Plus

Schaatskampioen Ard Schenk laat ouderen bewegen

Ga vaker op één been staan, adviseert Ard Schenk senioren tijdens lezingen. De 75-jarige schaatsheld heeft de lichamelijke opvoeding van de mens tot zijn boodschap gemaakt. 'Met een zwak lijf kun je minder goed tegen stress en lukt dat carrière maken niet.'

Ard Schenk Beeld Jan-Dirk van den Burg

De schaatsheld van weleer ziet er met zijn bijna 75 jaar knap gezond uit. Het ranke lijf oogt onverminderd atletisch, de blonde kop nog lang niet bejaard en de blik in zijn blauwe ogen is alert. Ard Schenk ziet eruit alsof hij zo weer kan gaan topsporten. Hij meldt zich in wielrenkledij in een uitspanning in zijn Noord-Hollandse woonplaats Bergen. Het lunchende publiek kijkt ervan op. Bewondering valt hem nog altijd ten deel.

Ja, hij gaat zo een stukje fietsen. De drenzende regen ten spijt. "Even lekker ontspannen in het bos. Tussen de bomen merk je nauwelijks dat het regent. Ik kan niet te lang binnen zitten, dan word ik sikkeneurig. Ik ben een beetje bewegingsverslaafd. Maar ach, je kan er erger aan toe zijn." Hij zegt het met een stralende lach.

Ard Schenk is een sporticoon met een missie. Hij verkondigt het evangelie van het fitte brein en dito lichaam, hij is een missionaris die de vijftigplusser duidelijk maakt hoe die fluitend nog veel ouder kan worden. Hij zegt het niet, maar straalt het wel uit: kijk naar mij, ik word in september 75. Schenks geheim? "Bewegen, een beetje letten op wat je in je mond stopt en niet te veel alcohol."

Schenk is een bekeerling, geïnspireerd en aangestuurd door zijn partner Carolien van der Heijden. "Zij is enorm gedisciplineerd als het om gezond eten gaat. Je staat er van te kijken hoeveel energie Carolien alleen al stopt in het kopen van verantwoorde voeding, van verse spullen. Ik ben van nature nogal laks, maar wanneer ik weer eens geneigd ben om te zeggen: 'Het is wel even goed zo,' klinkt het bij ons thuis: 'Nee, nee, niks ervan'."

De partner als therapeut?
"Nou, Carolien neemt mijn gemakzucht niet voor lief. En zij moedigt mij aan keuzes te ­maken."

Zoals?
"Niet elk verzetje pakken. Een keertje niet naar dat gezellige verjaardagsfeestje van Neel gaan. Maar haar te appen: 'Lieve Neel, het is effe hartstikke druk hier, gefeliciteerd met je verjaardag en een plezierige dag nog.' Heb je ineens zes uur over."

Een feestje overslaan, deed Schenk vroeger nooit. Hij was altijd van de partij, ook toen hij nog de dienst uitmaakte in de schaatswereld. Hij was gezegend met zoveel kracht, souplesse en aanleg dat hij er zelfs met een houten kop, na een nachtje doorhalen, een wereldrecord op de tien kilometer uit perste. En zijn machtige lichaam stelde hem ook na het schaatsen nog tot verbazingwekkend presteren aan de bar in staat.

Kunt u lachen om die branie van toen?
"Natuurlijk wel, het wás ook allemaal geweldig leuk. Op je veertigste, 45ste, kun je de hele wereld nog aan. 'Slapen doen we wel als we oud zijn,' zeiden we. Ik wist donders goed dat mijn leefstijl niet de juiste was, maar het lichaam herstelt zó makkelijk als je jong bent. Dat wordt anders op je zestigste, maar in veel gevallen zijn mensen dan allang aan dat ongedisciplineerde leventje verslaafd geraakt."

Schenk was 54 toen hij werd getroffen door een licht hersenstaminfarct, waarvan hij volledig herstelde, maar die hem wel dwong het over een andere boeg te gooien.

Bent u gered door de gong?
"Ja, eigenlijk wel. Het was een knal voor mijn eigenwijze kop. Als jij je lichaam tart, dan is vermoeidheid de eerste waarschuwing. Negeer je die, dan krijg je pijn en daarna komt de klap."

En is het uit met de pret.
"Dat is niet gezegd, alleen moet je niet voortdurend meer pret willen maken. En er hoeft ook niet altijd alcohol aan te pas te komen." Met andere oud-schaatsers als Peter Nottet, Jan Bazen en Jos Valentijn is Schenk verenigd in een vriendengroep die zich Anabolen S. noemt, opgericht in de jaren tachtig, toen schaatsers uit de Sovjet-Unie ineens verdacht snel kwamen opzetten. Met de S van Schenk, in plaats van de s van steroïden, verwierf het Anabolenschaatsgezelschap zich een geduchte reputatie als feestclub.

Bestaan jullie nog?
"Nou en of, we zijn laatst nog met elkaar op skivakantie geweest. En als al die sterke verhalen dan weer bovenkomen, is het dikke lol. Maar de meesten zijn wel van koers veranderd. De binding is niet het drinken, maar bewegen. En we hebben een groep die ook nog kán bewegen. We fietsen, we skiën en het gezellig met elkaar aan tafel zitten, is secundair geworden."

Het is ook erg in hè, ouderen die in groepjes sporten. Bij een beetje weer zwermen de fietsclubjes massaal uit.
"Mooi toch? Alleen moeten veel van die veteranenfietsers er zo nodig een afvalrace van maken. Dan komen ze opgewonden thuis omdat ze met een gemiddelde van wel 32 kilometer in het uur hebben gereden. 'En jij?' vragen ze als ze zien dat jij ook hebt gefietst. 'Hoeveel in 't uur?' 'Ik heb geen idee,' zeg ik dan. 'Hoezo, heb je niet op je teller gekeken dan?' 'Nee, ik heb niet eens een teller, ik hou alleen de tijd in de gaten en voor de rest luister ik naar mijn lichaam'."

Wat vertelt dat lichaam dan?
"Wanneer ik ermee op moet houden. Er zijn ­dagen dat het al na een half uur zover is. Je moet het dan niet forceren. Je moet niet hebben dat je bij thuiskomst op bed moet gaan liggen, want dan ben je te ver gegaan."

Jezelf pushen, uitdagen, door barrières gaan, dat hoort toch bij sporten?
"Ja, maar moet dat dan ook nog zo nodig als je over de zeventig bent? Je hebt tegenwoordig van die masterstoernooien voor bejaarden. Dan ben je een wielrenner, tennisser of schaatser en dan mag je jezelf wereldkampioen bij de masters zeventigplus noemen. Prima hoor, ga je gang, maar ik vind dat net zo'n rare afwijking als iemand die zegt dat hij zijn beweging voor de dag wel weer heeft gehad als hij zijn brievenbus is wezen legen. Of z'n hondje tien minuten heeft uitgelaten."

Wat is het volgens u dat de bewegende bejaarde zo fanatiek kan maken?
"Vaak frustratie. Toen ze 25 waren, toen het echt telde, is het ze niet gelukt om die grote prestatie te leveren en dan gaan ze 45 jaar later naar Calgary, om indoor en op hoogte, op de klapschaats en in een flitsend pak, bij lage luchtdruk hun pr te verbeteren."

Schenk tikt met de wijsvinger tegen de zijkant van het voorhoofd.
"Nogal belachelijk allemaal. Hoe bedenk je zoiets. Zo werk het menselijk brein, het is opbieden tegen elkaar: wie heeft de mooiste auto, welke zeventigjarige weet nog een pr op de vijf kilometer te schaatsen? Mijn hemel, denk ik dan, wat is de essentie?"

Het is de essentie van topsport: zo hard mogelijk opbieden tegen elkaar.
"Ja, natuurlijk, maar topsport is ook niet altijd gezond. Topsport is het negeren van het lichaamssignaal: hó maar, zo is het wel genoeg. Het is doorgaan als de pijnprikkel komt, en dan maar hopen dat die andere prikkel, van de endorfine, de overhand neemt, zodat je in een overwinningsroes komt."

Maar de overwinning is maar voor een enkeling weggelegd, de meeste topsporters wacht de teleurstelling van de nederlaag.
"Inderdaad, en met alle gevolgen van dien. Velen redden het niet en kieperen over het randje. Zij raken overtraind, krijgen een burn-out. ­Elkaar tot topprestaties drijven vinden mensen prachtig. Het publiek vindt het geweldig om naar te kijken. Tot het uiterste gaan en dan nóg verder proberen, maakt topsport een gevaar­lijke bezigheid. Net als veel te hard werken.

Het is maar een enkeling die de spanning aankan, die alles en nog meer van lichaam en geest kan vragen. Hou je het vol en steek je ­erbovenuit, dan verdien je de furore, maar naar de rest, die afknapt, wordt niet om­gekeken."

Ard Schenk. Beeld Jan-Dirk van den Burg

All in the game toch?
"Jawel, maar in mijn tijd, toen schaatsers ook topsport bedreven, terwijl er nog niet goed geld mee te verdienen viel, kon je zomaar aan lagerwal raken. Mislukte je carrière toevallig, terwijl je alles voor je sport had gegeven, dan kon je maatschappelijk diep wegzakken. Nu is het anders en is er opvang, steun, begeleiding. Er wordt nu meer geconditioneerd aan topsport gedaan. Dat is heel verstandig, en belangrijk. Net zo belangrijk is het relativeren van topsport, om te voorkomen dat het een obsessie wordt die tot frustratie kan leiden. Zo'n frustratie zelfs dat jij nog zo nodig op je ouwe dag in het vliegtuig moet stappen om aan de andere kant van de wereld je schaats-pr scherper te stellen."

Na een schaatscarrière overladen met nationale, Europese, mondiale en olympische titels werd Ard Schenk fysiotherapeut in Purmerend en pas op zijn zeventigste is hij met pensioen gegaan.

In het laatste kwart van zijn therapeuten­bestaan was hij vaker op zijn patiënten aan het inpraten dan dat hij hun ongemakken probeerde weg te wrijven. Het was vaak hands off en coachen. "Mensen ervan proberen te overtuigen dat ze meer en anders moeten bewegen. Ik heb dat met heel veel plezier gedaan."

En wat mankeerden die patiënten die u moest coachen? Last van stress?
"Hoofdzakelijk wel ja. In een samenleving die almaar stressvoller werd, kwamen steeds vaker rug-, schouder- en nekklachten naar boven. Dan keek je het allemaal na en moest je zeggen: 'Ik kan me best voorstellen dat je pijn hebt, want je schreeuwt het uit, maar ik zie niks.' En als je doorvroeg, bleek er ook niets wezenlijks te zijn gebeurd, de patiënt was niet gevallen met de fiets en had zich niet vertild of iets verdraaid."

Wat was er dan wel gebeurd?
"Het was er ingeslopen. Als je het te druk hebt en niet toegeeft aan vermoeidheidssignalen van het lichaam, bouw je langzaam maar zeker pijn op. De stress gaat zich wreken."

Maar de mens zal het niet zo snel rustiger aan gaan doen, daar heeft hij de tijd niet voor, er moet gepresteerd worden.
"Hij zal in elk geval moeten gaan bewegen. Bewegen is de beste remedie tegen stress. Maar ja, als mensen gaan bewegen, krijgen ze pijn. Probeer daarom die beweging te vinden waarmee je het een kwartier, twintig minuten volhoudt; om te beginnen. Na een tijdje nemen de pijnprikkels af, je ademhaling gaat beter, het hart gaat pompen, het bloed komt ineens op plaatsen waar het anders maar mondjesmaat komt, in je beenspieren bijvoorbeeld. Je hartslag neemt toe, je hele circulatie wordt aangezet, zo voed je de cellen in heel je lichaam, tot in de hersenen aan toe. En dan ontstaat het plezierige bewegingsgevoel."

In 2011, nog voor zijn pensionering als fysio­therapeut, verscheen Je tweede jeugd begint nu, een zelfhulpboek voor ouderen dat Schenk samenstelde en schreef samen met Edwin van den Dungen, docent Engels uit Heemstede.

'Fit in drie stappen', luidde de ondertitel van deze aansporing tot bewegen waarover Johan Cruijff bij de presentatie in het Olympisch ­Stadion zei: "Als je niet meer beweegt, sta je stil. En stilstand is ergens achteruitgang."

Oud-wielercrack Jan Janssen noemde het boek zelfs 'verplichte leerstof voor vijftigplussers'.

Schenk ging met zijn blijde boodschap van een langer en vrolijker leven het land in en ­ontpopte zich als een amusante motivatie­spreker. Inmiddels vormt hij met de hoog­leraren Dick Swaab (neurobiologie) en Erik Scherder (neuropsychologie) een veelgevraagde combinatie voor gratis publiekslezingen. Het drietal verkoopt 'het fitte brein', dat kan worden gerealiseerd door te bewegen, waardoor niet alleen het lijf, maar ook de hersenen in conditie blijven.

Is hier sprake van een zorgvuldig ­samengesteld gezelschap?
"Nee, van puur toeval. Ik was door de Katholieke Bond voor Ouderen gevraagd een praatje te houden in Roermond. Ik voor de pauze en professor Scherder erna. Na afloop zei hij: 'Dat leek wel afgesproken werk. Het sloot naadloos op elkaar aan.' Ik sprak, uit mijn ervaringen als topsporter en fysiotherapeut, over de fouten die je in het leven maakt en wat je daar van kunt ­leren. Hij had het over bewegen, over kinderen laten doen wat ze van nature geneigd zijn te doen: spelen, klauteren, hutten bouwen, spelletjes doen, de hersenen stimuleren."

En vervolgens besloten jullie samen te gaan optrekken in de strijd tegen de stilstand, tegen de achteruitgang van de mens.
"Ons doel is mensen bewust te maken en tot nadenken aan te zetten, zodat ze keuzes gaan maken. En die leiden tot veranderingen die ik nu al zie optreden. Supermarkten hadden vroeger een klein schapje met verse waar, ergens in een hoekje. Maar nu zijn het vijf grote schappen die prominent in de winkel staan."

"Bewustwording van de consument kan zelfs de grote farmaceuten tot veranderingen dwingen. Als die zien dat mensen minder dure pijnstillers gebruiken omdat ze bewuster leven, meer bewegen en gezonder eten, gaan zij vanzelf hun business verleggen, van de pillen naar de vitaminen en mineralen."

Wat verwacht u van de overheid, een ­dwingender 'gezonder leven'-­beleid?
"De burger laat zich tegenwoordig niet meer de les lezen, dus dwang heeft geen zin. Overtuigen is de weg. De overheid zou uitgekiend gebruik moeten maken van de leerplichtperiode. Daarin heb je alle gelegenheid tot overreden. Je kunt gezond eten propageren, het bewegingsonderwijs prioriteit geven. Je moet als overheid veel meer faciliteren en voorlichten, kinderen de kennis aanreiken waarmee ze gezonder kunnen gaan leven."

"Nu krijgen kinderen op school hun reguliere vakken aangeboden en daarbuiten weinig tot niks. En buiten school is er het vermaak van de televisie en van de telefoonschermpjes. Ik denk wel eens: als je via zo'n schermpje kan worden gewaarschuwd dat je schermtijd die week nogal fors was, kun je de boel dan niet wat ombuigen, dat je mobieltje jou laat weten dat je schermtijd in orde was, maar dat je veel te weinig hebt bewogen en de verkeerde dingen hebt gegeten?"

Ombuigen en bijsturen zou dus ook in het onder­wijs moeten.
"Zeker, en je moet er zo vroeg mogelijk mee begin­nen. Een kind van zes is nieuwsgierig, dat wil wel leren, dus dat kún je ook..."

... indoctrineren, hersenspoelen...
"Bewuster maken, zou ik het liever noemen. We doen nog altijd heel ingewikkeld over de Cito-toets, terwijl we vergeten om kinderen te leren wat goed voor hen is. Het is best mooi als je weet hoeveel graden de hoeken van dat figuur in de Cito-toets zijn, maar misschien beweeg je wel te weinig en eet je verkeerd en ben je op je dertigste een slap mens dat weliswaar meetkundige problemen kan oplossen, maar daar verder niet zo veel aan heeft. Omdat je met je zwakke lijf niet tegen stress kunt en je daarom toch niet echt carrière kunt maken."

Bewustwording om te voorkomen dat je moet gaan genezen, gaat het daarom?
"Ja. De zorgkosten in Nederland bedragen nu negentig miljard euro en je kunt erop wachten dat die straks ver over de honderd miljard gaan. Wij bedenken steeds vernuftiger dingen om doorbraken in behandelingen te realiseren. Maar aan preventie wordt nauwelijks iets gedaan. Preventie in het politieke denkpatroon zou voor een echte doorbraak kunnen zorgen. Er wordt nog veel te therapeutisch gedacht, zo van: hoe kunnen we nou de celdelings­explosie bij kanker beheersen. We zouden preven­tiever moeten denken: hoe kunnen we die negatieve celdeling voorkomen?"

"Preventie is ook coaching, sturing, mensen vertellen hoe het in elkaar zit, zonder het al te moeilijk te maken."

Een simpel verhaal vertellen, zoals u in uw voordrachten doet.
"Exact. Ik laat weleens wat oudere mensen uit de zaal op één been staan. Vaak lukt ze dat niet. Dan zeg ik: 'Oefen dat, desnoods zoek je steun tegen een muur of een kast, maar blijf wel op één been staan en probeer je sok aan te trekken. Oefen je dat niet, dan komt over tien jaar de wijkverpleegster het voor je doen. Maar dan moet je wel tot elf uur wachten, en misschien heeft ze het veel te druk en komt ze pas om twee uur.' Hilariteit natuurlijk. Maar dan zeg ik nog wel: 'Nu lachen jullie erom, maar bedenk wel dat als het zover is, jullie daar zelf voor hebben gekozen. Door nu niet te kiezen en te denken dat het zo vaart niet zal lopen'."

De grootste?

Wie is de grootste schaatser aller tijden: Sven Kramer of Ard Schenk? Onder kenners is het een eeuwigdurende discussie, maar voor velen is dat - ondanks de indrukwekkende palmares van Kramer - toch nog steeds 'die lange uit Anna Paulowna'.

Adrianus Schenk (1944) was in de jaren zeventig een ware volksheld. Samen met Kees Verkerk ('Ard en Keessie') doorbrak hij de hegemonie van de Noorse schaatsers. Schenk werd drie keer Europees kampioen allround, drie keer wereldkampioen bij de amateurs en één keer in het profcircuit, dat in 1972 voor het eerst werd georganiseerd.

In datzelfde jaar won hij op de Olympische Spelen in Sapporo goud op drie afstanden. Schenk grossierde ook in wereldrecords: hij reed er achttien in totaal. Na zijn imposante carriere werd Schenk, die van huis uit fysiotherapeut is, chef de mission bij de Winterspelen van 1992, 1994 en 1998. Hij schreef in 2011 het boek 'Je tweede jeugd begint nu'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden