PlusInterview

Steven Kruijswijk en Robert Gesink: de oudjes van Jumbo hebben alles al gezien

Steven Kruijswijk (34) en Robert Gesink (35) zijn de oudgedienden van de Tourploeg van Jumbo-Visma. Ploeggenoten en goede vrienden ‘allebei met een sterke kop’. Door de jaren heen hebben ze de rollen van kopman en meesterknecht omgedraaid.

Robert Gesink (L) en Steven Kruijswijk (R). Beeld ANP
Robert Gesink (L) en Steven Kruijswijk (R).Beeld ANP

Het is een luxe die weinigen gegeven is: de Tour de France voorbereiden samen met één van je beste vrienden. “We hadden samen met de Kruijswijks hier aan de overkant van de weg een mooi huis gehuurd,” zegt Robert Gesink over de eerste week van het trainingskamp in het wintersportoord Tignes. En het was volle bak in het chalet, want ook de gezinnen waren mee. Steven Kruijswijk met zijn Sophie en de kinderen Perre en Feline, Gesink met zijn vrouw Daisy en Anne en Bram. Gesink: “Heel gezellig, de kids trekken ook goed met elkaar op. En op een gegeven moment zijn Steven en ik maar weer gaan fietsen.”

Eigenlijk plannen Gesink en Kruijswijk elk jaar wel een uitje met hun partners. Kruijswijk over hun vriendschap: “Robert was getuige op mijn huwelijk, dat zegt genoeg.’'

Gesink: “We hebben in Girona jaren naast elkaar gewoond. We zaten vaker bij elkaar op de koffie dan wie dan ook. En we hebben meer uren naast elkaar gefietst dan wie dan ook.”

Maar deze familievakantie voor de Tour de France was op initiatief van Jumbo-Visma. De trainingskampen met familie zijn de laatste jaren gemeengoed. Kruijswijk: “Wanneer de familie eenmaal weg is, merk je hoe fijn het is dat ze er waren. Voor de Dauphiné hadden we ook al een trainingskamp met de ploeg, dus dan wordt de periode zonder familie wel heel lang.”

Minutieus verkend

Wanneer renners zich goed voelen, kunnen die zich op de best mogelijke manier voorbereiden, zo is de gedachte bij de ploeg. Zoals Jumbo-Visma anno 2021 op zoveel mogelijk details let. Eten wordt tot op de gram nauwkeurig afgewogen, etappes worden minutieus verkend, materiaal is tot in de puntjes verzorgd en niemand stapt nog op een tijdritfiets zonder test in een windtunnel. Ondertussen worden de renners die de ploeg aantrekt alleen maar beter. De komst van tweevoudig wereldkampioen tijdrijden Rohan Dennis is het zoveelste bewijs dat Jumbo-Visma in trek is en tot de beste ploegen van de wereld behoort.

Kruijswijk en Gesink waren getuige van die groei, maar zijn de magere jaren niet vergeten. Ze zaten op de eerste rij toen het wielerbolwerk Rabobank implodeerde en daarna reden ze in de shirts van Blanco, Belkin en Lotto-Jumbo. In het tijdperk voor Primoz Roglic, Wout van Aert en Dylan Groenewegen vormde het duo de pijlers van de ploeg. Ze zijn het Nederlandse fundament waarop Jumbo-Visma is gebouwd.

Kort terug naar 2015. De ploeg is ternauwernood van de ondergang gered door Jumbo en de Nederlandse Loterij, maar speelt dat jaar amper een rol van betekenis. In de Tour de France staat Gesink echter op. In de tiende etappe, die door de Pyreneeën voert, trekt hij brutaal ten aanval en komt uiteindelijk als vierde boven op La Pierre Saint-Martin. Ploegmanager Merijn Zeeman staat huilend bij de finish. Ten eerste omdat Gesink veel heeft meegemaakt. Die is een jaar eerder geopereerd om af te komen van hartritmestoornissen waar hij al lang last van heeft. Daarna kon hij de Vuelta niet uitrijden vanwege complicaties bij de zwangerschap van zijn vrouw. Maar Zeeman is ook geëmotioneerd omdat het de ploeg eindelijk lukt om een hoofdrol op te eisen. In de grootste wedstrijd ter wereld nog wel. Twee weken later in Parijs is Gesink zesde.

“De moeilijke jaren van de ploeg waren misschien wel mijn betere jaren,” zegt Gesink nu over die periode. “Niet om mezelf op de borst te kloppen, maar die Tour van 2015 was één van de redenen dat Jumbo en destijds Lotto doorgingen. Die Tour was een mooie uitschieter. Daarna is de hele golf gekomen, is Steven doorgegroeid naar een hoger niveau en de ploeg in breedte sterker geworden. Ik heb ook de jaren meegemaakt dat het niet zo vanzelfsprekend was dat het goed ging. Dat moet je in je achterhoofd houden en beseffen als je ziet hoe mooi het nu allemaal loopt.”

Een jaar na die Tour van 2015 is het Kruijswijk die in de Giro de Jumbo-ploeg bij de hand neemt. Hij lijkt op weg naar de eindzege tot hij op de top van de Colle dell’Agnello een sneeuwmuur ramt. Een wielertrauma, maar ook een signaal voor de toekomst. Kruijswijk: “We waren in 2016 met de ploeg net een nieuwe weg ingeslagen en ik stond opeens aan de leiding in een grote ronde. En dat terwijl de ploeg nog niet op z’n top was. Toen kwam bij mij ook het besef: ik kan dit niveau aan en hopelijk kan ik dit vaker doen.”

De prestaties van Kruijswijk en Gesink blijken de opmaat naar de hemelbestorming van de Jumbo-ploeg. Zijn derde plek in de Tour van 2019 is veel meer dan alleen een hoogtepunt voor Kruijswijk zelf. “De ploeg is net zoals ik gegroeid. Mijn derde plek in de Tour was voor mezelf een droom die ik waarmaakte. Maar ook voor de ploeg een moment van ‘Kijk eens wat we in deze jaren samen hebben neergezet’. Dat doe je samen. Dat maakt het verhaal nog wel mooier.”

Anderhalve maand na de huldiging van Kruijswijk in Parijs wint Roglic de Vuelta a España. Vanaf dan is duidelijk dat de honger van de Nederlandse ploeg met nog maar één prijs gestild kan worden: de eindzege in de Ronde van Frankrijk Kruijswijk: “Wat Primoz de laatste jaren heeft laten zien, is echt ongelooflijk. Hij heeft zo veel wedstrijden gewonnen en heeft in korte tijd enorme stappen gezet. Binnen het peloton is hij één van de topfavorieten in elke wedstrijd waar hij start. Ook deze Tour.”

Gesink en Kruijswijk zijn bezig aan hun twaalfde jaar als ploeggenoten. Hun arbeidsethos, toewijding en ervaring worden geroemd door de ploegleiding en werken aanstekelijk naar jongere renners. Gesink: “Ik heb geleerd van de fouten die ik gemaakt heb en daar wil ik anderen voor behoeden. Als je niet verandert in het wielrennen, hou je het niet vol.”

Wegkapitein

Waar in de beginjaren Gesink de onbetwiste kopman was en Kruijswijk in dienst reed, zijn de rollen inmiddels omgedraaid. Kruijswijk: “Ik kwam bij de ploeg en Robert was al van jongs af aan de kopman. Hij moest de druk van heel de natie dragen. Dat heeft hem misschien niet altijd geholpen. Maar ook nu bewijst Robert zijn waarde als wegkapitein. Hij is het cement binnen de ploeg.”

Hun jaren bij Jumbo - zeven inmiddels - lezen als een ongekend succesverhaal, maar de oudgedienden van de ploeg weten dat ongeluk nooit ver weg is in het wielrennen. De lijst van pech en blessures van Gesink is in principe lang genoeg voor een eigen Wikipedia-pagina. “Het overkomen van tegenslagen hoort bij sport. Ook van tegenslag word je ervaren,” zegt Gesink. “Bij ons allebei zit er een sterke kop op en we weten waar we het voor doen. Daarom moet je elk moment dat het goed gaat des te meer koesteren. Uit je mooiste momenten haal je vertrouwen. Plezier zorgt ervoor dat je door kunt blijven gaan. Dat is wel eens minder geweest, door het móeten of frustratie over bijzaken, maar de laatste jaren heb ik vooral weer veel plezier.”

Kruijswijk hoopt in aankomende Tour de pech van de afgelopen jaren achter zich te laten. Het niveau van de Tour van 2019 heeft hij daarna niet meer gehaald door toedoen van valpartijen, blessures en een coronabesmetting in de Giro van vorig jaar. “Het ging niet van een leien dakje,” zegt Kruijswijk, die schaduwkopman is achter Roglic. “Maar slechter dan afgelopen jaar kan niet. Ik ben de laatste tijd toegegroeid naar de vorm die nodig is voor de Tour.”

Rol van betekenis

Mede door al hun tegenslagen staan Kruijswijk en Gesink pas voor de vierde keer samen aan de start bij de Tour. “We hebben elkaar regelmatig afgewisseld qua blessures en het missen van koersen omdat er eentje uit de planning viel,” zegt Kruijswijk. Met gevoel voor understatement: “Ik denk dat ik voor mezelf en zeker voor Robert kan spreken dat wij tegenslag redelijk goed kunnen overwinnen. We hebben onze kop nooit laten hangen en ons altijd teruggeknokt uit geslagen positie. Het zou mooi zijn om allebei weer een rol van betekenis te spelen en dan samen in Parijs aan te komen.”

Groots gevecht om het eerste geel

Mathieu van der Poel aast ­vandaag op de eerste gele trui. Om hem te pakken moet hij ­afrekenen met punchers, ­sprinters die tegen een stootje kunnen, klimmers én attente klassementsrenners.

Na de verkenning van de laatste 30 kilometer van de etappe Brest- Landerneau wist Mathieu van der Poel genoeg. Wie aanvalt van ver, graaft zijn eigen graf. Want de ­aanloop naar de slotklim Côte de la Fosse aux Loups zal met een noodvaart gaan. Het wordt dringen op de tweebaansweg D770 richting Landerneau. Na de twee passages over de rivier de L’Élorn is het 3 kilometer rechtdoor omhoog naar de streep. Met zo’n aankomst heeft elke ploeg wel een renner die serieus denkt aanspraak te kunnen maken op de ritzege en dus de eerste gele trui. Belangrijke voorwaarde is om de eerste 190 kilometer met vijf beklimmingen zonder kleerscheuren door te komen.

De eerste categorie kanshebbers zijn de klassiekerspecialisten, de punchers. Daartoe behoort Van der Poel zelf, maar ook wereldkampioen Julian Alaphilippe. Die gaat ervan uit dat hij zowel Van der Poel als Wout van Aert treft. Voor het gemak rekenen we ook Alejandro Valverde en Aleksej Loetsenko tot deze groep.

De pure sprinters komen er op de eerste dag niet aan te pas, maar renners als Michael Matthews, Sonny Colbrelli en Peter Sagan dromen evengoed van het geel.

Dan is er nog een derde groep: klimmers en klassementsrenners. Die willen achterstand voorkomen of – beter nog – alvast wat tijd pakken op de concurrenten. Deze lijst is misschien wel het langst, denk aan Tadej Pogacar, Primoz Roglic, ­Geraint Thomas, David Gaudu en Michael Woods.

Onderaan de Côte de la Fosse aux Loups wordt het dus dringen en het gevecht omhoog groots, want bovenop ligt maar één gele trui.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden