden ze het. En nu, in de nagalm van dat historische goud, weer een wereldtitel. In de voorrondes waren er wat schoonheidsfoutjes, maar uiteindelijk was Nederland in de finale opnieuw ijzersterk. De truc op weg naar de volgende grote zege? Ontspanning.

“Het waren na de Spelen twee zware maanden om weer terug te komen in training,” zegt Lavreysen, “maar het was ons grote doel om alle drie de titels dit jaar te pakken. Het voelt heerlijk dat we dat nu kunnen zeggen.” Van den Berg: “Trucjes bestaan niet in de topsport. We hebben na de Spelen gezegd: hoe mooi zou het zijn om al die titels te pakken? We hebben zo’n geweldig team, dus we zeiden: hup, schouders eronder.”

Sam Ligtlee is nieuw als reserve in het team. Maar waar eerder Matthijs Büchli in die rol geregeld de kwalificaties mocht rijden, was dat nu in Roubaix niet het geval. Teamcoach Jan van Veen legt uit: “Ik had Sam echt wel een regenboogtrui gegund, maar hij komt op dit moment de echte snelheid tekort. Dat is niet leuk voor hem en hij is wel teleurgesteld, maar de vierde rijder moet er gewoon echt dicht achter zitten. Dat is de filosofie op weg naar de Olympische Spelen in Parijs van 2024. Cadeautjes zijn er niet op het WK.”

Ongeloof bij zilveren debutante Van der Duin

Op het middenterrein staat het ongeloof nog in haar ogen. Maike van der Duin (20) heeft zojuist op haar eerste WK direct een zilveren medaille gepakt op de veertig ronden van de scratch. Saillant genoeg reed ze vorige maand nog Parijs-Roubaix op de weg, de klassieker die finisht op een steenworp afstand van deze wielerbaan in Roubaix. De eindstreep haalde ze toen niet, want drie dagen later stond de EK baan al op het programma. Daar lag de focus op.

Dat Van der Duin het fietsen op de weg wil blijven combineren met de baan, is wel duidelijk. Ze rijdt nu voor de bescheiden Britse ploeg Drops. “Ik wil graag bij de grote ploegen in de WorldTour terechtkomen,” zegt ze vlak na haar stunt. “De combinatie met de baan is voor mij perfect. Ik wil daar de juiste balans in vinden, want het maakt me sterker.”

Dat een WK-medaille nu al een feit is, had ze nooit durven denken, al werd ze dit jaar Europees kampioen bij de beloften. “Ik was heel de dag erg goed, dat voelde ik vanmorgen al aan mijn benen in de warming-up. Dit is echt heel mooi. Op de weg ben ik echt een renster voor het voorjaar. De Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem, die wedstrijden. Maar ik wil het wel blijven combineren met de baan.” Haar grote doel is meedoen aan de Olympische Spelen van 2024 in Parijs, op de duurafstanden. “Maar ja, dat willen er zo veel. Ik weet dat ik daar nog lang niet ben.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden