Regen, kou, zon: Habib is er altijd

PRONKSTUK

Elke club heeft ze. Prominent boven de bar of in de bestuurskamer. Verscholen in een hoekje van de kantine of achter de struiken rond veld twee. Pronkstukken. Ze vormen de schatkamer van het amateurvoetbal. Deze week: papa Habib.

'Wat een onzin. Nee, het gebedskleed is niet typisch Chabab. Het is hier geen moskee, we zijn een voetbalclub! Ja, we bidden af en toe. Nou èn? We zeggen toch niet tegen de scheidsrechter: wacht even, we moeten bidden?! Er spelen ook niet-moslims in het eerste.'' Habib zegt het allemaal met een glimlach, maar wel gedecideerd. ''Ik weet trouwens niet eens waar dat kleed is. Weet je waar we trots op zijn? De keeper van het eerste, dat is een goeie. Verder nog iets? De wedstrijd begint zo.''

Habib, voluit Mohammed El Habib, sluit de bestuurskamer af, die tijdelijk in een gele bouwkeet is gevestigd, en loopt moeizaam naar de barbecue naast de keet. Hij controleert het vlees, maakt de vleesbereiders aan het lachen en loopt naar de vaste supporters. De wedstrijd tegen Hercules staat op het punt van beginnen.

Nu de bezoeker op zijn vooringenomenheid is gewezen, ontdooit Habib (55). ''Kijk, de meesten zijn wel moslim, en zijn daar ook trots op. Maar je moet het niet belangrijker maken dan het is.'' Leunend op het hek vertelt hij over de oorsprong van Chabab. ''Het begon in 1972 in het Oosterpark, op dat grote veld aan de kant van het OLVG, met dertig tot veertig Marokkaanse jongens van begin twintig. Elke middag na het werk speelden we daar. Daarna gingen we met z'n allen naar de Febo of McDonald's.'' Hij was toen zelf twintig jaar en voorstopper. ''Ik was fysiek sterk en goed in de lucht.''

Een jaar later schreven ze zich in voor de buitenlandse competitie. ''Die had je toen nog. We gingen met een bus door het hele land. Speelden tegen Spanjaarden, Portugezen, Turken en Marokkanen. Twee keer werden we kampioen, tot de KNVB de competitie in 1983 stopzette. Het was ook raar natuurlijk. Je had toch het gevoel een buitenstaander te zijn.''

In die jaren is Chabab in zijn bloed gaan zitten. Alles wat je bij een club kan doen, heeft Habib al eens gedaan. Alleen na zijn ongeluk was hij er noodgedwongen drie jaar uit.

Hij was nota bene voor Chabab onderweg naar de kamer van koophandel, toen er een hond van het spoorviaduct bij de Spaarndammerdijk naar beneden viel, precies voor zijn auto. Habib brak zowat alles wat je kon breken.

''Het was op 29 november 1995, om tien voor zes,'' dreunt hij op. ''Maar verder weet ik er niets meer van. Ik lag twee maanden in coma. Dat ik zo moeilijk praat en loop, komt door het ongeluk.'' Hij wijst op zijn scootmobiel. ''Dankzij dat ding kan ik hier weer vier dagen per week komen.''

In de rust, Chabab staat 1-0 achter, komt de Herculesvoorzitter met zijn vrouw de bestuurskamer in. Habib toont zich een ware gastheer. Hij zorgt voor drankjes en maakt grapjes. ''Spannend? Ik vind het helemaal niet spannend. De barbecue is spannend!'' De gast blijft echter wat gespannen. ''Als we degraderen, heeft de voorzitter het gedaan.''

Abdel Lazaar, die ook na rust langs het veld staat, was er ook vanaf het eerste uur. ''Elke club heeft zo iemand als Habib nodig. Hij doet zoveel. Al het papierwerk. En hij is gastheer. Voor zijn ongeluk was hij zelfs elke dag in het clubhuis. Zoiets verandert je toch. Maar hij doet nog ongelooflijk veel voor de club. Het is ook wel makkelijk voor anderen, die denken al snel: Habib doet het wel. Ik ook, hoor.''

Volgens Lazaar is Habib anders. ''Hij heeft passie voor de club. Hij gaat slapen met Chabab, en

wordt wakker met Chabab.'' Er wordt tegen Habib opgekeken. ''Hij heeft in Marokko een uitstekende opleiding gehad. Hij heeft humor en hersens. En z'n Arabisch is perfect. Wij zijn erg trots op Habib.''

Abbas El Hamdaoui is ook bestuurslid, en komt uit dezelfde stad als Habib in Marokko, Asila. ''Hij doet altijd zijn werk goed. Na wat hij heeft meegemaakt, is dat heel bijzonder. Hij heeft echt liefde voor de club. Hij wordt niet voor niets door veel voetballers papa genoemd.''

Volgens El Hamdaoui heeft Habib op de club meer energie dan thuis. ''Regen, kou, mooi weer, het maakt niet uit, Habib is er altijd. Alle spelers respecteren hem. Als hij er niet is zeggen ze: waar is papa?''

Papa Habib staat inmiddels het eindsignaal af te wachten, met de sleutel van de bestuurskamer in zijn hand. Terwijl de vaste supporters op het spel reageren, speelt hij met twee kinderen, maakt echt contact. Hij kietelt ze tot ze zich losrukken. Zodra het fluitsignaal klinkt, en de mensen langs de lijn verder keuvelen, hinkt hij gedecideerd richting bestuurskamer. (EDWIN SCHOON)

In 1995 viel een hond van het spoorviaduct, precies voor Habibs auto. Habib lag twee maanden in coma. 'Daardoor loop en praat ik moeilijk.' Foto Edwin Schoon
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden