PlusInterview

Ryan Gravenberch wil niet langer ‘meehobbelen’ bij Ajax: ‘Je moet voor jezelf durven opkomen’

De ene telg uit de Ajaxschool is nog niet vertrokken of de volgende drukt alweer zijn neus tegen het venster. Ryan Gravenberch (18) heeft alles in huis om een middenvelder van internationale allure te worden. ‘Ik vind het leuk om mezelf te testen.’

Ryan GravenberchBeeld Getty Images

Het is een echt voetbalgezin, de familie Gravenberch uit Amsterdam. Vader Ryan en moeder Aretha hebben allebei gevoetbald, bij de amateurs, en allebei als middenvelder. De jongste zoon Ryan is hard op weg een belangrijke speler voor Ajax te worden. Zijn oudere broer Danzell is ook prof. Hij speelt als spits bij Sparta. Ryan en Danzell staan zondag op Het Kasteel in Rotterdam tegenover elkaar. “Danzell is in veel opzichten een voorbeeld voor mij,” zegt Ryan junior. “Ik moet leren van zijn fouten.”

Les 1: durf eigenwijs te zijn, en je eigen koers te varen. “Mijn broer is in de jeugd van Ajax altijd spits geweest. Van de F-jes tot de A1. Toen hij in Jong Ajax kwam, dacht de technische staf dat Danzell als verdediger meer kans zou maken om door te breken. Als de trainers dat zeggen, ga je daar toch mee aan de slag. Maar in alle eerlijkheid: hij was en is geen verdediger. Dat is ook wel gebleken. Ik wil niet zeggen dat zijn carrière heel anders was gelopen als hij niet had geluisterd, maar je moet dicht bij jezelf blijven en ook voor jezelf durven opkomen.”

Het is een van de aspecten die het verschil ­maken tussen slagen of afhaken: jezelf op een goede manier laten gelden bij de stap van ­jongens- naar mannenvoetbal. Terugkijkend op zijn jeugdjaren bij Ajax geeft Ryan Gravenberch grif toe dat er nooit een vuiltje aan de lucht is ­geweest: leuke trainers, veel waardering, gezelligheid, lekker ballen. Een onbezorgde tijd. “Ik herinner me ons eerste buitenlandse toernooi. In Portugal, met de E2. Kenneth Taylor en Brian Brobbey zaten ook in dat team. Negen jaar ­waren we. Met vier jongens op één kamer in een vijfsterrenhotel. Toen ik thuiskwam, heb ik mijn moeder twee weken lang élke dag verhalen verteld van wat we allemaal hadden beleefd.”

Van zijn moeder – een Amsterdamse – heeft hij dat kalme, bijna onverstoorbare karakter. Van zijn vader (getogen Rotterdammer) erfde hij zijn lange benen en een hang naar uitdagingen. “Ik vind het leuk om mezelf te testen.”

De grootste uitdaging in zijn leven ligt nu voor hem. In de jeugd ging alles, zoals gezegd, van een leien dakje. Het was nooit de vraag of Ryan Gravenberch overging naar de volgende klas, het was de vraag of hij een klas kon overslaan. Het maakte hem misschien wat gemakzuchtig, al had hij dat soms zelf niet in de gaten. Hij dreef op zijn talent, op zijn voetballende vermogen. Liet als middenvelder weleens zijn mannetje lopen en overzag de consequentie niet. Foutjes streek hij wel weer glad met een assist of een doelpunt. “Ik was alleen maar gericht op de bal, bezig met aanvallen. Het leukste van voetbal, toch?”

Tegenslag

De klap kwam vorig seizoen, toen hij voor het eerst te maken kreeg met tegenslag. “Mannenvoetbal is hard. Onverbiddelijk. Poot erin, duel winnen, taak uitvoeren. Het heeft ups en downs die elkaar heel snel opvolgen. Dat was ik niet ­gewend. Je moet snel schakelen, kunt niet stilstaan bij een foute pass, een moeilijke fase in een wedstrijd of een nederlaag.”

Gravenberch kreeg zijn kansen van trainer Erik ten Hag, maar vond zijn draai niet. Het team blaakte in die fase ook niet van het zelfvertrouwen, en de benjamin van de selectie kon niet veel meer doen dan ‘meehobbelen’. “Ik was te veel gefocust op het verdedigen, niet alleen in het eerste maar ook in Jong Ajax. Het maalde steeds maar door mijn hoofd: sta ik wel goed? Waar is mijn man? Wat als ik nu dit doe, of dat doe? Is de restverdediging in orde. Ik vergat te voetballen. Het lukte niet. Ik twijfelde soms aan mezelf. Niet of ik wel goed genoeg was, maar of die angst om fouten te maken zou verdwijnen. Die angst zat me in de weg, en die was groter dan het besef dat je vrijuit moet voetballen om het beste van jezelf te kunnen geven. Dit seizoen wil ik meer mijn aanvallende spel laten zien, ik wil meer voorin komen, vaker scoren.”

Daar ligt ook zijn kracht, als offensieve middenvelder. Trainer Ten Hag vindt dat Gravenberch dit seizoen een vaste waarde in het elftal moet worden. Met Edson Álvarez vormt de jonge Amsterdammer nu een duo. De Mexicaan is meer de gatendichter en de balafpakker. Hoe zou Gravenberch zichzelf omschrijven als voetballer? Hij lacht. “Ik zou zeggen: een slangenmens. Ik ben wel in staat om overal langs te ­glippen en te draaien. En ik heb uitschuifbenen. Ook best handig. Ik ben lang, 1 meter 90. Er wordt vaak gezegd dat lange spelers minder techniek hebben, maar ik moet het juist hebben van mijn techniek. Voor een lange voetballer kop ik trouwens wel slecht. Vond ik als kind al moeilijk.”

En dus moet hij daaraan werken. Want ­Gravenberch wil een complete middenvelder worden, een allrounder. Hij wil slagen bij Ajax, reden waarom hij in juni zijn contract verlengde tot medio 2023. De onderhandelingen vergden enige tijd, maar Gravenberch heeft nooit met de gedachte gespeeld de club te verlaten. Hij sloeg enkele riante buitenlandse aanbiedingen af. “Ik wist dat ik bij Ajax wilde blijven. Geen enkele twijfel. Ik speel hier vanaf mijn achtste en de club is nooit slecht voor me geweest.”

Eigenwijs

Dat sommige jongens onderweg een andere ­afslag nemen, is hun keuze, zegt Gravenberch. Ki-Jana Hoever, ook een van zijn ploeggenootjes in de F1, vertrok op 16-jarige leeftijd naar Liverpool. “Het is een persoonlijke afweging. En zoals ik zei: je moet soms eigenwijs durven zijn. Misschien kreeg Ki-Jana op het moment van zijn beslissing wel iets minder kansen dan ik. Zag hij niet wat ik zag. Ik heb bij Ajax een duidelijk doel en een plan.”

Gravenberch wil nog meer in de voetsporen treden van enkele voorgangers. Van spelers uit de Ajaxopleiding die tot Talent van de Toekomst werden uitgeroepen, zoals Donny van de Beek, Matthijs de Ligt, Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder. Gravenberch ontving de trofee in 2018. De prijs was toen net vernoemd naar Abdelhak Nouri. “Van alle bekers die ik heb gewonnen in de jeugd is die me het dierbaarst. Omdat hij de naam van Appie draagt en omdat zijn vader en broer hem aan mij hebben uitgereikt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden