Protocol KNVB: Stadions vanaf start seizoen 15 tot maximaal 35 procent vol

Bij het opstarten van het betaald voetbalseizoen 2020-2021, op 12 september, is het thuispubliek vanaf het begin welkom, staat in een protocol van de KNVB. Stadionbezoek gaat alleen wel gepaard met strenge maatregelen, om de eventuele verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Stadions kunnen volgens de KNVB voor vijftien tot 35 procent gevuld worden met publiek.

Het stadion van AZ.Beeld SOCCRATES/BSR

De KNVB heeft met het ‘Protocol Veilige Opstart Betaald Voetbal 2020-2021’ de betaald voetbalclubs in Nederland een leidraad gegeven om stadionbezoek te coördineren. Volgens de voetbalbond kunnen stadions voor vijftien tot 35 procent gevuld worden, afhankelijk van het gezelschap waarin bezoekers naar het stadion komen. 

De leidraad houdt daarbij rekening met vier verschillende ‘groepen’ supporters. Als een vak gevuld wordt met toeschouwers die individueel naar het stadion komen, kan dat vak volgens de KNVB voor vijftien tot twintig procent gevuld worden. Zo moeten er zeker vier a vijf stoeltjes tussen twee bezoekers leeg blijven en kunnen er ook geen supporters direct achter elkaar zitten.

Als toeschouwers uit hetzelfde huishouden in tweetallen of drietallen komen, kan de capaciteit al snel naar 25 tot 30 procent worden opgeschaald. Voor groepen met jongeren, jonger dan 18 jaar oud, geldt de regel om 1,5 meter afstand te houden helemaal niet, waardoor het stadion zelfs tot 35 procent vol zou kunnen zitten.

De KNVB benadrukt in het protocol echter nadrukkelijk dat het om een leidraad gaat. De clubs zullen lokaal in kaart moeten brengen in hoeverre de opzet voor hen ook daadwerkelijk mogelijk is. Het belangrijkste pijnpunt lijkt daarbij de in- en uitstroom bij het stadion te worden. Clubs zullen daarbij waarschijnlijk met tijdsloten moeten gaan werken, wat ervoor gaat zorgen dat supporters al lang van tevoren aanwezig moeten zijn en ook moeten wachten voordat ze het stadion na de wedstrijd weer kunnen verlaten. De voetbalbond pleit er dan ook voor dat clubs rondom de wedstrijden voor de nodige amusement zorgen.

Géén uitfans

Ook zullen clubs zelf in kaart moeten brengen in hoeverre het nodig is dat supporters beschermingsmiddelen dragen als ze naar het stadion toekomen. De KNVB roept bovendien op om niet op de gebruikelijke manier catering aan te bieden, maar met rondlopende verkopers te werken. Het protocol is hoe dan ook een startpunt van waaruit de BVO’s zelf nadrukkelijk aan de slag moeten gaan, om zo veel mogelijk supporters op een veilige manier toe te kunnen laten.

Wat in ieder geval vaststaat, is dat er voorlopig geen uitsupporters naar de wedstrijden kunnen komen. Uitsupporters zorgen namelijk voor nog meer uitdaging rondom de beheersbaarheid van het van- en naar het stadion krijgen van supporters. Bovendien kunnen de thuisclubs het uitvak goed gebruiken om een groter percentage van hun seizoenskaarthouders in het stadion kwijt te kunnen.

Ook kan er volgens het protocol van de KNVB geen gebruik worden gemaakt van vakken met staanplaatsen. Clubs kunnen namelijk alleen maar geregistreerde, plaatsgebonden kaarten verkopen, die horen bij een vaste stoel. Supporters moeten dan ook zitten. Tenzij de vakken met staanplaatsen in tussentijd kunnen worden voorzien van stoeltjes, kunnen die delen van het stadion niet gebruikt worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden