PlusExclusief

Steven Berghuis: ‘Ploeggenoten verbaasden zich erover dat ik al zo oud ben’

Het is april en in zijn eerste jaar Ajax is Steven Berghuis (30) waar hij wil zijn. ‘Dat je wakker wordt ’s morgens en weet: beslissende fase van het seizoen en ik speel om prijzen.’ Een interview over advies van Georginio Wijnaldum, een hete Johan Cruijff Arena en dollen in het gastenboek van WSV B1.

Johan Inan en Maarten Wijffels
Steven Berghuis schiet op het doel van Sparta. Beeld Pro Shots / Stanley Gontha
Steven Berghuis schiet op het doel van Sparta.Beeld Pro Shots / Stanley Gontha

Het is woensdagmiddag en op De Toekomst gaat het over de wonderpass van Luka Modric in de Champions League. Of Steven Berghuis de actie heeft gezien, is een overbodige vraag. “Het is het eerste dat op de club ter sprake kwam vanochtend,” zegt hij. “Daley Blind noemde het de beste assist in jaren in het voetbal. Na zijn eigen pass op Van Persie op het WK.”

Een schaterlach vult de ruimte. Zoals Berghuis vaker lacht en met kwinkslagen strooit tijdens een gesprek dat langs een keur aan thema’s voert. Maar Modric dus, ja, geweldige speler. “Vooral ook in het zien van hoe alles staat op het veld. De boel scannen, Messi doet dat van iedereen het meest. Laatst zag ik een compilatie op YouTube. Echt de hele tijd kijkt hij om zich heen! Nu ik zelf veel op het middenveld speel, ben ik het ook nóg meer gaan doen. Op de flank heb je altijd de zijlijn. Je weet dat dáár in elk geval niemand achter je loopt.”

Heb je Benfica ook gezien in deze Champions Leagueronde? Of was dat te pijnlijk?

Berghuis: “Nee, niet te pijnlijk. Ik vond het juist interessant hoe Liverpool het tegen hen zou doen. De heenwedstrijd leek een beetje op onze wedstrijd in Lissabon. In de eerste helft had Liverpool controle, net als wij. Maar na rust kwamen zij óók een paar keer in de counter van Benfica terecht. De 2-2 had zomaar kunnen vallen.”

Toen Liverpool daarna 1-3 maakte, zat hij zich wel even te verbijten voor de tv. “Hadden wij óók moeten doen. Dat had ons enorm geholpen. Achteraf hoor je: Ajax is gestraft voor zijn naïviteit. Maar dat is mij te makkelijk. Als je voor staat bij Benfica, moet je dan dingen heel anders gaan doen? Ik zag bij Liverpool Thiago, toch een van de meest balvaste middenvelders van Europa, ook een paar ballen verspelen die tot counters leidden. Zó simpel is het niet.”

Zonder Champions League wil Berghuis nu de dubbel winnen. Met de beker morgen als eerste prijs. Het is hoe hij het voor zich zag toen hij bij Ajax tekende. De uitdaging die hij zocht, omschrijft hij vandaag in één zin: “Dat je ’s morgens wakker wordt en denkt: het is april, beslissende fase van het seizoen, en ik speel om meerdere prijzen. Natuurlijk moeten we het nu nog wel afmaken. Ik heb met Ajax nog niks gewonnen.”

In je ontwikkeling is veel gebeurd dit jaar: het omgaan met een zeer beladen transfer, wennen bij een nieuwe club, van de flank naar de nummer 10-positie bij Ajax en Oranje. Is er nu meer gebeurd dan in vijf jaar hiervoor?

“Qua positie zeker. Dick Advocaat zette me in slotfases bij Feyenoord ook wel op 10. Maar nu speel ik er hele wedstrijden. En ook op 8 en 7. Het is anders. Daarin voel ik de groei. Ik haal er veel plezier uit en het is vooral ook een mentale ontwikkeling: elke keer voel je je bekeken. Je wordt continu gewogen. Bij een nieuwe club, tussen nieuwe medespelers. Maar ondertussen ben je voor tegenstanders níét nieuw. Als je in Nederland blijft spelen, kennen zij je al door en door.”

Steven Berghuis in actie tegen Sparta. Beeld Pro Shots / Stanley Gontha
Steven Berghuis in actie tegen Sparta.Beeld Pro Shots / Stanley Gontha

Is er één moment dat je als sleutelmoment ziet? Een specifieke wedstrijd? Een opmerking van Erik ten Hag?

“Hmm. Dan noem ik een gesprek met de trainer in het vliegtuig op weg naar Lissabon. Het was voor de start van de Champions League, uit bij Sporting. Ik had net één wedstrijd op 10 gespeeld. Twee assists gegeven tegen PEC Zwolle. In het vliegtuig riep de trainer me bij zich en zei dat ik zou gaan starten. Met beelden erbij namen we tijdens de vlucht mijn rol door. Niemand had me ooit al echt op 10 gezet, een positie met veel verantwoordelijkheid, en Ten Hag durfde het nu ‘gewoon’ aan bij de start van de Champions League. Die blijk van vertrouwen heb ik zeer gewaardeerd.”

Berghuis is 30 jaar. Maar ploeggenoten bij Ajax schatten hem in het begin op 25 of 26. “Ja, ze verbaasden zich dat ik al zo oud ben.” Het brengt het gesprek op zijn pad in het voetbal. Dat is heel anders geweest dan van veel spelers bij topclubs. Neem Ryan Gravenberch of Brian Brobbey, toptalenten die al heel jong bij Ajax binnenkwamen en werden gezien als jongens die het eerste móésten halen.

Steven Berghuis met zijn broertje Tristan.  Beeld Pro Shots / Jasper Ruhe
Steven Berghuis met zijn broertje Tristan.Beeld Pro Shots / Jasper Ruhe

Op zijn 15de speelde Berghuis nog bij de amateurs in Apeldoorn. “Mijn jeugd was voetballen en na afloop een patatje en snoep in de kantine.” Na school fietste hij langs vriendjes om samen naar de training te gaan. “Bleven we daar een uur onder de douche staan lachen. We hadden een website bij WSV, met een gastenboek. Moesten we in de B1 trainen, maar een vriendje en ik wilden zaalvoetbal kijken bij onze broers, want dan mochten we meerijden helemaal naar Beverwijk. En ’s nachts pas om één uur thuis. Schreven we in het gastenboek: ‘Hallo jongens, wij kunnen vandaag niet trainen. We zien elkaar zaterdag bij de wedstrijd.’ Zulke dingen, dat kan niet bij Ajax op die leeftijd.”

“Ik heb écht kind kunnen zijn. Dat is me veel waard en heeft me veel gebracht. Bij ons thuis was het ook een zoete inval, iedereen was altijd welkom. Ik was overal te vinden en ben in verschillende culturen opgegroeid. Ook veel Turkse en Marokkaanse vriendjes bleven eten en slapen en ik bij hen.”

Toch denkt Berghuis dat hij net zoveel voetbaluren in de benen heeft als jongens die wél vroeg bij een profclub speelden. “Misschien zelfs wel meer. Ik speelde zelf ook in de zaal. Heb meegedaan in de play-offs voor promotie naar de eredivisie. In Sporthallen Zuid in Amsterdam had je selectiewedstrijden voor KNVB-teams. Ik zou iedere jonge speler zaalvoetbal aanraden. Andere ondergrond, andere manieren van een bal controleren. En ik voetbalde veel buiten, op straat.”

Zijn jongere broertje deed dat niet. “Tristan was het grootste talent in de opleiding bij Vitesse, samen met Issa Kallon. Tristan was aanvoerder, sloeg lichtingen over. Als tweedejaars B haalde PSV hem. Hij is nu op zijn 26ste trainer in de staf bij Go Ahead en leert ontzettend veel bij Kees van Wonderen.”

Is de andere kant dat jij er wel lang over hebt gedaan om een constante speler te worden bij de profs? Je fladderde lange tijd alle kanten op.

“Ja, dat is zeker zo. Ik was anders misschien nog verder geweest dan nu. Bij FC Twente en bij VVV zag je soms een glimp van wat het kón worden, maar het was bij lange na niet constant. Dat lukte me pas voor het eerst bij AZ, op mijn 22ste.”

Wat ook meespeelde: Berghuis is geboren in december. Altijd de jongste. “Het verschil in kracht en snelheid voelde ik wel. Nog steeds zijn de meeste internationals vroeg in het jaar geboren, hè. Dat is het geboortemaandeffect.”

De bekerfinale wordt morgen alweer de derde in zijn carrière. De eerste twee won hij, met AZ en Feyenoord. Met AZ speelde hij in 2013 ook de finale tegen PSV. “Het was het laatste jaar van Mark van Bommel als speler. Bij ons blonk Adam Maher uit en zelf viel ik in.”

Je noemt Van Bommel. Hij wilde je als trainer naar PSV halen. Is dat later onder Roger Schmidt ook nog geprobeerd?

“Onder Van Bommel was het een serieuze optie. Ook voor mezelf. Ik was toen jonger, 27. PSV speelde Champions League. Ik dacht zelfs dat ik via PSV misschien nog een vervolgstap kon maken. Afgelopen zomer wilde Roger Schmidt ook praten. En John de Jong (technisch directeur, red.) liet merken dat hij me wilde hebben. Maar ik besloot dat ik naar Ajax wilde, mede omdat Ajax nu verzekerd was van groepsfase Champions League. Met PSV is het niet meer tot een gesprek gekomen.”

Voor de Champions League was je dus bereid een hoop gedoe op je hals te halen. Is terug naar de Kuip morgen eigenlijk nog een dingetje?

“Nee, het gaat mij puur om de finale. Nummer 1 tegen nummer 2 in de Kuip, kan het affiche mooier? Wat de Champions League betreft: ik zocht het heel erg om mezelf met de besten te meten. Ik ben een jongen met ambitie uit Apeldoorn, hè. Ik bedoel: we komen niet allemaal uit Rotterdam, Amsterdam of Eindhoven. Als je in je geboortestad speelt, bij een grote club waar je al van jongs af aan zit, dan snap ik heel goed dat je een andere afweging maakt. Spelers zoals pak ’m beet Justin Bijlow bij Feyenoord of Cody Gakpo bij PSV.”

“Ik heb het er ook met Georginio Wijnaldum over gehad tijdens het EK. Hij zei: ‘Als ze een ander voor jou kunnen halen, doen clubs het óók.’ Zo werkt het gewoon. Een carrière is kort. Keuzes zijn cruciaal. Ik vind dat je daar ook zakelijk naar mag kijken. Als supporter kun je twintig jaar op de tribune zitten bij een club voor er Champions League voorbijkomt. Die tijd heeft een speler niet.”

Zie je jezelf straks trainer worden, zoals je broer?

“Nee. Of ja, nou, misschien met mijn broertje samen in een staf, als-ie het flikt om hoofdtrainer te worden. We wilden altijd samen voetballen, dat is niet gelukt.”

Analyseert Tristan ook jouw spel?

“Ja, hij kijkt kritisch mee. Wat hij heel belangrijk vindt, is dat spelers blíjven doorgaan, ook als het tegenzit. Tegen Feyenoord laatst maakte ik een fout, waardoor we 1-2 achter kwamen. Dan kom je direct in een heel andere wedstrijd terecht. Als team. En ook zelf, mentaal. Je moet je rug rechten, terugvechten. Zo ligt er in topvoetbal altijd wel iets op de loer, ook al ben je 30 jaar en heb je al honderden wedstrijden gespeeld.”

“Mijn fout bij die 1-2 was in de week van de uitschakeling tegen Benfica. Dan weet je: het wordt heet in de Arena. Je móét nu. Geen excuus. En dat is ook meteen het mooie. Daar leef je voor, voor die druk. Met mijn broer heb ik het daar dan over. En met onze pa (oud-prof Frank Berghuis, red.) sparren we zo ook telefonisch tijdens topwedstrijden op tv. Bellen we elkaar op in de rust.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden