De Amstel Gold Race werd dit jaar virtueel verreden. Tom Dumoulin fietst hem vanuit een vakantiehuisje op de Cauberg.

PlusInterview

Tom Dumoulin: ‘Ik wil niet laten zien hoe ik me voorbereid’

De Amstel Gold Race werd dit jaar virtueel verreden. Tom Dumoulin fietst hem vanuit een vakantiehuisje op de Cauberg.Beeld Robin van Lonkhuijsen/ANP

Hij heeft nu bijna een jaar niet gekoerst. Maar Tom Dumoulin (29) is vooral ook blij dat hij bij zijn nieuwe ploeg niet meer altijd en overal dé kopman is. ‘En natuurlijk gaat er een keer een discussie komen, dat kan ik je op een briefje geven.’

In een parallel universum, niet eens zo heel ver hiervandaan, was hij wél ingeloot. Was hij jaren geleden geneeskunde gaan studeren en werkte hij nu in een ziekenhuis. Stond hij in deze crisis misschien wel op een corona-afdeling. Witte jas, naamplaatje op zijn borst.

Dokter Dumoulin. Kunt u er zich nu iets bij voorstellen?

Dumoulin: “Niet echt. Zeker niet in deze tijd. Het is bizar, voor de doktoren, voor het verplegend personeel. Mijn vrouw werkt als psycholoog in het ziekenhuis. Normaal behandelt ze patiënten, nu verzorgend personeel dat moeilijk met de situatie kan omgaan. Het is heftig. Hier was niemand op voorbereid.”

Wat als u was ingeloot? Was u dan wielrenner geworden?

“Kan goed van niet. Het zou zomaar kunnen dat uitgeloot worden voor geneeskunde me wielrenner heeft gemaakt. Ik had nooit een droom om prof te worden. Ik ben pas op mijn vijftiende begonnen. Ik keek ook nooit naar wielrennen op tv. Eigenlijk alleen naar de Amstel Gold Race. Die kwam langs op de Maasboulevard in Maastricht – daar woonden we vlakbij.”

Na een paar jaar kwam u daar wel terecht, in de opleidingsploeg. De grote mannen, dat was nog een stap te ver.

“Niet iedereen vond me goed genoeg, ja. Wilco Kelderman en Jetse Bol werden prof. Dat waren terechte keuzes, hoor. Maar ze hebben er bij mij nog spijt van gekregen. Achteraf konden we er allemaal om lachen, hoor.”

U bent ook wel een stuk serieuzer geworden dan toen.

“Ik heb wel moeten leren wat het is om profes­sioneel met je sport bezig te zijn. Voor mij was Laurens ten Dam daarin heel belangrijk. Op de gram nauwkeurig afwegen wat je eet, klinkt als heel extreem, maar als je ermee bezig bent, is het gewoon een onderdeel van je vak.”

Tegenwoordig kun je de meeste profs volgen in hun voorbereiding naar de wedstrijden, omdat ze alles op Strava zetten. U doet dat niet.

“Ik heb wel Strava, maar alleen om routes te maken. Ik zet er niks op en ik volg niemand. Enerzijds omdat ik mezelf niet gek wil maken. Als je een keer gedesillusioneerd thuiskomt na anderhalf uur trainen omdat het niet gaat en je ziet dat Chris Froome zeven uur heeft gedaan, dan draai je door. De andere reden is dat ik helemaal niet wil laten zien hoe ik me voorbereid. Wanneer train je hard? Wanneer rustig? Ik doe er jaren over om dat te perfectioneren. Waarom zou ik dat in godsnaam met de wereld delen? Ik begrijp niet dat renners al hun trainingen online zetten.”

Is wielrennen een denksport?

“Als je mij zo hoort praten wel, hè? Maar ik ben hierin denk ik wel anders dan veel anderen.”

Voor een trainer moet het smullen zijn om met u te werken.

“Of juist niet. Ik kan er heel erg in doorslaan, zeker als het minder draait. Dat is mijn gevaar. Neem bijvoorbeeld het parasietenprobleem in mijn darmen, eind januari. Ik voelde me eigenlijk al weken slecht. Ik kon het niet uit­leggen of analyseren. Dan ga ik extreem zoeken naar antwoorden, terwijl die er dan niet zijn.”

Vorig jaar die knie. Dit jaar was nog niet eens begonnen of er was een probleem met die parasieten. Liet uw lijf u het laatste jaar in de steek?

“Ja, heel erg. Niet zozeer met die knieproblemen, want daar kon ik niks aan doen. Die parasieten kwamen ook niet uit de lucht vallen, maar het heeft me bij momenten erg gefrustreerd. Ik kwam uit een periode die al tegenzat, dit kwam er ook nog bij. Ik werd er wanhopig en neerslachtig van. Maar ik weet weer hoe leuk ik wielrennen vind, met alles eromheen.”

Heeft u daar zo aan getwijfeld dan?

“Ja, heel erg. Ik ben wielrenner sinds 2012, ik heb sindsdien altijd met oogkleppen op geleefd. Het ging steeds beter, maar de druk werd daardoor ook steeds hoger. Ik kreeg veel meer verplichtingen, er kwamen dingen bij kijken die ik heel lastig vond. Richting 2019 begon ik het gewicht te voelen van alles. Wat dat betreft was het heel goed om een keer gedwongen afstand te nemen van het wieler­wereldje. Ik had de ruimte om mezelf vragen te stellen: wat vind ik leuk? Wat niet? Hoe ga ik daarmee om? Het heeft me veel antwoorden opgeleverd.”

Welke rol heeft het winnen van de Giro van 2017 daarin gespeeld?

“De weg naar boven is niet meer zo lang en de weg naar onderen zou veel langer kunnen zijn. Ik ga niet veel meer verbeteren. Veel meer dan in 2017 is er niet te winnen, behalve de Tour. Ik ben een grote aap op de apenrots, hoe ga ik daarmee om? Met de aandacht die erbij komt kijken? Met de druk? In 2018 worstelde ik erg met deze vragen, maar ik presteerde toch goed in de Giro en de Tour. Ik heb bewezen dat ik er best goed mee om kan gaan.”

Wílt u wel de grootste aap op de rots zijn? Of eigenlijk liever een kleiner aapje?

“Liever ben ik dat kleine aapje. Daar ben ik ook achter gekomen. Ik wil niet de grote aap op de rots zijn, maar dat is wel de status die ik heb. Mensen zien mij nu eenmaal zo, terwijl ik dat niet nastreef.”

Heeft die druk u ook in de richting van een andere ploeg geduwd?

“Ik denk wel dat het heeft meegespeeld, ja. Bij Sunweb liep ik al een tijdje met die vragen rond. Op welke manier gaan we de komende jaren topsport bedrijven? Ik merkte in die gesprekken dat de visies daarover ver uit elkaar lagen. Dat deed me twijfelen of het nog mijn ploeg was.”

Terwijl u in 2017 uw contract nog met drie jaar had verlengd .

“Ja. Op dat moment was het een heel goede keus. De ploeg groeide, er kwamen elk jaar betere renners en meer budget voor hoogte­stages en de hele rataplan.”

Wanneer ging het dan mis?

“Voor mijn gevoel was 2018 heel anders dan 2017.”

Waar zat dat in? Is er een bepaald moment waarop er scheurtjes in het huwelijk kwamen?

“Ik heb het persoonlijk moeilijk gevonden dat Simon Geschke en Laurens ten Dam weggingen bij de ploeg. Ze brachten veel ervaring en wijsheid met zich mee en daarnaast waren ze mijn beste helpers bergop. Ik kon op ze rekenen. Na de Tour van 2018 hoorde ik dat ze weg­gingen. Dat was niet met mij overlegd en ik heb niet begrepen waarom.”

“Maar het is niet één moment. Ik denk dat het vooral bij mezelf lag. Ik begon te worstelen met een aantal dingen, ik keek anders naar de ploeg. We zaten niet op dezelfde lijn en dat is wel belangrijk.”

“Ik ben ermee naar Iwan (Spekenbrink, Sunwebteambaas) gestapt. Hij vond het moeilijk; ik had ook gewoon een contract. Het was een vervelende situatie.”

Moet u op uw tong bijten als u hierover praat? Bent u bang Sunweb te schaden?

“Ja. Ik probeer op mijn woorden te letten. Het is gemakkelijk er per ongeluk iets verkeerds uit te laten komen. Jullie journalisten zijn happig op een uitglijder.”

Wat trof u aan bij Jumbo-Visma?

“Ik heb het gevoel dat ik bij het Real Madrid van het wielrennen ben binnengekomen. En nog Nederlands ook. Ik kan me niks méér wensen.”

Maar u bent niet meer de enige kopman.

“Ik wilde juist naar een ploeg waar ik niet heel het jaar door de enige kopman ben, waar ik niet de enige aap op de rots ben. Steven (Kruijswijk), Primoz (Roglic) en ik willen alle drie hetzelfde: de Tour winnen. Dat is ook het doel van de ploeg. We zullen moeten accepteren dat er misschien een teamgenoot beter is. Dan trekken we diens kaart. En niet van degene die denkt: mijn dag komt misschien nog wel.”

“Natuurlijk gaat er een keer een discussie komen, dat kan ik je op een briefje geven. Dat ik een keer niet blij ben dat Primoz aanvalt als ik een slecht moment heb, of andersom. Maar als we hetzelfde doel hebben, komen we eruit. Zeker met de juiste coaching.”

Stel: de Tour de France van 2020 gaat door. In de eerste week zitten direct een paar pittige etappes. Primoz Roglic pakt het geel. Dan rijdt u de rest van de Tour op kop om het geel te beschermen?

“Dank voor het vertrouwen. Maar ja, dat is een waarschijnlijk scenario. Dat aanvaard ik, daar heb ik voor getekend. Daarnaast hebben we veel goede renners die op kop kunnen rijden. De andere kopmannen hoeven heus niet meteen hun kruit te verschieten.”

Kunt u het nog, een grote ronde winnen? Zeker als er zo weinig tijdritkilometers in zitten als in de Tour?

“Ja, daar geloof ik helemaal in. De Tour van 2018 was er ook een zonder veel tijdritkilometers. Ik verloor toen tijd op de Mûr-de-Bretagne vanwege pech en ik had een verre van ideale voorbereiding, maar toch werd ik tweede. Ja: tijdritten zijn heel welkom, maar nee: ik heb ze niet nodig. Ik was in 2018 bergop beter dan in 2017. Er zat een stijgende lijn in, maar die werd ongenadig hard onderbroken.”

De Tour winnen na een jaar zonder koers. Leuke comeback wel.

“Bam.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden