Plus

Rol van analist is oud-Ajacied Kenneth Perez op het lijf geschreven

Zijn droom om presentator te worden, heeft hij laten varen. Maar Kenneth Perez ziet zichzelf voorlopig nog wel doorgaan als analist bij FOX. 'Voetbal is een bijzaak in het leven, maar je moet het wel serieus nemen.'

Kenneth Perez: 'Mijn woordenschat is enorm gegroeid in twintig jaar, maar niet groot genoeg' Beeld Menno Ringnalda/ pro shots

Twintig jaar is Kenneth Perez (Kopenhagen, 29 augustus 1974) inmiddels in Nederland. Dat is best lang voor iemand die twee jaartjes bij MVV wilde voetballen en daarna naar huis had willen gaan.

Maar zijn huis is nu hier. Perez en zijn toenmalige vriendin, tegenwoordig zijn vrouw, hebben twee zoons, van 18 en 15. "Als ik hen voor zou stellen in Denemarken te gaan wonen, zeggen ze: wat denk je zelf?"

Vijf jaar geleden, kort nadat hij als voetballer was afgezwaaid bij FC Twente, werkte Perez als presentator voor de Deense tv. Op zondagochtend vloog hij heen, deed de voorbeschouwing van twee uur en de nabeschouwing van één wedstrijd, en vloog 's avonds weer terug naar Amsterdam. "Heel leerzaam, maar dat werd me na een jaar te gek."

Hij had toen nog de hoop ooit presentator op de Nederlandse televisie te kunnen worden, maar die droom heeft hij laten varen.

"Daarvoor beheers ik de taal niet goed genoeg. Want dan wil ik net zo goed worden als Kees Jansma of Matthijs van Nieuwkerk, maar dat kan niet als Nederlands niet je moedertaal is. Of je moet ­zoals Eva Jinek al op heel jonge leeftijd naar Nederland zijn gekomen. Laatst gebruikte zij het woord 'wijverig' in gesprek met Jan Roos. Kende ik niet. Mijn woordenschat is enorm gegroeid in twintig jaar, maar niet groot genoeg."

De weg van Kluivert
Het analyseren van voetbalwedstrijden gaat hem uitstekend af. In simpele bewoordingen uitleggen wat de kijker heeft gezien, maar wat hij misschien toch heeft gemist. Snel en kundig het vergrootglas op een wedstrijd leggen. In de rust, na afloop. Hij is er goed in. Duidelijk. Hij bakt geen zoete broodjes. Goed is goed, slecht is slecht.

"Wat ik op tv over iemand zeg, zou ik ook recht in zijn gezicht zeggen." Perez benadert zijn werk bij FOX Sports ook écht als werk. "Ik doe er geen duizend andere dingen naast. Het is geen schnabbel."

Cabaret en geroddel laat hij achterwege. "Voetbal is een bijzaak in het leven, maar je moet het wel serieus nemen."

Of een goede analist ook een goede trainer is? "Nou, het is wel een belangrijke kwaliteit. Maar voor een trainer is zijn omgang met mensen minstens zo belangrijk: 25 spelers allemaal jouw kant op laten gaan. Ik ben even trainer geweest bij de amateurs, een derdeklasser."

"Wedstrijden vond ik leuk, leuker dan training geven. Ik denk weleens: hoe zou het zijn om een selectie met ­alleen maar topspelers onder mijn hoede te hebben? Maar dat kan niet. Ik heb het diploma TC1. Niet dat van Coach Betaald Voetbal."

En dan, na een korte stilte, met die kenmerkende Perezgrijns: "Ik zou de weg van Patrick Kluivert wel willen volgen: van analist van Al Jazeera naar technisch directeur van Paris Saint-Germain."

Want topspelers lopen rond in Parijs, Barcelona, Londen, Manchester en niet meer bij Nederlandse clubs. De eredivisie holt kwalitatief achteruit. Kwestie van geld, of beter: te weinig geld. "Champions League nog gezien? Allemachtig, wát een voetbal, wát een niveau. Onhaalbaar voor ons. Met tachtig miljoen euro begroting kun je niet op tegen een half miljard."

Naar Belgisch voorbeeld
Laat Nederland eerst maar eens aanklampen bij het niveau van de beste tien clubs in de Europa League, zegt Perez. En dat is al lastig genoeg.

Misschien moeten we het voorbeeld van de Belgen volgen: met hun competitieopzet met play-offs. De beste clubs spelen vaker tegen elkaar en er zijn meer finalewedstrijden. Perez: "Anderlecht, Genk en Gent zitten nu bij de laatste zestien van de Europa League, en ze hebben onderweg niet de minste tegenstanders verslagen. Ik kan dat niet los zien van de veranderingen in hun competitie."

Het oprichten van een BeNe-League - samensmelting van de hoogste divisie in België en ­Nederland - ziet Perez niet zitten. "De herkenbaarheid is zó belangrijk voor de voetbalvolger. Ik kijk zelf honderd keer liever naar Feyenoord-Willem II of Ajax-Sparta dan naar Ajax-AA Gent."

Het Deense voetbal kampt met dezelfde problematiek. "Maar de eredivisie heeft nog drie topclubs die het bovenin spannend maken, Denemarken heeft maar één topclub: FC Kopenhagen. We zijn misschien iets van onze voorsprong verloren. Leuke voetballers van kleinere Deense clubs gaan niet zo snel meer naar Heerenveen of FC Twente, die kiezen voor de tweede Bundes­liga. Maar een spits als Nicolai Jørgensen gaat wél van FC Kopenhagen naar Feyenoord."

Kenneth Perez met Ronald de Boer, vorig jaar tijdens een wedstrijd van Ajax Legends tegen Real Madrid Legends in Bernabeu Beeld Erwin Spek/pro Shots

En Deense talenten als Christian Eriksen, Viktor Fischer, Nicolai Boilesen, Lucas Andersen en Kasper Dolberg vonden en vinden nog altijd hun weg naar de voetbalopleiding van Ajax. Niet al die spelers hebben in Amsterdam grote stappen vooruit gemaakt. Ze zijn misschien te veel op een voetstuk gezet, zegt Perez.

"En daar heb ik in sommige gevallen ook een beetje aan mee gedaan. Maar het vervult Denen nog altijd met trots en hoop als een landgenoot bij Ajax terecht komt. Ook al weten ze heel goed dat Ajax niet altijd meer kampioen wordt en ook allang niet meer meetelt in de Champions League."

Stoppen met pamperen
Wat de vraag oproept of Perez, als geboren en getogen Deen, als ervaringsdeskundige in Nederland en als voormalig Ajaxspeler die talenten uit zijn eigen land niet zou kunnen begeleiden.

"Daar is wel sprake van geweest, toen ik de A1 van Ajax trainde. Ik zou een soort mentorrol gaan vervullen voor een aantal jonge voetballers, onder wie ook enkele Deense spelers. Maar toen moest ik kiezen van Ajax: óf trainen óf mijn werk voor televisie. Ik koos voor dat laatste."

Waarmee overigens niet is gezegd dat zo'n rol als mentor het verschil maakt tussen het wel of niet slagen van een voetballoopbaan.

"Want het gaat om intrinsieke motivatie. Mentaliteit. Karakter. Jongens die naar Ajax komen, kunnen allemaal voetballen. Maar ze zijn niet allemaal geschikt voor topvoetbal. Je kunt een speler die op jonge leeftijd ver van huis is en met zijn ziel onder zijn arm loopt, wel een beetje helpen. Als hij geblesseerd, of niet goed weet wat van hem wordt verwacht, of als hij zich niet goed kan uiten in een vreemde taal."

"Maar verder? Stoppen met dat pamperen van die jonge gasten. Je hoeft als club niet 24 uur per dag voor ze klaar te staan. Krijg je een belletje: 'Mijn wasdroger is stuk.' Ja, zoek dat effe lekker zelf uit. Het zijn jongens met talent die een mooie carrière nastreven. Het zijn geen oorlogsvluchtelingen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden