Sjinkie Knegt is te nuchter voor diepzinnige gesprekken. Hij maakt liever grappen.

Plus Interview

Sjinkie Knegt: ‘Ik leer mijn lichaam wel beter kennen’

Sjinkie Knegt is te nuchter voor diepzinnige gesprekken. Hij maakt liever grappen. Beeld Marcus Koppen/Lumen

Voor shorttracker Sjinkie Knegt begon 2019 met een ernstig ongeluk. Maar hij wil terug naar de top, want hij heeft het gemist: ‘Opstaan en naar de ijsbaan. Topsporten. Met je collega’s zijn. Lol hebben.’

Eind november stond Sjinkie Knegt toch nog met een prijs in zijn handen. Het ging om de allereerste Sport Noord Award. De prijs was bedoeld voor de sporter die dit jaar de meest onuitwisbare indruk had gemaakt. Knegt moet erom lachen. “Een prijs winnen zonder dat ik ervoor heb geschaatst. Dat was nieuw voor mij. Mooi.”

Knegt (30) moet toegeven dat er met hem wel het een en ander aan de hand was. Hij was ook zonder te schaatsen een van de Nederlandse sporters die vaak in het nieuws kwamen. “Er is wel iets met mij gebeurd, ja.”

Het was een gewone donderdagochtend, 10 januari. Knegt zat in een herstelfase nadat hij eerder bekneld was geraakt tussen een schuurdeur en een heftruck en een zware spierblessure had opgelopen. Hij was vroeg wakker en ging alvast naar beneden om in de woonkamer de houtkachel aan te steken. De kinderen en vriendin Fenna lagen nog te slapen.

Een smeulend stukje hout valt uit de kachel en belandt op een fles thinner, een zeer brandbare vloeistof. De fles explodeert.

Knegt kan de vuurbal niet ontwijken. Razendsnel komt het vuur op zijn kleren: een boxer­short en een trui. Met zijn handen slaat hij de vlammen uit. Zijn volle baard verschroeit – een geluk, want daardoor blijven brandwonden in zijn gezicht hem bespaard. In de chaos belt zijn wakker geworden vriendin het noodnummer 112, Knegt wordt onder de douche gezet.

Daarna gaat het snel. Ingepakt in aluminiumfolie ligt Knegt in een ambulance, die met alle lichten aan over de linkerrijbaan snelt. Knegt, liefhebber van snelheid, is binnen 45 minuten in het brandwondencentrum in Groningen. Hij moet er zeven weken blijven.

Grote sukkel

Bijna een jaar later heeft Knegt zijn verhaal over wat er gebeurde ‘redelijk gestandaardiseerd’, grinnikt hij na een training in Heerenveen. Voor hemzelf is het verhaal een van de vele gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Voor anderen is het een verhaal van een topsporter die fysiek ver terugviel en nu keihard moet werken om terug te komen. En dus wordt hij veel gevraagd voor interviews. “Dat is soms wel apart.”

Het enige dat is veranderd, zijn de littekens op zijn lijf. Bij zijn oren is littekenweefsel te zien. Op zijn benen zit meer, maar dat blijft verborgen. Eerst onder een compressiebroek met vaseline (hij had er ‘zeker acht’, want die broeken werden snel smerig), wat de druk op zijn benen gelijk hield. Inmiddels onder compressiekousen. Het leven neemt weer normale vormen aan.

Ook voor de kinderen is de situatie genormaliseerd. Dochter Myrthe maakt er grapjes over. Bijvoorbeeld die keer dat Knegt niet thuis was en zijn vriendin de kachel aanstak. Het was maar goed dat papa er niet was, vond ze. Of die keer in de zomer dat haar in het kinderdagverblijf werd gevraagd of ze ingesmeerd wilde worden met zonnebrandcrème. “Nee joh, als je verbrandt, ga je even naar het ziekenhuis en dan komt het snel goed met je.”

Knegt kan er hard om lachen. Het is deze manier van praten waar hij zich prettig bij voelt. Diepzinnige gesprekken hoeven niet van hem. Hij is er te nuchter voor, te snel afgeleid ook. Laat hem maar grappen maken, zichzelf profileren als de grootste sukkel ter wereld. “Ik houd alles luchtig. Dat is wel de manier om het niet te ernstig te laten zijn. Ik had in een zware depressie terecht kunnen komen, zeker.”

‘Plastic dakgoot’

Toch was het een heel zware blessure, eentje die veel topsporters waarschijnlijk zou doen stoppen. Knegts huid was voor bijna 30 procent verbrand. Hij moest een forse huidtransplantatie ondergaan. Huid van de bovenbenen ging naar de voeten en schenen. Knegt kreeg tijdens de operatie van drieënhalf uur vijf zakken bloed toegediend, zo’n twee liter. Daarna mocht hij een week lang niet bewegen. Dat kon ook niet, want er zat een ‘plastic dakgoot’ om zijn been.

Er schoten wel gedachten door zijn hoofd. Het had allemaal nog veel erger kunnen zijn. “Maar ik denk dat m’n vriendin er meer mee zat dan ik. ‘Bij jou kan het ook nooit eens normaal,’ zei ze meerdere keren.”

Echt emotioneel was hij wel bij een interview met de NOS. Er rolden tranen over zijn wangen toen hij zag hoe zijn teamgenoten hem tijdens hun Europees kampioenschap in Dordrecht steunden – Suzanne Schulting droeg haar titel aan hem op. Knegt was er niet fysiek, maar de hashtag #voorsjinkie werd groot op sociale media. “Natuurlijk ben ik ook al eerder emotioneel geweest, maar toen waren er geen camera’s bij. Dit was wel een bijzonder geval. Normaal vind ik dat je emoties niet altijd moet tonen.”

Eén keer werd hij boos. Dat was toen de artsen vroegen hoe lang hij nog wilde schaatsen. Wat is dat nou voor vraag, vroeg hij retorisch. Zo lang mogelijk, natuurlijk. Uiteindelijk bleek dat de artsen die vraag stelden opdat ze bij de behandeling rekening konden houden met zijn sportleven. “Ze hadden juist het beste met me voor. Het viel alleen even verkeerd.”

Wat Knegt vooral meemaakte, was dat hij besefte nog lang niet klaar te zijn met shorttrack. Het samenzijn met mensen met wie hij al jaren samen schaatst, miste hij enorm. “De manier van leven. Opstaan en naar de ijsbaan. Topsporten. Met je collega’s zijn. Lol hebben. Dat is in topsport wel kenmerkend voor een team.”

Om zijn carrière de beste kans te geven, werd op zijn enkels de huid een-op-een getransplanteerd, terwijl op de rest van zijn benen de ‘nieuwe’ huid werd opgerekt tot een verhouding van één op zes. Zo werd de huid op de enkels dikker en sterker en zou hij er minder last van krijgen als hij weer ging schaatsen. Maar aan schaatsen kon hij de eerste weken alleen maar denken. Lopen ging moeilijk, in het ziekenhuis bewoog hij zich schuifelend, op krukken.

Een stierlijk saai leven

Eenmaal thuis moest hij zichzelf inzwachtelen. Dat had de thuishulp ook kunnen doen, maar Knegt is koppig en doet liever alles zelf. Die voorzorgsmaatregel vergde 45 minuten per keer. Veel te lang voor iemand die meestal na een paar minuten zijn concentratie verliest. Maar deze keer moest het. En het was een vorm van vertier in een verder ‘stierlijk saai leven’. Van bijna iedereen die op bezoek kwam, kreeg Knegt een doos Lego. Veel te veel. Hij deed al vier weken over een vrachtwagen met een kraan erop.

De eerste keer dat hij weer op schaatsen stond, in juni, kon hij niet veel meer dan twee rondjes aan. Daarna was hij uitgeput, ook al had hij daarvoor toch ‘redelijk wat gefietst’. “Er gaat nog veel energie naar de huid. Het was ook zo dat de wonden vanuit de randen moesten helen. Dat kost onwijs veel tijd en het vergt superveel. De eerste periode heb ik ook veel meer geslapen dan normaal.”

Er zijn nauwelijks topsporters die zo zwaar verbrand zijn en terugkomen op niveau. Voor iedereen in de begeleidingsstaf was het ook onduidelijk wat er gedaan moest worden om Knegt fit te krijgen. Er was geen protocol, ze konden het aan niemand vragen. Wat te doen met voeding, bijvoorbeeld? Dat was aftasten voor de voedingsdeskundige. Bondscoach Jeroen Otter kon geen schema voor hem schrijven. Daarom schaatste en trainde Knegt de afgelopen maanden op gevoel. Speciaal voor hem werd een compressieschaatspak gemaakt, zodat hij op de ijzers geen drukverlies zou ervaren.

‘Heftruckspier’

Gelukkig, zegt hij, is er alle ruimte om weer op niveau te komen. Hij hoeft niet snel te presteren, kan zijn eigen weg zoeken. Het lichaam heeft zeker nog een half jaar nodig om volledig te herstellen, verwacht hij. Aan de kleur is zichtbaar wat er gebeurt. “Als ik veel train, is mijn been roder. Doe ik rustig, dan trekt het weg.”

Inmiddels is het topsportleven weer binnen handbereik. De baard is terug en op het oog voller dan ooit, de ‘heftruckspier’ is bijna hersteld. Hij kan alweer hard rondjes rijden, kopwerk doen voor ploeggenoten en één keer per training echt versnellen. Wil hij meedoen in de top, dan moet dat naar twee of drie keer gaan. “Conditioneel is het nog lastig. Ik leer mijn lichaam wel beter kennen. Jeroen Otter zegt dat ik nu eindelijk eens meemaak wat anderen na élke training voelen.”

In februari wil Knegt weer wedstrijden rijden. Het liefst in Dordrecht, bij de wereldbeker­wedstrijd op Valentijnsdag. Belangrijk daaraan is dat hij vanaf dat moment weer écht onderdeel is van de shorttrackploeg. “Ik ben nu ook wel lid, maar bij wedstrijden geen volwaardig ploeggenoot. Het is toch anders.”

Tot die tijd is het vooral werken aan conditie. Veel fietsen, veel schaatsen. De krachttraining is weer op hetzelfde niveau als vorig jaar.

En wat is er gebeurd met die legodozen? Knegt kreeg ook een heftruck om in elkaar te zetten. Die heeft hij tot nu toe niet uitgepakt. “Daar begin ik maar niet aan. Die doos staat nu in de kamer van mijn zoon, zo hoog dat hij er niet bij kan.”

Samen met zijn manager heeft hij wel nagedacht over hoe hij met zijn verhaal ook iets positiefs kan vertellen. “Misschien dat we er iets mee doen. De gedachte is wel dat mijn verhaal een mooi beeld kan zijn, ter inspiratie van anderen. Maar dat is iets voor de toekomst. Eerst wil ik gewoon weer hard schaatsen en daarmee prijzen winnen.”

Sjinkie Knegt

Shorttracker Sjinkie Knegt werd geboren op 5 juli 1989 in Bantega en is vernoemd naar zijn jong overleden oom Ching Ting. Als elfjarige werd hij ontdekt als shorttrack­talent. Hij debuteerde in 2010 op de Olympische Spelen en was de eerste Nederlander die in zijn sport een olympische medaille haalde: brons in 2014, vier jaar later gevolgd door zilver. Op verschillende onderdelen werd hij alles bij elkaar vier keer wereld­kampioen en drie keer Europees kampioen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden