Videoscheids kan buitenspel bepalen met foutmarge van 10 centimeter

De KNVB maakt komend eredivisieseizoen gebruik van buitenspellijntechnologie. Via kruisende lijnen op het scherm is nauwkeuriger dan ooit te beoordelen of een speler buitenspel staat. De resterende onzekerheidsmarge: 10 centimeter.

De videoscheidsrechters in het Replay Center van de KNVB krijgen extra technologische snufjes. Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Rode en blauwe lijnen. Tijdens de scheidsrechtersbijeenkomst van de KNVB over de nieuwe spelregels en de buitenspellijntechnologie in het betaald voetbal ging het gisteren vooral over lijnen. Met nieuwe camera’s, in sommige gevallen in het bezit van FOX Sports, soms geplaatst door HawkEye, kan in alle eredivisiestadions komend seizoen namelijk heel nauwkeurig worden beoordeeld of een speler buitenspel heeft gestaan. Die camera’s komen ter hoogte van ­beide 16 metergebieden en moeten de videoscheidsrechter (VAR) in staat stellen de beslissing van de arbiter en zijn assistenten op het veld minutieus te beoordelen.

Door de nieuwe camera’s krijgt de VAR twee nieuwe methodes voor de beoordeling van een vermeend buitenspelgeval.

Als de herhaling zonder hulpmiddelen het niet mogelijk maakt om de juiste beslissing te nemen, kan worden gevraagd om gridlines: tweedimensionale lijnen, te plaatsen op de voeten van de hoofdrolspelers. Als dat ook niet voldoende soelaas biedt, komt de driedimensionale methode aan bod, zogeheten crosshairs. Daarmee kan ook de exacte positie van lichaamsdelen in de lucht worden beoordeeld. “De eredivisieclubs willen net als wij dat er nog betere beslissingen genomen kunnen worden,” zo legt scheidsrechterscoördinator van de KNVB Dick van Egmond de keuze voor de nieuwe methodes uit.

Foutmarge

Dezelfde technologie wordt in het Britse voetbal al gebruikt. “Ik weet dat er in Engeland discussies over zijn geweest. Daar vinden ze dat er te makkelijk doelpunten worden afgekeurd. Het gaat echter ook om het goedkeuren van doelpunten die misschien ten onrechte zouden zijn afgekeurd. Als je links wat wint, verlies je rechts wat.”

De nieuwe technologie moet ervoor zorgen dat de beslissingen van de scheidsrechters bij een buitenspelsituatie correct zijn. Helemaal waterdicht is het systeem echter niet. De camera’s komen bijvoorbeeld maar aan één zijde van het stadion te staan. Vooral bij vrije trappen bestaat het risico dat spelers het zicht blokkeren. Dan is de exacte positie vanaf waar een speler buitenspel staat niet te bepalen.

Ook heeft de KNVB een foutmarge bepaald, gelijk aan de dikte van de blauwe en de rode lijn die bij de crosshairmethode zichtbaar zullen zijn. Beide lijnen zijn tien pixels dik, wat in werkelijkheid gelijkstaat aan vijf centimeter. Als de twee lijnen elkaar op de beelden raken nadat er volledig is ingezoomd op de situatie, wordt de beslissing van de scheidsrechter en zijn assistenten niet teruggedraaid. In de praktijk kan een speler dus tien centimeter buitenspel staan, waarbij de lijnen van de buitenspellijntechnologie elkaar raken en de aanvankelijke beslissing blijft staan

Doellijntechnologie

“Of die marge in de toekomst kleiner wordt, ­laten we over aan de mondiale consensus,” verklaart Van Egmond. “We gaan mee met de richtlijnen van de Fifa en die zijn op dit moment officieel vastgesteld op deze foutmarge.”

Volgens Van Egmond staan alle eredivisieclubs achter de komst van de speciale camera’s en heeft dat voor hen geen grote financiële gevolgen. Een volgende stap, doellijntechnologie, is kostbaarder. Dat systeem is daarom komend seizoen nog niet aanwezig in de eredivisie.

De KNVB voert voor het komende seizoen een aantal kleine spelregelwijzigingen door. Zo wordt een strafschop niet meer overgenomen als deze over, naast, op de paal of op de lat is gegaan terwijl de keeper te vroeg van zijn lijn kwam en dat de penaltynemer niet heeft beïnvloed. Ook krijgt de keeper bij zo’n overtreding niet meer meteen geel, maar pas als hij die overtreding twee keer maakt.

Verder is het geen hands meer als een speler de bal met het bovenste deel van de arm raakt. De KNVB omschrijft dit als ‘het gedeelte dat boven je oksel zit’.

Clubs mogen komend eredivisieseizoen vijf keer per wedstrijd een speler wisselen, in plaats van de gebruikelijke drie keer. Ze mogen daarbij drie wisselmomenten tijdens de wedstrijd en de rust gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden