PlusNieuws

Sven Kramer en Jorrit Bergsma op massastart duo voor één dag: ‘We gaan allebei die sprint niet winnen’

Sven Kramer en Jorrit Bergsma vormen bij de massastart zaterdag, als het goed is, een duo voor één dag. ‘Je kunt er eindeloos over discussiëren, maar je moet het gewoon doen.’

Rik Spekenbrink
Jorrit Bergsma en Sven Kramer. Beeld ANP
Jorrit Bergsma en Sven Kramer.Beeld ANP

Het enthousiasme voor het slotonderdeel van het mannenschaatsen kwam bij de één wat duidelijker naar voren dan bij de ander. “Zeker,” zei Jorrit Bergsma op de vraag of hij zin had in de massastart. Sven Kramer gaf op dezelfde vraag in eerste instantie aan er ‘redelijk onbevangen’ in te staan. Maar vertelde later er ook wel zin in te hebben. “Anders had ik vandaag ook het vliegtuig naar huis kunnen pakken.”

Bergsma (36) en Kramer (35) vormen zaterdag een opmerkelijk koppel. Ze rijden al hun hele leven tegen elkaar, maar hoogst zelden mét elkaar. Voor het zover is moeten ze er, los van elkaar, in slagen de halve finale te overleven. En dan begint het pas.

Mee met een ontsnapping

Hoe ze Nederland aan een medaille gaan helpen op de minimarathon, daar is nog steeds niet goed over gesproken. “We gaan allebei die sprint niet winnen, dus we moeten het anders oplossen,” zegt Kramer. “En je kan een heel plan bedenken, maar de koers moet zich er wel voor lenen.” En Bergsma: “Eén goede voorbespreking is voldoende. Je kunt er eindeloos over discussiëren, maar je moet het gewoon doen.”

Een ontsnapping initiëren, of meespringen met anderen, dat wordt de tactiek. En dan hopen dat de vluchters goed genoeg zijn om een gat te slaan, maar niet goed genoeg om Bergsma of Kramer dan alsnog te verslaan aan de streep. Onderlinge communicatie, hoewel lastig midden in een wedstrijd, is belangrijk. Dat zal in het Fries gaan, denkt Bergsma. Beiden gebruiken ook het woord intuïtie.

Maar Kramer geeft toe dat hij op dit onderdeel niet heel veel ervaring heeft. Hij heeft er een stuk of zes gereden, waarvan maar twee internationale: in Pyeongchang, vier jaar geleden, toen Koen Verweij brons won. Daarom zat Kramer de afgelopen week op een iPad oude massastarts terug te kijken. “Het is wel handig om te weten wie wat doet, een profielschets te hebben van de mensen die meedoen.”

Bondjes sluiten

Bondscoach Jan Coopmans zei van de week ervan uit te gaan dat Nederland bondjes kan sluiten met andere landen, die ook geen zin hebben om een massasprint af te wachten. “Dat kan altijd,” zegt Kramer. “Maar ze zullen niet heel snel gaan samenwerken met Jorrit Bergsma of Sven Kramer. Want er lopen zo veel lijnen door zo’n peloton, het is net wielrennen. Sommigen staat onder contract bij dezelfde skeelerformatie, of commerciële ploeg. Lijntjes die de landenbelangen nog doorkruisen. En veel landen hebben toch wel baat bij een sprint.”

Het wordt een moeilijk verhaal, verwacht Bergsma. “We zijn niet de favoriet. Voorheen wel, toen namen we de koers op onze schouders. Nu is de situatie anders. Misschien biedt het wel een kans, maar we zullen ook gewoon geluk moeten hebben.” In Bergsma’s ogen is de kans vrij groot dat het toch op een grote sprint uitdraait. “In mijn ogen zijn er drie grote favorieten: Bart Swings, die heeft dit jaar de meeste races gewonnen, maar vooral ook Seung-hoon Lee en Joey Mantia, de regerend olympisch kampioen en wereldkampioen. Die hebben zich bewust onder de radar gehouden dit seizoen.”

Dienstbaar opstellen

Coopmans hoopte met zijn verrassende keuze voor Kramer angst in te boezemen bij de concurrentie. De vraag is of dat na dit olympische toernooi in Peking nog gebeurt. Bergsma zegt er geen moeite mee te hebben om zich dienstbaar op te stellen, mocht die situatie zich voordoen. “Als Sven in de kopgroep zit, houd ik de benen stil. En als ik bij mannen zit als Swings, zullen die in de counter moeten, en biedt dat misschien weer kansen voor mij. Natuurlijk wil ik de medaille het liefst zelf winnen, maar we hebben elkaar nodig in deze koers. Als Sven hem verdiend wint, hebben we het als land goed gedaan.”

Tussensprints belangrijk

Om in de finale te komen, moeten Sven Kramer en Jorrit Bergsma zaterdagochtend eerst een halve finale overleven. Er doen waarschijnlijk vijftien schaatsers mee aan beide heats, de beste acht per race gaan door. Dat zijn niet per se de eerste acht, want bij drie tussensprints onderweg zijn al 1, 3 en 5 punten te verdienen. Die zijn belangrijk, want alleen de eerste drie rijders krijgen punten bij de eindstreep. Zo plaatste Kramer zich vier jaar geleden in Zuid-Korea eenvoudig voor de finale door twee keer tweede te worden bij de tussensprints. In de finale gaan de medailles ‘gewoon’ naar de eerste drie schaatsers. De punten bij de tussensprints bepalen daarna de klasseringen 4 tot en met 16. Bij de vrouwen zijn Irene Schouten en Marijke Groenewoud, ploeggenoten bij Zaanlander, de Nederlandse troeven. Schouten is de wereldkampioene van 2019. Ze won vier jaar geleden in Pyeongchang brons. Groenewoud is de huidige wereldkampioene.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden