Plus Interview

Steven Kruijswijk gelooft nog steeds in een podiumplek in Parijs

Steven Kruijswijk gelooft nog steeds in een podiumplek in Parijs. Na tien succesvolle Tourdagen voor zijn ploeg Jumbo-Visma zullen in de bergen alle ogen op hem gericht zijn.

Jumbo-Visma strijdt op meerdere fronten en hoopt zich als team te blijven ontwikkelen. Beeld BELGA

Het was al negen dagen feest bij Jumbo-Visma en in de tiende rit, net voor de rustdag, sloeg ook nog zijn kamergenoot Wout van Aert toe. “Hij heeft me heel de nacht wakker gehouden. Hij heeft zijn eigen sprint keer op keer terug­gekeken met al het commentaar. Om drie uur heb ik gezegd: nou is het genoeg geweest,” grapt Steven Kruijswijk (32). “Nee, hoor, het viel wel mee. We hebben goed geslapen, maar we waren natuurlijk allebei opgetogen over de etappe.”

Over winnen gesproken. Er wordt wel gezegd dat jij de beste wielrenner met het kleinste palmares bent. Je won in 2011 een rit in de Ronde van Zwitserland, nu stond je na de ploegentijdrit in Brussel op het Tourpodium. Voelt dat ook als een persoonlijke zege?

“Jazeker. Ik ben deel van het team en heb ook mijn werk gedaan in die tijdrit. Het geeft veel voldoening als je met het team wint. Samen op het podium is wel iets groots. En we hielden ook het geel. Voor mij was het echt een memorabele dag.”

Hoe verklaar jij het huidige succes van het team? Want vier van de tien ritten winnen is best bizar.

“We blijven ons ontwikkelen als team. En het komt niet uit het niets. Vorig jaar wonnen we drie etappes en reden we een goed klassement. Dit voorjaar hebben we ook veel wedstrijden gewonnen. Dan moet je het alleen nog wel doen in de Tour. Maar alles valt hier de goede kant op voor ons.”

Bij Ineos denken ze dat jullie op te veel fronten succes najagen en jij daarvoor wellicht de prijs moet betalen. Hoe zie jij dat?

“Het is duidelijk dat zij echt gefocust zijn op één ding: het klassement met twee renners. Maar wij zijn geen team zoals zij. Zij hebben de titelverdediger en de ster van de toekomst. Het is ook niet aan ons. De druk ligt nog steeds bij hen. Ze kunnen de race controleren. Dat is hun manier van rijden en die brengt ze succes. Nu staan ze met Geraint Thomas en Egan Bernal tweede en derde in het klassement en ik denk dat ze hun verantwoordelijkheid al snel zullen nemen. Ik denk dat wij daar alleen maar van kunnen profiteren. We zijn hier met veel sterke renners. Niet alleen voor de bergen, maar ik heb genoeg hulp om mijn klassement te verdedigen. En ja, het klopt dat wij verschillende doelen najagen deze Tour. Maar ik kan niet zeggen dat het niet gelukt is.”

Hoe kijk je naar de drie renners die boven je staan?

“Julian Alaphilippe zegt dat hij niet voor het klassement gaat, maar ik moet het nog zien. Hij is erg sterk, heel actief. Het is de vraag of hij het drie weken volhoudt.”

“Bernal en Thomas zijn heel sterk, elke dag geconcentreerd en goed beschermd. Op La Planche des Belles Filles heeft Thomas laten zien dat hij klaar is om zijn titel te verdedigen. Hij zal de leider zijn bij Ineos. In de waaieretappe kon je zien dat Bernal kopbeurten deed en Thomas bleef zitten.”

Vooraf geloofde je in een podiumplek in deze Tour. Is dat geloof gegroeid?

“Die eerste tien dagen zijn belangrijk geweest, maar het echte werk moet nog beginnen. Dit zegt niks over wat komen gaat. Maar ik voel me tot nu toe heel goed en scherp. Op de momenten dat ik er moest zijn, was ik er. Dus vooralsnog ben ik dat geloof nog niet verloren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden