Plus

Timber, Gravenberch en Brobbey: bepalende jonkies uit de eigen Ajaxopleiding

Ajax tast geregeld diep in de buidel voor goede voetballers, maar de eigen opleiding blijft leidend. In de as van het elftal zetten op dit moment drie talenten de toon: Jurriën Timber, Ryan Gravenberch en Brian Brobbey.

Dick Sintenie
Ryan Gravenberch, coach Erik ten Hag en Jurrien Timber. Beeld Maurice van Steen/ANP
Ryan Gravenberch, coach Erik ten Hag en Jurrien Timber.Beeld Maurice van Steen/ANP

Donderdagavond in de bekerwedstrijd tegen Excelsior Maassluis kregen Ajaxsupporters een glimp te zien van de nieuwe lichting jonge talenten, onder wie Youri Regeer (18), Kristian Hlynsson (17) en Amourricho van Axel Dongen (17). Vooral van die laatste wordt veel verwacht. Hij is fysiek sterk, explosief en snel. Kwaliteiten die zwaar wegen in het moderne voetbal, zeker voor vleugelaanvallers.

Erik ten Hag neemt hem morgen mee naar PSV, voor de topper in de eredivisie. Van Axel Dongen heeft volgens de trainer de potentie om te slagen bij Ajax. Misschien kan hij de leemte invullen die David Neres heeft achtergelaten. Van Axel Dongen is piepjong, maar bij Ajax geldt: goed genoeg is oud genoeg.

In golfbewegingen

In de afgelopen dertig jaar is in de kern nauwelijks iets veranderd in het opleiden van jonge voetballers. Er worden misschien verschillende accenten gelegd in de begeleiding en de benadering van de talenten, en de trainingsvormen zijn aangepast aan de tijd en aan het veranderde spel, maar in de kern gaat het om veel vlieguren maken, zoveel mogelijk weerstand creëren om beter te worden en spelen, spelen, spelen.

Dennis Bergkamp werd op zijn zeventiende door trainer Johan Cruijff voor de leeuwen gegooid. Tussen 2011 en 2017 was hij assistenttrainer bij Ajax en als talentenbegeleider nauw betrokken bij de jeugdacademie op De Toekomst. “Opleiden kan niet zonder pijn en doorbreken gaat in golfbewegingen,” zei hij in het laatste seizoen voor zijn pijnlijke ontslag in 2017, toen het verschil van inzicht met de directie over het technisch beleid te groot was geworden.

“Ik heb dat zelf als geen ander ondervonden. Eerst is er een stijgende lijn, dan een terugval, vervolgens klauter je weer iets omhoog en glij je misschien nog een keer terug. En dan is het: pats, pats, pats! Steil omhoog. Ajax moet geen schrik hebben jonge jongens in te zetten. Ik werd op mijn zeventiende ook uit de schoolbanken geplukt voor mijn debuut. Dat was toen een bijzonder verhaal, nu allang niet meer. Kijk naar de grote clubs in Europa: overal staan geweldige talenten van 18 jaar op het veld. Ze kunnen uiteraard geen 80 wedstrijden spelen, maar ze hebben die wedstrijden op dat niveau wel nodig - en daar moet je niet te lang mee wachten.”

De lat hoog leggen

Ajax is groot geworden door voetballers voort te brengen met grote technische en tactische vaardigheden. Die identiteit moet de club koste wat kost bewaren, vindt hoofd opleidingen Saïd Ouaali, die op één lijn zat met Bergkamp. Ouaali moet die identiteit uit hoofde van zijn functie bewaren en bewaken. Met technisch directeur Marc Overmars en hoofdtrainer Ten Hag is daar regelmatig overleg over. “Vooral over Jong Ajax,” zegt Ten Hag. “Over de speelwijze van die ploeg, over de inzetbaarheid van spelers en over het coachen van de coaches van dat team. Het is tenslotte het laatste en belangrijkste stukje van het traject naar Ajax 1.”

Het evenwicht tussen presteren en opleiden is soms wankel, maar onder Ten Hag is het klimaat ontstaan waarin talenten zich kunnen ontplooien en opwerken. Waar Bergkamp concludeert dat je hard moet zijn voor de jeugd, zegt Ten Hag: “Ik weet niet of hard het juiste woord is, maar je moet de lat hoog leggen en veeleisend trainen en coachen.”

Cadeautjes worden door Ten Hag niet gegeven. Kansen in het eerste elftal moet je verdienen. Dat wordt steeds moeilijker, want het niveau van Ajax is in een paar jaar tijd flink opgeschroefd, kijk maar naar de Europese resultaten vanaf 2016.

Jonkies drukken hun stempel

Dat heeft ook veel te maken met het aankoopbeleid van de club. Het is geen zeldzaamheid dat Ajax bedragen van 15 of zelfs 22 miljoen euro uitgeeft aan een nieuwe speler. Des te knapper dat tussen voetballers als Dusan Tadic, Antony, Sébastien Haller en Lisandro Martínez de jonkies Jurriën Timber (20), Ryan Gravenberch (19) en Brian Brobbey (19) hun stempel drukken op het elftal en op het spel.

Ten Hag ziet daar een verband tussen. “Het is een kruisbestuiving. Als je met heel goede voetballers kan samenspelen, gaan talenten zich optrekken aan dat niveau.”

En dan nog is het geen uitgemaakte zaak dat een jeugdspeler in het eerste komt en meteen doorstoot. Ajax zit al jaren rond de 40 procent opgeleide spelers in de selectie. Het is onhaalbaar om dat op te schroeven. De club zal (grote) aankopen moeten blijven doen om in de Europese top te kunnen meedraaien.

Het maakt Edwin van der Sar niettemin trots dat Timber, Gravenberch en (de tijdelijk van RB Leipzig teruggehuurde) Brobbey het stokje schijnbaar moeiteloos hebben overgenomen van Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong en Donny van de Beek. Schijnbaar, want ‘niets gaat vanzelf’, zegt de jongste van de drie, Gravenberch.

Snorkelen en op de waterscooter

Hij ontpopte zich vorig seizoen tot basisspeler, maakte als benjamin de meeste minuten in de selectie en werd door bondscoach Frank de Boer meegenomen naar het EK. In de afgelopen maanden had hij soms moeite om drie keer per week een topprestatie te leveren. “Het ging met ups en downs,” zegt hij. Precies zoals Bergkamp het omschrijft. “De downs zijn gelukkig geen dikke onvoldoendes. Ik zak niet door de ondergrens. Maar ik merkte wel dat de vermoeidheid opspeelde. In de laatste wedstrijd voor de winterstop tegen Fortuna Sittard, wat toch geen zware wedstrijd was, liepen mijn kuiten vol. Het was gewoon een beetje op.”

Gravenberch zocht in de winterpauze de zon op. Hij ging onder anderen de broertjes Timber en Devyne Rensch, nog een talent met grote potentie, naar Curacao. “Vooral veel chillen, beetje snorkelen, beetje op de waterscooter en heel af en toe wat met een balletje pielen.” Het tekent de verhoudingen tussen de jonge spelers van Ajax: ze zijn niet alleen ploeggenoten, maar ook vrienden.

Afgaande op de wedstrijd tegen FC Utrecht, afgelopen zondag in de Galgenwaard (0-3), heeft de zon zijn helende werking gedaan. Gravenberch was de motor van Ajax, Timber een baken van rust in de defensie, en Brobbey scoorde twee keer bij zijn rentree.

“Ik ben heel blij dat Brian terug is,” zegt Gravenberch met een lach. “Ik speel al vanaf de F1 met hem samen. Hij is echt een mannetje hoor, een goeie spits en heel grappig, altijd al geweest. En aan zijn spel is eigenlijk ook niet veel veranderd. Hij was altijd al de sterkste op het veld. Toen we zeven waren, gaven we die ballen ook aan hem voorin. Maakte hij zich breed en hield de bal vast totdat wij waren doorgelopen, dan konden we verder combineren en scoren. Het is toch geweldig dat je ruim tien jaar later zo met elkaar in het eerste van Ajax speelt?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden