Plus

Ted-Jan Bloemen: ‘Deze sport is wel heel erg veranderd’

Dankzij de schaatsbubbel in Heerenveen staat olympisch kampioen Ted-Jan Bloemen voor het eerst dit seizoen op fatsoenlijk ijs. De Nederlandse Canadees: ‘Ik kon het wel uitschreeuwen van geluk.’

Ted-Jan Bloemen Beeld BSR Agency
Ted-Jan BloemenBeeld BSR Agency

Het beeld was prachtig. Een kraakheldere blauwe lucht, dennenbomen aan de zijkant, besneeuwde bergtoppen verderop, dichtbij een glanzende zwartblauwe oppervlakte en dan het krakende geluid dat alleen te horen is bij de wrijving van glijdende schaatsmessen over natuurijs. “Daar kan je natuurlijk ontzettend van genieten, dat heb ik ook geprobeerd zo veel mogelijk te doen, maar tegelijkertijd mis je zó ontzettend het langebaanschaatsen,,” zegt Ted-Jan Bloemen.

Na een lange periode met allerlei aangepaste trainingsmethoden is de olympisch kampioen in Nederland. Eindelijk. Zijn preolympische seizoen is zwaarder dan vier jaar geleden. Bloemen (34) emigreerde in 2014 met behulp van het paspoort van zijn in Canada geboren vader naar Calgary, om zijn schaatscarrière onder trainer Bart Schouten een laatste kans te geven. Daarna stapelden de successen zich op. Van wereldrecords naar olympisch goud op de 10 kilometer, vorig jaar won hij de wereldtitel op de 5000 meter. Als het aan hem ligt, komen daar volgend jaar in Peking meerdere gouden olympische medailles bij.

Baan stuk

Maar dan moet hij niet veroordeeld zijn tot een seizoen als nu. Begin september ging de 400 meterbaan van Calgary stuk. “Details weet ik niet, stuk is stuk, maar het repareren duurt mede door corona lang. Ze verwachten dat het in mei is opgelost,” zegt Bloemen. Plots zat de nationale selectie – met daarin Bloemen, maar ook de huidige wereldrecordhouder en regerend wereldkampioen Graeme Fish – zonder de belangrijkste trainingsvorm.

Noodgedwongen greep trainer Schouten terug naar ‘droogtrainingen’, trainingen buiten het ijs, af en toe afgewisseld door shorttracktrainingen. Er kwam na een zoektocht een trainingskamp van twee weken in Fort St. John, een plaatsje in British Colombia met ijsbaan. “Maar daarna, rond Thanksgiving en Halloween in oktober, ging het pas echt mis met corona. Alles ging in lockdown en we konden ook niet meer shorttracken,” zegt Bloemen.

Rocky Mountains

Schouten reed langs de bergmeren in Banff, in de Rocky Mountains, op zoek naar een geschikte trainingsplek op natuurijs. Hij vond er twee: Gap Lake en Ghost Lake, allebei binnen een uur rijden. Bloemen: “Dan ben je vooral heel blij dat je weer kan schaatsen, het was natuurlijk ook fantastisch, zó mooi daar op natuurijs.” De filmpjes die hij op Instagram deelde, werden vooral door Nederlanders gewaardeerd.

“Maar natuurijs is hobbelig, je kunt niet in de buurt van je limiet schaatsen. En ook dat moest op shorttrackschaatsen, ijzers met een rondere onderkant, waarmee je makkelijker over die hobbels ging.” Gedweild werd er niet. “Als het nodig was, verplaatsten we ons baantje.”

En zo trainde de Canadese ploeg een aantal weken lang tweewekelijks. Totdat ze konden neerstrijken in Red Deer, een stadje in Alberta op zo’n anderhalf uur rijden van Calgary, waar een buitenbaan open was gegaan. “Dan merk je toch dat de schaatssport wel heel erg veranderd is. Dat schaatsen op een buitenbaan anders is.”

Er wordt tegenwoordig nauwelijks op buitenbanen gereden – zeker in het geval van mondiaal belangrijke wedstrijden. Bloemen is geen verwende schaatser. Bij min 10 graden de baan op, zoals in Red Deer vaak het geval was, is het probleem niet.

“Maar door die heel lage temperaturen krijg je dat de toplaag bevriest en dan glijdt het ijs minder. Dan wordt het heel erg werken, kun je minder goed gebruikmaken van die glijbeweging en valbeweging en de fijne techniek. Dan wordt het meer een fysieke sport in plaats van een technische sport.”

Verfijnde techniek

Slechtere omstandigheden gaan ten koste van verfijnde techniek. Bloemen, flyer bij uitstek, miste wat hij het leukste vindt aan zijn sport: “Dat gevoel van lekker easy snelheid pakken en aan de fijne techniek werken. Onder goede omstandigheden alles uit die techniek halen. Dát is wat mijn liefde voor het schaatsen is. En op na-tuurijs schaatsen is een leuk uitje, maar je gaat er niet beter van schaatsen, je krijgt niet het ijsgevoel waar je naar zoekt.”

Lange tijd was het ook onzeker of de Canadezen zouden afreizen naar de schaatsbubbel in Heerenveen. “Daar heb ik wel veel stress van gehad. Ik wilde zo graag, maar de vraag was of het veilig genoeg werd gevonden. Je wordt moedeloos als je geen doel hebt en niet kunt doen wat je happy maakt. Mentaal was het lastig motivatie te vinden, ik zat niet zo lekker in mijn vel.”

Vorige week woensdag stond hij weer voor het eerst op snel ijs, in Heerenveen. “Het eerste rondje kon ik het wel uitschreeuwen van geluk. Het is heerlijk op goed ijs te staan.” Aanstaand weekeinde rijdt hij de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen. “Of ik nou goed presteer of niet, ik denk dat ik richting de Olympische Spelen van volgend jaar veel van deze weken leer. Dan maakt een vreemde voorbereiding niet uit. Het is sowieso goed om weer even onder hoge spanning te rijden. Als het niet goed gaat, is het niet erg, maar wie weet gaat het wel heel goed. Schrijf me vooral niet af.”

Graeme Fish niet naar WK

Graeme Fish doet niet mee aan de WK afstanden, die van 11 tot en met 14 februari in Heerenveen worden gehouden. De 23-jarige Canadees is de regerend wereldkampioen op de 10 kilometer en bovendien houder van het wereldrecord. Hij vindt het vanwege het coronavirus een te groot risico om naar Nederland te komen. Fish verbrak in februari vorig jaar in Salt Lake City op de 10 kilometer het wereldrecord van zijn landgenoot Ted-Jan Bloemen: 12.33,86.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden