25 mei 1995: Ajax wordt gehuldigd op het Museumplein na het winnen van de Champions League.

Interview

Uit het album van Ajax’ huisfotograaf

25 mei 1995: Ajax wordt gehuldigd op het Museumplein na het winnen van de Champions League. Beeld Louis van de Vuurst

Sinds 1984 komt Louis van de Vuurst met zijn camera bij Ajax over de vloer, bij alle wedstrijden, en ook bij spelers thuis. En bij de jeugd. ‘Ach ja, Appie, die kon niet kiezen met wie hij als pupil van de week op de foto zou gaan: Klaas-Jan Huntelaar of Luis Suárez.’

‘Hé, Louis,” zei Frenkie de Jong tegen de huisfotograaf van Ajax, “zal ik jou eens wat vertellen?” Dat was in de RAI, december vorig jaar, tijdens het Amsterdamse Topsportgala. Louis van de Vuurst was er met zijn camera paraat, zoals hij dat altijd is wanneer er voor Ajax wat te fotograferen valt. “Jij en ik,” ging Frenkie verder, “zullen de club op hetzelfde moment verlaten.”

Goed nieuws, dacht Van de Vuurst meteen. Tegen De Jong zei hij: “Mooi Frenkie, dat betekent dat jij niet al in de winterstop weggaat.” Vette knipoog van De Jong, in de RAI uitgeroepen tot talent van het jaar. “Maar doe me een lol Louis, en hou het nog even voor je.”

“Geen punt Frenkie, je kent me.”

Ja, De Jong kent Van de Vuurst, zoals iedereen bij Ajax die kleine, brede, vriendelijke clubfotograaf met de kale kop kent. Waar Ajax is, is Louis, waar Louis is, is Ajax. Hij volgt de club tot in de verste buitenlanden, maar ook bij een pupillentoernooi op De Toekomst. Hij fotografeert trainingen, open dagen, spelerspresentaties, sociale clubprojecten, Ajaxfeesten, alles. Louis is zo’n beetje 24/7 voor de club beschikbaar. Hij ziet alles en hoort van alles, maar hij zal nooit uit de school klappen. En ook nooit een foto doorverkopen aan de roddelbladen. “Al bieden ze me een miljoen.” 

Spelers vragen hem voor foto­reportages in de persoonlijke sfeer. Van de Vuurst kwam bij de familie Blind thuis, fotografeerde zoon Daley toen die een paar dagen oud was. Hij deed de bruiloften van Dennis Bergkamp en Ronald de Boer. Omdat hij zo’n goede bruidsreportagefotograaf is? “Nou, ze vragen me vooral omdat ze me kunnen vertrouwen.”

Knuffel van Zlatan

In het najaar gaat hij met pensioen, zijn afscheidsseizoen beleeft hij in een roes, vergelijkbaar met 1995, het jaar waarin het vorige succesvolle Ajax bijna alles won wat er in het voetbal te winnen valt. Aan mijmeren over het nakende afscheid komt hij nog niet toe. Van de Vuurst moet mee in de razende eindsprint van Ajax 1. Spoedig zullen Frenkie de Jong en Louis van de Vuurst elkaar de hand schudden, een high five geven, omhelzen misschien, en dan de deur bij Ajax dichttrekken. De één zal aan een carrière in het buitenland beginnen, de ander gaat zijn enorme beeldarchief omspitten, op zoek naar foto’s voor zijn Ajaxoeuvreboek dat in het najaar zal verschijnen.

En verder?

Van de Vuurst zal blijven fotograferen, voor de lol, ritjes op de motor (een Harley) maken en de seizoenkaart gebruiken waar hij als Ajaxlid recht op heeft. “Dan ga ik lekker op de tribune zitten schreeuwen dat ze die bal er een keer in moeten schieten.”

Zal hij het Ajaxleven gaan missen? Natuurlijk, en hij mag ook wat maandjes afbouwen van de club: zijn opvolger Jasper Ruhé inwerken en nog wat klusjes doen. Maar aan de dagelijkse omgang met wat als hij als zijn Ajaxfamilie beschouwt, komt een einde. De kinderen van de club zullen straks zijn kinderen niet meer zijn. En dat waren ze tot op heden vrijwel allemaal, van Danny tot Daley Blind, van Nigel en Siem tot Frenkie de Jong, van Dennis Bergkamp tot Rafael van der Vaart, van Wesley Sneijder tot Matthijs de Ligt.

Tarik Oulida, Clarence Seedorf, Martijn Reuser, Patrick Kluivert en Nordin Wooter (zittend), datum onbekend. Beeld Louis van de Vuurst

En Abdelhak Nouri… Van de Vuurst staart voor zich uit. “Ach ja, Appie, die kon niet kiezen met wie hij als pupil van de week op de foto zou gaan, Klaas-Jan Huntelaar of Luis Suárez. Bij hoge uitzondering heb ik hem toen maar met beiden op de foto gezet. Die lieve, fijne, beleefde jongen heeft mij er talloze keren voor bedankt, zelfs toen hij al bij het eerste zat.’

Zijn al die grote voetballers die hij in hun Ajax­jaren op de voet volgde, vrienden geworden? “Nee, dat is overdreven. Ik kom nooit bij spelers op hun verjaardag. Het blijft bij een praatje in het voorbijgaan, een dolletje op reis en een knipoog voor of na de wedstrijd. Het zijn goede bekenden van me en dat zullen ze altijd blijven.”

Eind 2014 stond Van de Vuurst in het Parc des Princes naar de warming-up voor de Cham­pions Leaguewedstrijd Paris Saint-Germain-Ajax te kijken. Onderbraken Zlatan en Maxwell opeens hun rek- en strekoefeningen om even met de Ajaxfotograaf te komen knuffelen. De Franse fotografen wisten niet wat ze zagen en vroegen of die grote spelers soms vrienden van hem waren. Nou, dat nu ook weer niet, maakte Van de Vuurst de Fransen in zijn steenkolen­engels duidelijk, hij had alleen maar heel leuk met ze samengewerkt toen ze bij Ajax speelden.

Nelson Mandela

Van de Vuurst doet veel voor zijn voetballers, hij schiet privéfoto’s voor ze en regelt mooie afdrukken, hij is loyaal en gedienstig. Maar niet onderdanig. “Ik kijk tegen niemand op, nooit gedaan ook, voor mij is iedereen hetzelfde.” Op één uitzondering na: Nelson Mandela. “Hij was voor mij God op aarde. Die ongelooflijke uitstraling van ’m. Al jaren voor zijn vrijlating was ik gefascineerd door hem, een man met zo’n groot hart en zoveel wijsheid.”

Beeld Louis van de Vuurst

Van de Vuurst is meer dan eens op Robben­eiland geweest, om er te fotograferen en zich in te beelden hoe de antiapartheidsstrijder er in ballingschap moet hebben verkeerd. En in 1999 was hij erbij toen Mandela Nederland bezocht. Hij fotografeerde voor Het Parool en trof zijn held midden in het gezicht tijdens een rondvaart door de Amsterdamse grachten.

Met dank aan Benni McCarthy. “Look, that’s Louis,” riep de Zuid-Afrikaanse Ajacied toen hij Van de Vuurst aan het werk zag. “En toen keek Mandela recht in mijn camera. Later die dag bezocht hij de Stadsschouwburg en daar stond ik hem op te wachten. ‘Hey, you’re Louis,’ zei Mandela tegen me. Ik kon geen woord uitbrengen, een magisch moment.”

Op zijn rechteronderarm heeft Van de Vuurst een uitspraak van Mandela laten tatoeëren: ‘There’s no such thing as part freedom’: je bent vrij, of je bent niet vrij, gedeeltelijke vrijheid bestaat niet. Die lijfspreuk zegt iets over Van de Vuursts rechtlijnigheid: hij schippert niet.

Dat maakt hem geliefd bij zijn collega-fotografen die hij, net als al die goeie bekenden van Ajax, bijna als familie beschouwt. Louis is loyaal, behulpzaam en springt in de bres voor de beroepsgroep. Dan deinst hij er niet voor terug, zoals op het WK ’98 in Frankrijk gebeurde, een onvermurwbare bewaker even stevig beet te pakken, om hem te dwingen een hek te openen, zodat zijn collega’s en hij hun weg konden vervolgen en hun werk konden doen.

4 maart 2019: Louis van de Vuurst in het Bernabéu, de dag voor Real Madrid-Ajax. Beeld Louis van de Vuurst

Guus Dubbelman van de Volkskrant is als fotograaf zo’n beetje de tegenpool van Van de Vuurst, maar hij is zeer op hem gesteld. “Die tatoeage van Louis – als je zoiets op je arm laat zetten, heb je het wel zo’n beetje begrepen.”

Van de Vuurst over Dubbelman: “Guus is de meest kritische fotograaf op aarde en hij is ook kritisch op zichzelf. Net als Klaas Jan van der Weij. Zij weten van het alledaagse elke keer weer een kunstwerkje te maken. Als ze afdrukken, is het raak. En dan leveren ze bij een krant maar één foto in. ‘Dit is hét beeld, hier moet je het mee doen,’ zeggen ze dan. Heel sterk.”

Dubbelman over Van de Vuurst: “Louis is geen zoeker, de beelden overkomen hem. Maar in de brij van wat iedereen maakt, weet hij zich toch te onderscheiden. Omdat hij een goed oog heeft, en omdat hij kijk op het voetbal heeft gekregen. Ik zou niet, zoals hij, kunnen functioneren in dienst van een club. Daar ben ik te kritisch voor. Louis kan het wel, terwijl hij zich heus niet alles laat gezeggen. Hij is wel heel bereidwillig en enorm ijverig, waardoor hij meer dan een voetafdruk bij de club zal achterlaten. Louis is jarenlang zo nadrukkelijk bij Ajax aanwezig geweest, dat hij meeschrijft aan de historie van de club.”

Als kind bezocht Louis van de Vuurst (1953) aan de hand van zijn vader het Olympisch Stadion, ze gingen naar het voetbal, baanwielrennen en motorspeedway om de Gouden Helm. Louis keek gefascineerd naar het veld, naar de sintelbaan, naar de betonnen wielerpiste en zei: “Ik wil niet op de tribune zitten, ik wil dáár lopen, ertussen.” Later, toen hij met vrienden naar de TT in Assen ging, had hij hetzelfde. “Dan hadden we het beregezellig op de dijk bij het circuit, maar ik wilde naast de baan lopen, het allemaal voelen, ruiken en proeven.”

Paard in de gang

Op z’n twaalfde raakte Louis geïnteresseerd in fotografie, zijn eerste camera was een Asahi Pentax KM, met een 80 millimeterlens. Maar het zou nog wel even duren voordat hij ‘ertussen ging lopen’. Fotograaf werd hij via een fikse omweg; Van de Vuurst belandde eerst ‘op de ambulance, de taxi en de bus.’

Louis groeide op in Slotermeer, het gezin Van de Vuurst woonde eenhoog in de Dirk Bonsstraat. Aan de andere kant van de Burgemeester De Vlugtlaan woonde Henk Spaan – en Kees van Beijnum, die ook schrijver zou worden, zat bij hem in de klas. “Kees voetbalde bij DWS, hij was een goede speler, lang en slank, hij zag er een beetje uit als Wally Tax, die woonde ook bij ons in de buurt. Ik trok veel met Kees op en had ook van dat lange haar. Wij waren Pleiners, jongens met spijkerbroeken die zich afzetten tegen de Dijkers met hun nette broeken. Het was een beetje de Stones tegen de Beatles.”

19 april 1995: Finidi George heeft Ajax op een 2-1 voorsprong gezet in de halve finale van de Champions League tegen Bayern München. Ajax won met 5-2. Beeld Louis van de Vuurst

Louis voetbalde bij Sloterpark, en om op de club te kunnen komen, moest hij door het Rode Dorp, aan de rand van Geuzenveld, fietsen. “En daar woonden de aso’s. Op een keer stond er een jochie langs de straat dat een stok tussen m’n spaken stak. Ik maakte een doodsmak en wilde ’m aanvliegen. Maar hij floot op z’n vingers en meteen kwamen er twintig jongens aanzetten. Ik ben gaan rennen, gevlucht naar het voetbalveld en heb m’n fiets nooit meer teruggezien.’

Van de Vuurst herinnert zich ook de groenteboer van het Rode Dorp, ome Hans van der Hei, die met paard en wagen langs de deuren ging. Als het al te koud was, leidde hij zijn paard bij thuiskomst de bijkeuken in. Van de Vuurst: “Als je dan langsfietste en naar binnen keek, zag je een paard in de gang staan.”

’s Avonds was hij vaak te vinden in de Jan van Galenstraat, waar de profs van DWS trainden. De club van de Spaarndammerbuurt was in de jaren zestig een geduchte eredivisieclub, landskampioen zelfs in 1964. Louis mocht er een proefwedstrijd spelen, werd zelfs aangenomen, maar zou nooit voor DWS uitkomen. Het gezin Van de Vuurst verhuisde naar Uithoorn.

Buschauffeur

Louis was een vinnige rechtsbuiten, razendsnel en bij voorkeur spelend met rugnummer 8. ‘Sjakies nummer.’ Sjaak Swart was een idool, evenals Puskas en Gento van Real Madrid, Eusebio en later Johan Cruijff. Bij de voetbalclub Uithoorn trainde hij nog met de bokser Rudy Lubbers, die behalve hard kon slaan ook aardig kon voetballen. Van de Vuurst stopte op zijn twintigste, omdat drie keer in de week trainen niet meer te combineren viel met het werk dat hij inmiddels deed, ambulances en taxi’s rijden.

“Ja, ik ben vroeg van school gegaan. Ik wilde geld in mijn zak hebben en dan moet je werken. Ik heb er wel spijt van gekregen dat ik niet verder ben gaan leren, want daardoor spreek ik mijn talen slecht. Toch red ik me wel. Ik durf overal heen, ben ook overal geweest en ik durf ook met iedereen te praten.”

11 maart 1999: Nelson Mandela op de rondvaartboot in Amsterdam, met naast hem zijn vrouw Winnie en de Ajacieden Benni McCarthy en Aaron Mokoena. Rechts bovenin: Ruud Gullit. Beeld Louis van de Vuurst

Van de Vuurst solliciteerde bij de busonderneming Maarse & Kroon en beleefde ‘een prachttijd’ op de bus. Die bracht hem uiteindelijk ook verder in de fotografie. Steeds vaker nam Louis zijn camera mee in de bus. Als hij pauze had, ging hij fotograferen, drugstaferelen bij Amsterdam Centraal, verkeersongelukken, dat werk.

Er kwamen foto’s van hem in huis-aan-huisbladen als de Uithoornse Courant en hij ging sport fotograferen. Vanaf 1984 kwam hij veelvuldig bij Ajax, zijn favoriete club, en hij deed veel voor het voetbalmakelaarsbureau Inter Football. In 1989 vroeg Van de Vuurst algemeen directeur Arie van Eijden van Ajax of het niet eens tijd werd dat de club een eigen fotograaf in dienst nam. En zo werd Louis Ajax’ eigen fotograaf, eerst lange tijd als freelancer, vanaf het jaar 2000 in vaste dienst.

Dik dertig jaar en toch gauw enkele miljoenen foto’s later is het einde in zicht. Straks breekt de tijd van het terugblikken aan, Van de Vuurst neemt alvast een voorschot.

Favoriete Ajax-speler?

“Dennis Bergkamp, zo’n fantastische voetballer. Daar hebben we er in mijn tijd meer van gehad, maar dat bewegen van Dennis, zo gracieus.”

Mooiste wedstrijd?

“Ajax-Bayern München 1995, halve finale Champions League, die 5-2 met die dreun van Finidi. Onvoorstelbaar, wat een wedstrijd, wat een voetbal.”

Lievelingstrainer?

“Louis van Gaal. Hij nam het in ’91 over van Leo Beenhakker en het ging lopen. Ik heb bijna dagelijks met ’m gewerkt en heb ’m aardig leren kennen. Niemand is zo rechtlijnig als hij en hij eiste dat jij dat ook was. Als ik beweerde dat een speler goed had gespeeld en ik kon dat in een discussie met hem niet volhouden, was hij teleurgesteld in me. Omdat ik niet achter mijn mening bleef staan. Van Gaal heeft liever dat je vasthoudt aan een mening waar hij het niet mee eens is, dan dat je van mening verandert.”

5 november 2011: Abdelhak Nouri was pupil van de week en mocht op de foto met zijn favoriete spelers: Luis Suárez en Klaas-Jan Huntelaar. Beeld Louis van de Vuurst

Van Gaal eist veel van de mensen met wie hij werkt, maar de ene Louis kreeg niet alles van de andere Louis gedaan. Van de Vuurst: “Hij mocht best zeggen wat ik moest doen, alleen niet hoe ik het moest doen. Bij een oefenwedstrijd stond ik hem te fotograferen, terwijl hij voor de dug-out stond. ‘Je moet aan de andere kant gaan staan,’ zei hij, ‘dat is beter.’ Maar ik stond goed daar, dus ik zei: ‘Ik ben hier gaan staan, omdat dit de beste plek is. Ik ben de fotograaf, Louis, en jij de trainer. Ik zeg toch ook niet tegen jou dat je een speler aan de andere kant moet zetten?’ Moest ie lachen, Van Gaal kan het wel waarderen als je voet bij stuk houdt.”

Raarste Ajaxmoment?

“Dat ik in ’95 de wereldbeker bij De Meer tussen de geparkeerde auto’s zag staan. We kwamen terug uit Japan, het was midden in de nacht en ­iedereen was gesloopt. Het was een waanzinnige reis geweest. Na uren vliegen moesten we terug naar Tokio omdat er geen toestemming was om over Rusland te vliegen. In De Meer namen we afscheid van elkaar, ik liep naar m’n auto en dacht: wat staat dáár nou? Zie ik dat goed? Ja, ik zag het goed, de wereldbeker, zomaar midden op de parkeerplaats. Ik heb ’m maar in m’n kofferbak gedaan en mee naar huis genomen. De volgende dag bij Ajax: ‘Goh, Louis, heb je het al gehoord? De wereldbeker is weg.’ Ik: ‘Ja, weet ik, die ligt achter in mijn auto.”

Drie decennia Ajaxfotografie

Het fotoboek van Ajaxfotograaf Louis van de Vuurst verschijnt in het najaar van 2019. Het is een coproductie van Ajax Media en Kick uitgevers. Wil jij het boek als eerste ontvangen? Ga dan naar Ajax.nl/fotoboek en meld je aan voor de speciale nieuwsbrief. Onder de aanmeldingen wordt een unieke foto van Nico Tagliafico verloot.

De foto uit Ajax-Real Madrid wordt gesigneerd door zowel de Argentijnse verdediger als de fotograaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.