PlusAchtergrond

Regerend olympisch kampioen Esmee Visser schaatst liever binnen

Op de WK schaatsen voor studenten kon maar één vrouw de 5000 meter winnen: Esmee Visser. Toch schaatst de regerend olympisch kampioen voortaan liever weer binnen.

Regerend olympisch kampioen Esmee Visser in actie op de Jaap Edenbaan. Beeld Dingena Mol

Esmee Visser is een vrouw van haar woord. Daarom stond ze gisteravond even na 21.00 uur aan de start van de 5000 meter op de wereldkampioenschappen schaatsen voor studenten. Ze is een olympisch kampioen tussen liefhebbers, de wereldtopper tussen talenten die er waarschijnlijk beter aan doen zich te richten op een maatschappelijke carrière.

Aan het begin van de winter beloofde Visser als student farmaceutische wetenschappen aan de Vrije Universiteit niet alleen ambassadrice te zijn voor dit WK voor studenten op de Jaap Edenbaan, ze wilde zelf ook meedoen. En belofte maakt schuld. De schaatsster van TalentNed, die dit seizoen derde werd op de 5000 meter ­tijdens de WK afstanden in Salt Lake City, is zodoende een van de 65 studenten (uit 16 landen) op dit studenten-WK. Vanwege het coronavirus waren atleten uit China, Mongolië en Italië ­afwezig.

Uit de startlijst van de 5000 meter, met daarop de persoonlijke records van de slechts vijf deelneemsters op deze afstand, blijkt dat deze avond maar één persoon kan winnen. Visser (24) steekt met haar 6.45,73 minuten, een paar seconden boven het wereldrecord, ver boven de rest uit. De Wit-Russin Anna Kovaleva heeft ooit 7.20,39 als beste tijd geklokt, op het curriculum vitae van de Zweedse Ann-Marie Lindqvist staat een bescheiden 8.37,17.

Visser is vooraf op de hoogte van de mogelijkheden van de anderen. Ze benadert deze studentenwedstrijd niet hetzelfde als een WK ­afstanden of de laatste Olympische Spelen in Pyeongchang; jezelf motiveren voor 150 man publiek op een buitenbaan met harde wind, regen en zwakke tegenstanders is een stuk lastiger. Als de Zamboni de ijsvloer van de Jaap Edenbaan veegt en de recreanten van schaatsverenigingen Hogerop Amsterdam en de Amstelbocht uit Ouderkerk aan de Amstel van het ijs stappen, bindt Visser haar ijzers onder.

Onbedreigd gewonnen

In het verleden heeft ze nog enkele marathons geschaatst voor de Amsterdamse ploeg Port of Amsterdam, het buitenschaatsen is dus bekend terrein. Een dag eerder, op dinsdag, had ze ook al de 3000 meter gereden, die ze onbedreigd had gewonnen, al schaamde ze zich voor haar eindtijd. Als stayer bleef ze ver verwijderd van het baanrecord op de Jaap Edenbaan, dat ze graag had aangescherpt.

Gisteren slaagde ze wel in die opzet. Met 7.34,70 bleef ze de andere studenten ruim tien seconden voor, de Zweedse Lindqvist werd zelfs op twee ronden achterstand gezet. “Mooi. ­Deze prijs kan ik ook afstrepen, ik werd nog nooit ­wereldkampioen,” zegt Visser niet veel later in een van de kleedlokalen bij de ijsbaan. Haar schaatspak trekt ze in de tussentijd uit om zich op te maken voor de huldiging. “Deze race ­verliep best netjes. Mentaal kon ik niet alles op alles zetten in deze ambiance, het was onmogelijk om alles in de strijd te gooien. Ik zie het na wedstrijden over de hele wereld tegen de beste schaatssters als een gezellige afsluiter van het seizoen. Ik heb in ieder geval veel plezier om even studentensporter te zijn.”

Vooral de omstandigheden werkten Visser ­tegen; op snellere ijsbanen komt ze beter tot haar recht. “Ik ben een gevoelsschaatsster. Ik heb ritme in mijn slagen nodig en wil vanuit dat ritme versnellen. Dat kan hier in Amsterdam absoluut niet. Er is wind en regen en bij elke slag probeer je vooral niet te vallen.”

Andere generatie

Dat overkwam haar bijna tijdens de race op de vijf kilometer, toen ze werd verrast door een windvlaag op het rechte eind. “Ik zat best lekker in mijn slag, maar daarna was ik er meteen uit. De rondetijden liepen door de windvlaag iets op en dan is het moeilijk om terug te komen in het ritme. Maar ach, het was goed genoeg voor de wereldtitel.”

Visser is van een andere generatie dan Atje Keulen-Deelstra of Ard Schenk, die in de jaren zeventig alle weersomstandigheden, hoe extreem ook, omarmden. Ijshallen bestonden nog niet. Visser, drievoudig Nederlands kampioen (3000 en 5000 meter) en tweevoudig Europees kampioen (3000 meter), schaatste nog nooit een wedstrijd op natuurijs en kwam de afgelopen jaren sporadisch in actie op buitenijsbanen.

Het is een spel met de wind. Aan de ene lange zijde zijn korte slagen noodzakelijk om snelheid te houden tegen de wind in, aan de overkant moeten de schaatsslagen juist lang zijn om te profiteren van diezelfde wind. “Als ze ooit de Olympische Spelen organiseren op zulke ­banen, dan twijfel ik of ik wel moet meedoen. Dit is eigenlijk niks voor mij.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden