PlusInterview

Schaatser Kai Verbij: ‘Ik ben een apart figuur, een puzzel van 1000 stukjes’

Het was een verrassing in april, de overstap van Kjeld Nuis naar Team Reggeborgh. Sprinter Kai Verbij maakte dankbaar gebruik van de opening en schaatst nu voor Jumbo-Visma. ‘Ik wilde mezelf een keer voor de leeuwen gooien.’

Kai Verbij met trainer Jac Orie na een skeelersessie op de baan in het Friese Wolvega.Beeld Getty Images

Of de wereldkampioen op de 1000 meter van 2019 voor Jumbo-Visma wilde schaatsen, de grootste schaatsformatie ter wereld? Voor Kai Verbij (25) was het geen gemakkelijke keuze. Weg bij trainer Gerard van Velde, onder wiens leiding hij zijn grootste successen haalde, weg bij zijn ploeggenoten en bij de sponsor die hem kopman maakte. Weg van het team waarvan hij zes jaar deel uitmaakte. “Ik had een vertrouwensband met Gerard opgebouwd, die moet ik nu weer zien te vinden. Dat heeft tijd nodig, weet ik, maar ik moest dit voor mezelf kiezen.”

Hij dacht al jaren: hoe doen zij het daar bij de concurrentie? Waardoor presteren zij vaak wel wanneer het moet? Hij had goede vriend ­Thomas Krol de overstap zien maken, van ploeggenoot naar succesvol concurrent, en zag hoe hij vooruit was gegaan. Krol werd wereldkampioen en is tegenwoordig een vaste waarde op het internationale podium op de 1500 en 1000 meter.

Geen poepjaar

Verbij: “Ik wist ook: als ik het nu niet doe, dan ga ik spijt krijgen. Er was namelijk nooit plek bij Jumbo-Visma. Nu stond er door Kjelds onverwachte overstap naar Reggeborgh ineens een deur open. Ik wilde mezelf wel een keer voor de leeuwen gooien, in plaats van nog langer in ­dezelfde omgeving te blijven.”

Twee jaar voor de Olympische Spelen is daarnaast een redelijk veilig moment voor een grote verandering. “Dan kun je het eerste jaar rustig kijken: gaat het goed? Dat is toch de vraag. Al wil ik dit jaar wel meteen goed presteren, ik wil geen poepjaar.”

Een olympische titel is het grote doel voor ­Verbij. De wereldtitel sprint, die hij in 2017 al een keer veroverde, is een ander doel. En Verbij wil internationaal domineren op de 1000 meter. Zoals Kjeld Nuis? “Eigenlijk nog een tikkeltje ­beter. Ik denk dat dat ook wel kan. Vorig jaar floepte er bij mij in een sterke race zomaar 1.07,4 uit. Met de juiste aanpak is het mogelijk.”

Ander volk

Orie staat bekend om zijn wetenschappelijke aanpak. Dat biedt vertrouwen voor Verbij. “Ik weet niet hoe goed ik ben, daar zoek ik steeds naar en met testen kun je iets beter verklaren wat je doet. Maar ik ben wel een apart figuur: ik ben zó waardeloos slecht op de fiets dat Orie zal denken: hoe doet hij dat dan wel goed op het ijs? Ik ben voor hem een puzzel van 1000 stukjes.”

Plots zit hij ook in een ploeg met allrounders, met Sven Kramer en Patrick Roest. “Ander volk, echte stayers. Ik vroeg me altijd af: hoe kun je in hemelsnaam tien kilometers volhouden? Als ik nu zie wat zij op de fiets doen, dan snap ik het wel. Dat is anders dan wat sprinters doen.”

De vraag is ook hoe het winterseizoen eruit gaat zien, al is de winter nog ver weg. “In Nederland zullen de wedstrijden wel doorgaan, misschien de EK’s ook nog wel, maar bij de WK’s moet ik het nog maar zien. De WK afstanden zijn in ­China, daar zijn ze vrij streng.”

‘Akkoord met Jutta Leerman dichtbij

Tijdens het persmoment van zijn ploeg zit Jac Orie achter een lege tafel in een nagenoeg verlaten feestzaal in een hotel in Wolvega. Zijn Team Jumbo-Visma is inmiddels twee maanden in training. Gistermorgen werd er in groepjes, zoals de coronaregels voorschrijven, geskeelerd op de baan in Wolvega, in de middag volgt het persmoment. Daar gaat het natuurlijk over de overstap van Kjeld Nuis naar Team Reggeborgh, al had hij nog een contract tot na de Olympische Spelen van ­Peking in 2022.

“Dat voelde natuurlijk niet lekker. Laten we eerlijk zijn. Ik ben echt verbaasd geweest, maar al snel daarna pakte ik mijn computertje: wat kunnen we doen? Misschien is dat wel mijn verwerking.”

Nu noemt de trainer Nuis gewoon een tegenstander. “Net als die anderen, de Japanners, de Russen.”

Een dag na het telefoontje van Nuis zat Orie al aan tafel bij Kai Verbij om te praten over een overstap naar Jumbo-Visma. Dat was niet om Nuis een hak te zetten, zegt Orie. “Wij willen gewoon winnen. We zijn een professionele ploeg.”

Wellicht komt er binnenkort nog een nieuwe sprinter in de formatie van Jumbo-Visma. Het team is dicht bij een akkoord met Jutta Leerdam. ­Begin april liet Reggeborgh weten niet verder te gaan

met de 21-jarige wereld­kampioene op de 1000 meter, zogezegd omdat beide partijen er in de onderhandelingen niet uitkwamen. Orie verwacht dat binnen korte tijd een contract zal worden ondertekend.

Momenteel traint Leerdam met haar partner Koen Verweij en nog enkele ploegloze schaatsers bij Kosta Poltavets, die tien jaar hoofdcoach van Rusland was en bij zijn terugkeer zei te zoeken naar een nieuwe uitdaging, liefst in Nederland. Met Verweij sprak Orie niet.

Als Leerdam toetreedt tot het team van Orie, zal ze de enige sprintvrouw zijn, maar de formatie van Orie heeft ook een opleidingstak. De mannelijke sprinttalenten die daarin rijden, zouden perfecte ­sparringpartners zijn voor Leerdam. Orie: “Als je naar hun tijden kijkt, dan is dat ­precies de maat die we willen hebben.”

Sven KramerBeeld Getty Images

‘Waarom ligt er geen ijs in Thialf?’

Viervoudig olympisch schaatskampioen Sven Kramer (34) vindt het belachelijk dat de Nederlandse schaatselite deze zomer naar Duitsland moet om op ijs te kunnen trainen. In Inzell gaat de piste rond 1 juli open, in Thialf kan pas vanaf 1 augustus worden geschaatst. “Dat heeft niets met het coronavirus te maken, maar met de financiële perikelen van Thialf,” zegt Kramer. “Ik vind dat armoedig. Dat we het als prominent schaatsland niet voor elkaar krijgen gewoon zomerijs neer te leggen. Het is ook jammer: als we nu in faciliteiten achteruitgaan, gaan we ook in prestaties achteruit. De schaatssport drukt zwaar op de olympische medaillespiegel van NOC*NSF. Dan is het toch raar dat we nu met z’n allen naar Inzell moeten?”

Volgens Kramer moeten sportkoepel NOC*NSF, schaatsbond KNSB, Thialf en de provincie Friesland de krachten snel bundelen. “Onze sport lijdt onder de financiële perikelen van Thialf en dat kan nooit de bedoeling zijn van een topsportlocatie. Alles in Nederland moet ­rendabel zijn, maar wat olympisch goud mag kosten, daar wordt niet naar gekeken.” (ANP)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden