Plus

Simon Tahamata over treinkapers De Punt: 'Voor mij zijn het helden'

Simon Tahamata (62) was profvoetballer, anders had hij misschien meegedaan aan de treinkaping bij De Punt. Hij werd pleitbezorger voor de Molukse zaak. Een hoofdstuk uit zijn biografie, door AD-redacteur Tonny van der Mee.

Simon Tahamata heeft eerbied voor de treinkapers: 'Zij hebben hun toekomst weggegooid voor ons vrijheidsideaal.' Beeld Raphael Drent

De veerboot met aan boord de selectie van Jong Oranje heeft net de haven van Le Brusc verlaten voor weer een overtocht naar l'Île des Embiez, een eilandje voor de Zuid-Franse kust bij Toulon.

Tijdens de trip, die amper een kwartier duurt, stroomt Simon Tahamata's hart vol woede, pijn en verdriet.

Hij heeft dan net van Jan Peters (speler van NEC) gehoord dat militairen met grof geweld een eind hebben gemaakt aan de bijna drie weken durende treinkaping bij De Punt.

Zes van de negen Molukse kapers zijn gedood. Peters kwam iets later naar Frankrijk. De selectie van Jong Oranje verbleef het hele toernooi op het eiland. "Tijdens de overtocht vertelde hij wat er was gebeurd. Ik was kapot."

Het is juni 1977. Simon is met Jong Oranje in Zuid-Frankrijk voor een prestigieus voetbaltoernooi. Zijn selectie is de bekroning op een succesvol jaar, waarin hij zijn debuut heeft gemaakt in Ajax-1.

Zes dagen nadat de voetbalbond KNVB hem heeft uitgenodigd voor Jong Oranje, stappen maandagochtend 23 mei 1977 negen Molukkers in Assen in de intercity naar Groningen. Sommigen hebben een wapen.

Bij het gehucht De Punt trekken ze aan de noodrem en kapen de trein. Tegelijkertijd gijzelen andere Molukkers 105 leerlingen en vijf leerkrachten op een basisschool in Bovensmilde.

De acties zijn een gevolg van jarenlange frustraties onder Molukse jongeren. Ze zien hun ouders wegkwijnen en voelen zich besodemieterd, genegeerd en in de steek gelaten door de Nederlandse overheid, met loze beloftes over de terugkeer naar een vrije Molukse republiek

Polygoonjournaal
Ondertussen bereidt Simon zich met Jong Oranje voor op het toernooi in Toulon. Tijdens zijn eerste nacht in Hotel des Embiez, zaterdag 11 juni, breekt bij De Punt de hel los.

Zes F104-Starfighters scheren laag over de trein, die door precisieschutters met duizenden kogels doorzeefd wordt. Mariniers bestormen de trein. Minutenlang klinken schoten en gegil.

Als de rookwolken zijn opgetrokken, liggen er acht doden: twee passagiers en zes kapers. De schoolgijzeling wordt zonder bloedvergieten beëindigd.

CV

De vleugelaanvaller Simon ­Melkianus Tahamata (Vught, 26 mei 1956) speelde van 1976 tot 1980 voor Ajax. Daarna voetbalde hij bij ­achtereenvolgens Standard Luik, Feyenoord, Beerschot
en Germinal Ekeren.

Daarnaast kwam de voetballer van Zuid-Molukse afkomst 22 keer uit voor het Nederlands elftal, waarvoor hij twee doelpunten maakte.

Hij stopte met voetbal in 1996. Tahamata nam in 1990 de Belgische nationaliteit aan.

Hij werkt momenteel als techniektrainer bij de Ajaxjeugd.

"Later zag ik de beelden op het Polygoonjournaal. Die deden veel pijn. Ik kon het niet opbrengen te spelen, wilde diezelfde dag naar huis. Toch ben ik gebleven."

De treinkaping overschaduwt de euforie rond zijn doorbraak in Ajax-1. In interviews toont hij begrip voor de treinkapers. Zo wordt hij tegen wil en dank pleitbezorger van de Molukse zaak.

"Vóór de treinkaping liep ik nooit te koop met mijn afkomst. Nu moest ik kleur bekennen. Ik had een van die jongens in de trein kunnen zijn. Ik probeerde uit te leggen waarom het zo gekomen is."

"Overal in de wereld strijden mensen voor een ideaal. En overal waar een volk strijdt voor zijn rechten, vallen slachtoffers. Dat zijn soms onschuldige mensen, zoals in de trein. Zij waren op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Dat klinkt hard en ik vind het triest voor de nabestaanden."

Dat Molukse vrijheidsideaal krijgt hij met de paplepel ingegoten. Zijn ouders weigeren het Nederlanderschap, omdat ze vasthouden aan een terugkeer naar een Molukse staat.

Voor internationale wedstrijden reist Simon stad en land af om op consulaten een visum te regelen.

In 1976 doen zijn ouders een grote concessie. Ze worden officieel Nederlander. Daarmee schuiven ze hun principes opzij, ten faveure van zijn carrière.

"Vroeger waren we stateloos. Ik had een roze vreemdelingpaspoort. Dat gaf bij Ajax problemen met buitenlandse reizen. Mijn ouders hebben de Nederlandse nationaliteit aangenomen, zodat het reizen voor mij gemakkelijker werd. Zij waren zelf in die jaren nooit buiten Nederland geweest."

Simon weigert de droom van een RMS los te laten. "We moeten de hoop levend houden. Anders zijn alle offers van onze vaders in het KNIL en van de actievoerders voor niets geweest."

Lelijke opmerkingen
Binnen de lijnen laat Simon zijn voeten spreken, als weerwoord op de negatieve beeldvorming rond Molukkers. Af en toe roepen tegenstanders lelijke dingen om hem uit zijn spel te halen.

Aad Kila van FC Den Haag bijt hem toe: 'Hé joh, ga terug naar het land waar je thuishoort.'

"Een ander zei: 'Ze moesten jullie op een bootje zetten en laten afdrijven naar de Noordzee.' Kwaad werd ik niet. Ik was wel geprikkeld om ze dol te spelen."

Simon Tahamata tijdens Vitesse-Ajax in mei 1979 Beeld ANP

De enige die zo'n opmerking zuur moet bekopen, is AZ'67-speler Hugo Hovenkamp. Die scheldt hem tijdens de KNVB-bekerfinale op 5 mei 1978 een paar keer uit voor 'treinkaper'. Simon geeft Hovenkamp een tik op de linkerknie, die net hersteld was.

"Hovenkamp moest fit worden om mee te kunnen naar Argentinië. Hij haalde me het bloed onder de nagels vandaan. Ik zei een paar keer: 'Stop daarmee, anders ga je niet naar Argentinië.' Hij bleef jennen."

"Op een gegeven moment zette ik een tackle in. Ik was iets te laat en raakte hem op de slechte knie. Dat kan gebeuren toch? Hij speelde wel door, maar vanwege die knie ging hij niet naar het WK."

Gevangeniselftal
Simon wordt gesterkt door de steun van zijn 'voetbalvader' en hulptrainer Bobby Haarms en de keiharde Amsterdamse voetbalhumor. "Trainer Tomislav Ivic liet ons wel eens overdag tussen de trainingen door in De Meer slapen."

"Als de ramen geblindeerd moesten worden met oude kranten, riepen andere spelers: 'Wij weten wel iemand die dat goed kan. Hé Siem, plak jij even de ramen af. Daar heb je toch ervaring mee?' Ik lachte mee. Dat hoort erbij."

Na De Punt voelt Simon zich geroepen 'de jongens' moreel te ondersteunen. Hij bezoekt ze in de gevangenis in het Drentse Veenhuizen. Rond de kerst trekt hij naar het hoge noorden om te voetballen tegen gedetineerden.

Onder an­deren Maarten Spanjer, Willem van Hanegem en Bobby Haarms sluiten aan.

Het gevangeniselftal is bloedfanatiek. Simon ziet hoe de kop van Spanjer er bijna af geschopt wordt bij een vliegende tackle van een overenthousiaste delinquent, en hoe Van Hanegem een Amsterdamse drugsdealer tussen de sporten van een houten wandrek beukt.

"We zijn daar drie of vier keer geweest. Bobby nam Ajaxtenues mee voor de gedetineerden. Bij binnenkomst moesten we onze spullen achterlaten, maar Maarten Spanjer slaagde er een keer in alcohol mee te smokkelen."

Grafmonument
Na afloop van een van zijn bezoeken toont een treinkaper van De Punt zijn dankbaarheid. "We hadden samen gegeten, gedronken en gezongen.

Toen we naar huis gingen, kreeg ik van Rudi Lumalessil zijn gitaar. Die heeft grote emotionele waarde. Ik heb 'm nog steeds en speel er geregeld op."

"Het was dankbaar dat ik dit heb kunnen doen. Voor mij zijn de actievoerders helden. Ze hebben hun levens gegeven en hun toekomst weggegooid voor ons vrijheidsideaal. Dat is een groot offer."

Elk jaar gaat hij op 11 juni naar de herdenking op de begraafplaats in Assen, waar de zes omgekomen kapers onder één grafmonument begraven liggen.

"Door als bekende voetballer het Molukse verhaal te blijven vertellen, kan ik een bijdrage leveren aan de strijd en mijn volk helpen."

"Voor een doorsnee Nederlander is het moeilijk te begrijpen wat onze jongens hebben ­gedaan. Ze hebben nooit meegekregen hoe schandalig onze ouders behandeld zijn en hoe de politiek ons aan het lijntje heeft gehouden. Dat is een kwalijke zaak."

"Ons verhaal is anders dan dat van Turkse of Marokkaanse gastarbeiders, die vrijwillig kwamen om te werken. Wij zijn altijd loyaal geweest aan Nederland, hebben voor de driekleur gevochten en levens opgeofferd. Dat is wezenlijk anders."

Simon Tahamata - De kleine dribbelaar, Tonny van der Mee, Edicola Publishing. Verschijnt donderdag Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden