Jaap de Groot.Beeld Artur Krynicki

Tijdens Chelsea-Ajax was ook de VAR in de war

Jaap de Groot

Dit weekeinde spelen de nummers 1 tot en met 8 van de eredivisie allemaal tegen elkaar. FC Groningen (8)-Vitesse (6), PSV (5)-Willem II (3), FC Utrecht (7)-Ajax (1) en AZ (2)-Feyenoord (3) is voor de liefhebber bijna te mooi om waar te zijn. Omdat deze 22ste speelronde enorm bepalend kan zijn voor het competitieverloop, liggen de arbitrage en video assistant referee (VAR) extra onder het vergrootglas. Helemaal nadat duidelijk is geworden wat de Ita­liaanse arbiter Gianluca Rocchi en zijn videoassistent tijdens Chelsea-Ajax hebben uitgespookt.

De Europese voetbalunie (Uefa) heeft vastgesteld dat de rode kaart van Joël Veltman en de daaraan gekoppelde strafschop onrechtmatig waren, waardoor Ajax van kwalificatie voor de knock-outfase van de Champions League en tenminste 10 miljoen euro aan inkomsten is beroofd.

Voor de enkeling die het niet meer weet: Ajax zag bij een 4-2 voorsprong eerst Daley Blind rood krijgen, meteen daarna was Veltman aan de beurt en werd diens vermeende handsbal met een penalty bestraft. Vervolgens finishte Ajax met negen spelers op 4-4 en miste uiteindelijk op één punt de ­volgende ronde. Volgens de Uefa is het optreden van Rocchi en zijn videoassistent het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet.

Toch wordt de invoering van de VAR als positief ervaren. Het probleem zit ’m vooral in de toepassing. De wisselwerking tussen de scheidsrechter op het veld en de scheidsrechter voor de televisieschermen is niet in balans. Met de doellijntech­nologie was het meteen duidelijk: het in het doel geplaatste ‘oog’ bepaalt alleen of de bal wel of niet de lijn is gepasseerd. Bij de VAR schiet het te veel kanten op. In feite zou de videoscheidsrechter ­alleen in extreme gevallen moeten ingrijpen, zoals een buitenspelgoal, het al dan niet toekennen van een strafschop en een zware overtreding die de ­veldarbitrage is ontgaan. Alleen dat gebeurt niet.

Zo moest Real Madrid-Ajax bij een 0-2 stand lange tijd worden stilgelegd om te bepalen of een bal van Noussair Mazraoui bij de middenlijn wel of niet over de zijlijn was gegaan. Dat werd ineens relevant omdat Dusan Tadic vijf balcontacten later 0-3 zou scoren.

Of het afgekeurde doelpunt van Emmenspeler Glenn Bijl tegen PSV. Na een gewonnen duel met Steven Bergwijn, waar scheidsrechter Dennis ­Higler met zijn neus bovenop stond, zou Bijl vanaf 50 meter schitterend scoren. De wereldtreffer werd afgekeurd omdat de VAR wel een overtreding had geconstateerd en besloot Higler te overrulen.

Het zijn voorbeelden waarin de VAR te ver gaat, omdat het recht op eigen interpretatie van de scheidsrechter wordt aangetast en dus ook diens autoriteit. Terwijl de VAR alleen corrigerend dient op te treden als de scheidsrechter extreem in de fout gaat. Zoals Gianluca Rocchi tijdens Chelsea-Ajax. Alleen was toen ook de VAR in de war.

Reageren? j.degroot@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden